— Leervlak.nl

Archive
Tag "simulatie"
In het onderwijs, bedrijfsleven en bijv. hulp-organisaties wordt gebruik gemaakt van virtuele simulatie-omgevingen, waar complexe scenario’s getraind kunnen worden in een veilige omgeving. Deze virtuele trainingsomgevingen worden steeds levensechter, waardoor er meer fysieke overeenkomsten ontstaan met de werkelijke wereld. En hoe meer de virtuele wereld op de echte lijkt, hoe beter de opgedane kennis en vaardigheden in die virtuele omgevingen overgedragen kunnen worden naar de echte. Wat betreft Guy Boulet in een al wat ouder artikel (maar die toch deze week in mijn feedreader opdook) in eLearn Magazine moet er een ander accent komen op die levensechtheid.

Transfer
Boulet vraagt zich af of en hoe virtuele omgevingen bijdragen in de effectieve transfer van kennis en vaardigheden naar de realiteit. Hij onderkent de voordelen van het gebruik van virtuele omgevingen in het trainen van complexe vaardigheden en scenario’s. Echter,  als er geen sprake is van transfer van kennis van de virtuele naar de werkelijke omgeving, dan zijn ook de voordelen virtueel en dan worden de deelnemers minder of niet goed getraind.

In virtuele trainingsomgevingen doen deelnemers ruimtelijke kennis op. Door te navigeren in een virtuele ruimte verwerf je kennis die leidt tot een gevoel van herkenning en een beter vertrouwen in eigen kunnen als het gaat om ‘navigeren’ in de echte wereld. Hoe meer de virtuele omgeving de werkelijkheid weergeeft, hoe groter dat vertrouwen, hoe beter de transfer.
Maar ruimtelijke kennis alleen is niet voldoende om levensechte taken uit te voeren. Daar heb je procedurele kennis voor nodig en die doe je vooral op door ervaringen, door te handelen in specifieke situiaties. Voor effectieve transfer van deze procedurele kennis is het vooral van belang de context van de virtuele omgeving zoveel mogelijk overeenkomsten vertoont met de werkelijkheid.

Realistische taken
Bovenstaande verklaart waarom virtuele omgevingen steeds levensechter worden, geholpen door de ontwikkelingen op 3D-gebied en ‘augmented reality’. Boulet stelt echter dat een realistische fysieke virtuele omgeving alleen niet voldoende is. Het gaat met name om de opdracht en de handelingen die realistisch moeten zijn en de deelnemers moeten motiveren om er van te leren.

Het ontwerp van deze complexe taken heeft prioriteit boven de grafische interface. Om het verwerven van kennis te ondersteunen moeten deelnemers in de virtuele omgeving dezelfde rollen spelen als die ze tegenkomen in de echte wereld. Ook de interactie met andere deelnemers in de virtuele omgeving draagt bij aan betekenisverlening en verwerven van kennis.

Voorwaarden voor virtuele trainingen
In het artikel worden 6 voorwaarden beschreven voor virtuele trainingen, om de transfer van kennis en vaardigheden naar de werkelijke wereld effectiever te maken:

  1. De deelnemer heeft het gevoel dat hij deelneemt aan een realistische activiteit, en handelt daar ook naar, ondanks het feit dat hij in een virtuele omgeving werkt. Dit wordt ook wel ‘immersive learning‘ genoemd.
  2. Deelnemers moeten met elkaar kunnen samenwerken en groepstaken kunnen uitvoeren. Dit betekent dat virtuele omgevingen via internet of intranet goed bereikbaar zijn en dat onderliggende databases snel de handelingen van de deelnemers kunnen verwerken.
  3. Kennis en betekenisverlening wordt verworven via ervaringen. Voor de virtuele omgeving moet dus een goed en uitdagend ‘verhaal‘ ontworpen worden, zodat deelnemers ervaringen opdoen die leiden tot nieuwe kennis.
  4. De virtuele omgeving moet ‘karakters‘ kennen die het leren van de deelnemers kan ondersteunen. Deze rollen vertonen realistisch gedrag en reageren op de handelingen van de deelnemers. De rol kan geautomatiseerd zijn of gespeeld worden door een begeleider of deelnemer.
  5. De omgeving waar het verhaal zich afspeelt moet realistisch overkomen en voorzieningen bieden die het leren stimuleert.
  6. Er moet voldoende sturing zijn in de virtuele omgeving. Deelnemers moeten de juiste feedback ontvangen over hun handelingen en daarmee beter inzicht verwerven. Dit kan door een begeleider die de handelingen van de deelnemers bestudeert en/of door een virtuele coach.
Goed om dit even op een rijtje te krijgen. Ik ben zijdelings betrokken bij een project waar in het ontwerp elementen uit simulaties en games gebruikt worden in het opleiden van docenten via een virtuele leeromgeving. De inzichten kunnen ook gebruikt worden in de discussie over de inzet van ‘serious gaming’ in het onderwijs en het ontwerpen van leerpraktijken in virtuele omgevingen.

