— Leervlak.nl

Archive
Tag "informeel leren"

Hieronder het persbericht dat is verstuurd voor de Invisible Learning Tour 7 & 8 maart 2011. Ik ga maandag 7 maart naar Leeuwarden, en ga me bezighouden met de vraag wat het verhaal van invisible learning betekent voor de lerarenopleiding.

Vanavond om 20:00 is er een pre-/teaser webinar waar we aan de hand van stellingen alvast opwarmen. Uiteraard is John Moravec aanwezig om zijn reactie te geven op de stellingen. Er heeft zich via Facebook al een internationaal gezelschap aangemeld.

Lees verder

“Rules of snake”
Toen ik in 2000 de Arthur Andersen Alameda Community Learning Center bezocht in kader van een studiereis werden we bij de receptiebalie ontvangen door twee learners. Of we een afspraak hadden? Eenmaal binnen viel mij het rooster op, een dagindeling op een vel papier, door learners gemaakt. Tijdens de rondleiding werden we voorgesteld aan de slang, door een learner meegebracht. Op het terrarium van de slang hing een bordje met daarop de ‘rules of snake‘. Vier regels die moesten bijdragen aan een lang verblijf van de slang op de school.

Lees verder

Via een tweet van @dorinedocent kwam ik op de blog van Ronny Lohuis een interessante bijdrage over formeel en informeel leren tegen. Lohuis beschrijft formeel- en informeel leren via een aantal dimensies:

  1. Gepland vs. toevallig (de dimensie serendipiteit)
  2. Gestuurd vanuit cursist of vanuit de docent/organisatie (de dimensie sturing)
  3. Alleen, geïsoleerd vs. met en in een groep leren (de dimensie sociale structuur)
  4. In of buiten de situatie waarin het toegepast kan worden (de dimensie context)

Hij gebruikt dit model om werkvormen en leersituaties in af te zetten, om vandaar uit bewust keuzes te kunnen maken over verdere uitwerking en ondersteuning. Een praktisch, bruikbaar model, die we in een iets andere vorm ook hebben toegepast in het onderzoek Students’ Voices II.

Bij informeel leren gaat het om incidenteel leren, het leereffect komt van een onbedoelde opbrengst van een activiteit. Bij formeel leren gaan we uit van een ontwerp, met vooraf bepaalde leerdoelen, waar volgens mij ook altijd sprake is van ‘toevallig leren’. Als je kijkt naar de context van de school dan is er altijd sprake van een combinatie. En binnen de context van school is er bij informeel leren altijd sprake van een intentie.

De dimensie ‘sturing’ blijft interessant. In deze dimensie wordt zichtbaar bij wie het vertrekpunt van leren ligt, bij de lerende of de docent. Ik ben zelf een docent die zoveel mogelijk ‘uit de weg van het leren van de lerende’ probeert te gaan, daarmee ruimte scheppend voor informele leerprocessen bij de lerende, met als resultaat een groter leereffect en eigenaarschap over het geleerde. Maar omdat te bereiken moet ik de juiste voorwaarden scheppen. Of niet? Heerlijk onderwerp dit.

Afbeelding:business-strategy-innovation.com

Lees verder

‘Lang, lang geleden’, deed ik op deze plek een oproep naar leerpraktijken die op een succesvolle wijze web 2.0 technologie inzetten. Het lectoraat eLearning was op zoek naar de kenmerken van deze succesvolle leerpraktijken en vroeg zich af of en welke van die kenmerken geschikt zouden zijn voor het herontwerpen van leepraktijken in vergelijkbare- en minder vergelijkbare situaties.

Daar zat ook nieuwsgierigheid in naar de vraag in welke mate  de ‘affordances’ van web 2.0 technologie zouden bijdragen aan gedeeld eigenaarschap tussen lerenden en docent/begeleiders: co-creatie!

Het onderzoek, onder de noemer van het internationale ‘Students’ Voices project, is afgerond en heeft geresulteerd in de beschrijving van vijf verschillende casussen incl. bijbehorende ‘flipumentaries’.

Casussen
De oproep leverde een respons op van ongeveer 30 casussen. Uit deze longlist volgde een shortlist, en daaruit een selectie van casussen. Na introductiegesprekken en een documentstudie hielden we met de betrokkenen (lerenden en docenten/begeleiders) half-open interviews op basis van een analyse- en evaluatiekader. Hieruit volgde een casebeschrijving en een cross-case analyse.

De vijf casussen die we hebben beschreven zijn:

  1. Knowmads, een ‘school voor de talented outcast’, waar ondernemerschap, sociale innovatie en leren door doen centraal staat;
  2. GNR8, een leerwerkbedrijf van Hogeschool Inholland, die ‘student generated’ mediaprojecten uitvoeren voor het bedrijfsleven;
  3. Hairlevel XL, een visueel zeer aantrekkelijke online leeromgeving voor leerlingen die de kappersopleiding volgen;
  4. Gamemuseum in Delicious, een initiatief van een docent die zijn studenten via social bookmarking een ‘gamemuseum’ inricht;
  5. Mees’ podcasting, de ‘bijna altijd’ wekelijkse radiopodcasts van Maarten Hendrikx met zijn leerlingen (in combinatie met Twitter).