Afbeelding: RescueSim

Lees verder

Via het blog Dangerously Irrelevant stuitte ik op onderstaand filmpje. De University of Central Florida gebruikt computersimulaties met virtuele leerlingen in het trainen van leraren op het gebied van effectieve instructie en klassenmanagement.

Er valt wat voor te zeggen, hoewel er natuurlijk niets boven het echte werk gaat: vallen en opstaan tijdens een praktijkstage. Maar de kwaliteit van leren op de praktijkschool hangt enorm af van de kwaliteit van begeleiding op de stageschool, de mate waarin de student in staat is om kritisch te reflecteren op eigen handelen en de coachende rol van een instituutsbegeleider. Soms wordt er te weinig geleerd voor, tijdens en vooral na een les op de stageschool. Ook over de mate van transfer van de geleerde theorie in de praktijk valt soms te discussiëren.

Ik zie deze techniek met name als ‘scaffolding-technology’, ter ondersteuning van het leerproces. In dit geval een kenmerkende beroepssituatie in een praktijksetting waar de studenten naar toe werken. Ze spelen de simulaties in een ‘veilige’ omgeving en bespreken de resultaten met mede-studenten en een docent. De intervisie maakt dat de student zich bewuster wordt van zijn eigen vaardigheden, gaat zich daardoor gerichter voorbereiden op de les, en kan daar achteraf ook beter op reflecteren. Het oefenen kan het zelfvertrouwen vergroten en de kans op een positieve leerervaring groter maken. De docent die de studenten begeleidt in het spelen van de simulaties kan de resultaten koppelen aan de geleerde theorie en deze gelijk inzichtelijk maken voor de studenten. Zo ontstaat er een soort van instituutspracticum dat de stagepraktijk goed kan ondersteunen.

Andere mogelijkheden? Een simulatie spelen als onderdeel van de fasetoets? Of zoals in het filmpje ook wordt genoemd, een simulatie spelen tijdens je sollicitatiegesprek? Dan zou ik de sollicitant wel een andere simulatie laten spelen. Een simulatie met een klas van +25 stuiterballen met een samenwerkend leren werkvorm, maar dat zag ik niet terug op het filmpje.

Meer info op Serious Games Market.

bron afbeelding

Lees verder

NingVanochtend had ik een leuk overleg met studenten en docenten op een stageschool. De studenten ontwikkelen samen met de docenten een programma voor een projectweek aan het einde van het schooljaar. Leerlingen uit 3 VMBO in de richting handel & administratie starten als jonge ondernemers hun eigen winkel. Marktonderzoek, begrotingen, assortiment, locatiefactoren, marketing en reclame, alles komt aan bod.

De uitdaging voor de studenten en de docenten is om in dit project een digitale leeromgeving in te zetten. De leerlingen moeten met behulp van de leeromgeving zelfstandig aan de slag kunnen en het moet de docenten in staat stellen om de leerlingen goed te begeleiden. Welke leeromgeving gebruik je daarvoor? Dat is de vraag die studenten en docenten gaan onderzoeken. De school heeft zelf geen digitale leeromgeving, dus we moeten gebruik maken van web 2.0 omgevingen op het web. De sessie en de vraag inspireerde mij tot de volgende gedachte: de Simulatie Ning. Ik praat even hardop, als u het goed vindt.