Succesfactoren
Kort over de resultaten (voor een uitgebreid verslag verwijs ik u naar de rapportage). U ziet hem wellicht aankomen, er is geen eenduidige succesformule aan te wijzen! Maar dit zijn de de succesfactoren die de leerpraktijken met elkaar delen. En nogmaals, deze factoren zijn aangegeven in de interviews met de betrokkenen, waaronder ook de lerenden. De students’ voice komt hierin terug.

  1. Bij alle leerpraktijken is er sprake van intrinsieke motivatie. Lerenden geven duidelijk aan een bepaalde mate van mede-eigenaarschap over de leerpraktijkte ervaren. Er is sprake van co-leren, er wordt mede vorm gegeven aan het leerproces en leerproduct;
  2. De leerpraktijken sluiten nauw aan bij de praktijk en de belevingswereld van de studenten. De leerpraktijken zijn authentiek! Echt! Er is sprake van leren door doen. Dit activeert de lerenden, en draagt vervolgens weer bij aan motivatie en eigenaarschap;
  3. Er worden veilige leeromgevingen gecreëerd, waar leerlingen verantwoordelijkheid krijgen. Bij de ene leerpraktijk vindt er op dit terrein meer sturing plaats dan andere, maar dat hoeft niet af te doen aan de mate van eigenaarschap die de lerenden ervaren. Belangrijk bij deze succesfactor is het vertrouwen dat lerenden krijgen van hun docenten/begeleiders. Hierdoor ontstaat ruimte voor creativiteit, zelf-ontplooiiing en betrokkenheid;
  4. De web 2.0 technologie is alomtegenwoordig en laagdrempelig in gebruik. Lerenden kunnen de tools inzetten op een wijze die het best aansluit bij hun persoonlijke leervoorkeuren. Als de didactische strategie o.a. de drie bovenstaande succesfactoren bevat, dan wordt zichtbaar dat de inzet van web 2.0 de actieve betrokkenheid bij het vormgeven van de leerprakijk versterkt. De inzet en de gebruikte functies van web 2.0 wordt wel sterk bepaald door de organisatie van de leerpraktijk, die van formeel tot informeel kan zijn. Interessant in dit geval is de casus Hairlevel XL, die niet zozeer de bekende web 2.0 technologie inzetten binnen het curriculum, maar de functionaliteiten en visie daarachter ‘adopteren’ en vormgeven in een ‘veilige, afgesloten’ leeromgeving. Een formele benadering, maar zeer taakgericht en dat draagt zeker bij tot een mate van succes.
  5. Alle betrokken docenten en begeleiders zijn ervaren gebruikers van de web 2.0 technologie. Het zijn voorlopers die durven experimenteren met technologie, en daar ook de ruimte voor krijgen/nemen. Het zijn vooral didactici die het individuele leerproces van de lerenden voorop hebben staan, en kennis hebben over hoe web 2.0 in te zetten om dit leren te bevorderen. Het zijn docenten die open staan voor samen leren en vertrouwen hebben in de lerenden.

Matrix
In de cross-case analyse hebben we vervolgens getracht de leerpraktijken te typeren. Dit hebben we gedaan vanuit de aanname dat de inzet van web 2.0 technologie bijdraagt aan mede-eigenaarschap, dat de basis is voor co-creatie en co-productie in de leerpraktijken. Is de lerende volledig eigenaar, dan is er sprake van informeel leren, dat we ook zien als een van de aspecten van web 2.0.  Hoe meer ruimte de lerende krijgt om de leerpraktijk mede vorm te geven, en hoe groter de rol van Web 2.0-technologie, hoe meer er wellicht sprake kan zijn van informeel leren. Hoe minder er sprake is van een vooraf ontworpen leerpraktijk en hoe meer dat afhankelijk is van een proces, hoe groter het aandeel is van informeel leren is en hoe groter het aandeel mede-eigenaarschap wordt. En dat zie je o.a weer terug in hoe de lerenden en hun docenten/begeleiders de web 2.0 technologie gebruiken, namelijk meer functies en ter ondersteuning van een groter gedeelte van het leerproces.

Overdraagbaarheid
De overdraagbaarheid van de succesfactoren van de verschillende casussen is een lastig verhaal. De leerpraktijken kennen hun specifieke context. Het succes van de leerpraktijken wordt bepaald door de betrokkenen, die geven de leerpraktijk een uniek karakter mee. Bovendien is er sprake van maatwerk. Als we het hebben over overdraagbaarheid dan moet je de genoemde succesfactoren eerder  als voorwaarden en ontwerpprincipes nemen in het ontwerp van leerpraktijken in vergelijkbare en minder vergelijkbare contexten.

Ten slotte
Lees het volledige rapport hier. Op dezelfde site treft u ook de bijbehorende filmpjes aan die door studenten van GNR8 (Sammy & Dave) zijn gemonteerd en bestaan uit o.a. Flip-opnames die we hebben gemaakt ten behoeve van het onderzoek. In deze filmpjes hebben we getracht zoveel mogelijk de students’ voice naar voren te laten komen. Hieronder treft u een presentatie aan die we hebben gebruikt tijdens de Dag van het Onderzoek van Inholland op 4 november 2010.