Simulatie Ning
Een dergelijke opdracht moet je volgens mij benaderen als een simulatie. Een betekenisvol rollenspel. De leerlingen zijn de jonge ondernemers, de docenten de verschillende instanties waar de jonge ondernemers mee te maken hebben, etc. De Ning ondersteund de communicatie tussen haar leden, een leeromgeving voor een (project-) sociaal netwerk.  De Ning maakt het een sociale simulatie. Ik heb het idee dat een Ning de leerlingen zou kunnen aanspreken. Het is eenvoudig om te gebruiken, ook voor de docenten. Het uploaden van foto’s en video’s gaat snel en dat vinden leerlingen leuk om te doen. Er is veel ruimte voor de informele communicatiestromen, leerlingen kunnen lekker ‘krabbelen’. Ok, het is geen Hyves. Maar dat is misschien te informeel en ‘te populair’ voor dit project. Ik vind de hoofdpagina van een Ning interessant. Hier zie je de activiteiten van de leden. Een blik op deze pagina en je hebt een idee van de sfeer van je project.

Samenwerken en peerfeedback
Leerlingen gaan samenwerken in groepjes. Ieder groepje is een bedrijf in oprichting. Ieder bedrijf is een lid van de Ning, heeft zijn eigen pagina. Daar kunnen documenten geplaatst worden, de stukken die ze moeten opleveren om een bedrijf te starten (evt. door koppeling met Google Docs). Afbeeldingen en video’s plaatsen spreekt voor zich. Alle bedrijven werken in de zelfde Ning: ze kunnen bij elkaar kijken en van elkaar leren. Ik zie mogelijkheden voor informele peerfeedback. De docenten kunnen dit sturen en leren op deze manier wat het inhoud om leerlingen online te begeleiden.

Reflectie
In het project krijgt reflectie door leerlingen een belangrijke plek. Volgens mij is reflectie door leerlingen een van de moeilijkste dingen. Je moet je afvragen of het traditionele invullen van een logboek gaat werken bij de doelgroep. In plaats daarvan kun je ze vragen kleine ‘krabbels’ in hun blog te schrijven. Ook hier kan je peerfeedback toe laten passen: bekijk de blog van je collega en geef hem een tip voor de volgende keer. Hoogstwaarschijnlijk zetten we de Flip camera’s in. Waarom laten we leerlingen niet reflecteren door filmpjes te maken. Laat ze elkaar interviewen bijvoorbeeld? Door hun ‘tools’ te gebruiken motiveer je de leerlingen en sluit je aan bij hun belevingswereld.

Het zou overigens ook een leuke eindopdracht zijn voor de leerlingen. Maak een videoclip van je bedrijf in oprichting en toon deze aan de ‘leningverstrekker’ (die rol zou door de rector van de school gespeeld kunnen worden). Zouden de leerlingen het leuk vinden om filmpjes te leren monteren? Ik denk het wel. Misschien gebruiken we wel iets als Animoto.

Arrangeren van leerobjecten
Docenten hebben ook hun eigen pagina op de Ning. Zij spelen ook een rol, die van de verschillende instanties die de jonge ondernemers op hun pad tegenkomen. Als we de workflow goed omschrijven dan is dit de manier voor de docenten om de leerlingen inhoudelijk te begeleiden. De docenten richten hun eigen pagina’s, hun loket,  in met leerobjecten. Informatieve links, filmpjes, voorbeelden, maar ook met kleine toetsen, polls, e.d. We hanteren de taxonomie van Bloom. Op deze manier leren docenten effectief educatief materiaal voor een leeromgeving arrangeren. De jonge ondernemers komen een aantal keren bij de loketten. Daar kunnen ze vragen stellen. Je zou de jonge ondernemers kunnen verplichten om een aantal vragen te stellen aan de loketten, een manier om ze te activeren en ook weer te sturen.

Op de voorpagina van de Ning richten we een aantal webparts in die algemene informatie geven over het project: over het starten van een bedrijf. Je zou via een Twitter-account een ‘nieuwsfeed’ kunnen maken, die de jonge ondernemers periodiek van specifieke informatie voorziet. Het blijft een simulatie. Daar moet een beetje dynamiek van ‘buiten’ inzitten. Misschien komt er wel een bericht langs van de Kamer van Koophandel die een workshop ‘begroting maken’ aanbiedt. Toevallig in het lokaal naast de mediatheek. En toevallig op die dag dat ze de begroting moeten laten goedkeuren door de ‘bankmedewerker’.

Ah, genoeg ideeën! Ik neem ze mee voor het volgende overleg. Er zullen er nog wel meer komen.

Heeft iemand anders misschien suggesties of ervaringen met Ning’s in het VMBO? Ik hoor het graag!

Lees verder

Anti-Teaching coverIk las vorige week het artikel Anti-teaching: Confronting the Crisis of Significance” van Michael Wesch. Ik vind het leuk dat, als je een artikel leest waardoor je geïnspireerd raakt, je allerlei ideeën krijgt. Het ene idee leidt tot het andere. Free flow of thoughts. Nadat ik het gelezen had, snel wat trefwoorden in m’n Ipod getikt zodat ik deze nu kan uitwerken op m’n blog. Want daar heb ik ‘m voor.

Wesch schrijft in het artikel over het gebrek aan betekenisvol onderwijs:

The most significant problem with education today is the problem of significance itself. Students – our most important critics – are struggling to find meaning and significance in their education.

Wesch maakt dit glashelder in een video die hij samen met zijn studenten heeft gemaakt, A Vision Of Student’s Today. Deze video staat op YouTube en is op moment van schrijven ruim 2,8 miljoen keer bekeken. Bekijk de video, lees het artikel. Het komt heel dichtbij!

World Simulation
Wat mij inspireerde was het laatste stuk van het artikel waar Wesch waar hij verteld over zijn World Simulation. In deze opdracht lopen studenten een totaal andere wereld in als ze het klaslokaal inlopen. Er ligt een grote wereldkaart op de vloer. Studenten spelen allemaal een bepaalde expert over een bepaald deel of onderwerp van de wereld. De opdracht? Bedenk hoe de wereld in elkaar steekt. Studenten moeten een twee uur durende simulatie van 500 jaar geschiedenis ontwikkelen. De studenten leggen dit vast op video en monteren deze met fragmenten van echte geschiedenis. Gezamenlijk bekijken en bespreken ze de video.

Macht en ongelijkheid
Dat zou ik bij mij op school ook kunnen doen. Wij hebben een blok in het leergebied Mens & Wereld over Macht en ongelijkheid. We zouden de World Simulation van Wesch zo over kunnen nemen. Wereldkaart, groepen studenten vertegenwoordigen verschillende aspecten en actoren in het kader van Macht en ongelijkheid en ontwikkelen een simulatie over de laatste 500 jaar. Of misschien zelfs de laatste 50 jaar. Studenten gebruiken Flips om de simulatie op te nemen en monteren deze afgewisseld met echte beelden.

Beelden van onderwijs
Wat ook tof zou zijn is om onderwijs de context laten zijn. Studenten hebben in het begin van onze opleiding een blok over Beelden van onderwijs, met als doel om het huidige onderwijs in Nederland te bestuderen. Nu geen wereldkaart op de grond maar een ‘echt klaslokaal’ simuleren. Hoe denken studenten hoe het onderwijs werkt? Welke ideeën/visie hebben zij over verschillende aspecten van onderwijs? Hoe zien zij de rol van docent en leerling? Noem maar op. Studenten nemen elkaar op met de Flip en ontwikkelen een simulatie. Vervolgens gaan ze op hun stageschool de werkelijke situatie filmen (na toestemming van de school uiteraard), en deze beelden monteren ze in hun simulatie. Wat zijn de verschillen, wat zijn de overeenkomsten, klopt het beeld? Interessante opdracht.

Belangrijkste elementen van de World Simulation zijn dat de studenten hun eigen omgeving ontwikkelen en daar ook eigenaar van zijn. Deze werkvorm dwingt studenten om goede vragen te stellen, out of the box te denken te zijn en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces. De docent moet dit proces begeleiden, niet tegenhouden door ‘les te geven’. Deze werkvorm draait om the quality of learning, rather than de quality of teaching (Wesch, uit z’n artikel). De student werkt actief aan betekenisvol onderwijs. Yeah!

Lees verder