Het is het tweede Students’ Voices onderzoek waaraan ik heb mogen meewerken, en ben eigenlijk weer verrast door de meningen en de beleving van de leerlingen en de studenten als het gaat om vormgeven van onderwijs. Het is ook niet voor niets dat we onderwijsinstellingen het advies geven om ruimte te bieden voor nieuwe initiatieven die samen met de leerlingen en de studenten worden ontwikkeld.

De kans is groot dat er een innovatieve leerpraktijk onstaat en dat de technologie ook daadwerkelijk wordt ingezet en bijdraagt aan de kwaliteit van leren.

Lees verder

Tijdens de training eLearning op de School of Education Amsterdam grepen drie enthousiaste studenten de kans om even met het SMARTboard te werken. Even aan elkaar laten zien wat er mogelijk is. Experimenteren, informeel leren.

Daar kan je alleen maar even je camera opzetten en dan niets doen! Later nog wat hide & reveal trucjes laten zien aan de dames, om wat meer mogelijkheden van het SMARTboard in de les op hun netvlies te krijgen.

Studenten testen het SMARTboard from Jeroen Bottema on Vimeo.

Photo & video van Jeroen Bottema, met toestemming van de studenten

Lees verder

Gisteren bezocht ik Fill The Gap 7, een zogenaamde Open Space bijeenkomst. In een blogpost eerder deze week schreef ik hier al over, maar kan deze nu aanvullen met ervaringen. Ik was nog niet bekend met Open Space bijeenkomsten of Open Space Technologie, maar wat mij betreft is het voor herhaling vatbaar: een creatieve chaos, mensen die open staan om te leren en te delen en met elkaar oplossingen zoeken voor complexe vraagstukken. Een mix van netwerken en informeel leren. Of zoals Hanno van der Steen, die de Open Space sessie gisteren leidden, zei: “It’s like a very long coffeebrake, where you talk about the things that inspire you”.

OST
De filosofie van een Open Space bijeenkomst is dat je een grote groep mensen verzameld rondom een complex probleem of vraagstelling. Het doel is om de kennis en expertise van deze mensen te mobiliseren zodat er oplossingen bedacht worden, die uiteindelijk resulteren in concrete actieplannen.

Het is belangrijk dat deze mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om aan oplossingen te werken. De probleemstelling moet dus in hun vakgebied liggen, het moet ze raken, het moet belangrijk gevonden worden. Iedere deelnemer heeft invloed op het eindresultaat, omdat de agenda van de bijeenkomst niet vooraf is opgesteld. Iedere deelnemer heeft de kans om binnen de Open Space iets te organiseren rondom een thema of deelvraag die te maken heeft met het centrale thema.

Lees een gedetailleerdere beschrijving van Open Space Technology op Openspaceworld.org en Wikipedia.

Fill The Gap
Hoe ging dat gisteren? Hanno van der Steen gaf een korte introductie op de werkvorm. Zo waren er vier spelregels:

1. De mensen die aanwezig zijn, zijn de juiste mensen;

2. Wat er gebeurt, is het enigste wat had kunnen gebeuren;

3. Het begint wanneer het beging;

4. Het eindigt wanneer het eindigt;

Gisteren was er sprake van een beetje structuur, er stonden namelijk twee ronden van een uur op het programma. Echter, zoals ik eerder al aangaf, er was geen agenda. Deze agenda werd on the spot gecreëerd. Mensen uit het publiek liepen naar het ‘agendabord’, en deden een pitch over het thema of vraag waar zij een sessie voor wilde organiseren. In het filmpje onderaan krijg je een goed beeld van hoe dat gaat. In de ruimte waren een aantal plekken met flip-overs, stiften en papier. De sessie leiders kregen de opdracht om de aanbevelingen/oplossingen samen te vatten en op het agendabord te plakken. Deze resultaten moeten uiteindelijk leiden tot follow-up activiteiten of concreet beleid.

De rest van het publiek was vrij om te kiezen aan welke sessie zij mee wilden doen. Echter, er is één wet: De Wet van de Twee Voeten. Als je aan een sessie deelneemt waarbij  je niet het idee krijgt dat je iets aan het leren bent, niet geïnspireerd raakt of niet vind dat jij een actieve bijdrage kan leveren: walk away! Ga op zoek een productiever gesprek.

Dat lijkt hard voor degene die de sessie geïnitieerd heeft, maar heeft wel tot gevolg dat niet of minder productieve sessies snel eindigen en dat er effectief wordt omgesprongen met de inzet en creativiteit van alle betrokkenen.

Zo zijn er drie rollen die je kunt omschrijven tijdens een open space bijeenkomst, vertelde van der Steen:

1. De vlinder, die een sessie verlaat, wat in de ruimte rond fladdert en andere vlinders ontmoet, en daar een informeel gesprek mee voert.

2. De bij, die een sessie verlaat, op zoek gaat naar een andere sessie en aan bestuiving doet: het overdragen van eeder opgedane kennis.

3. De trouwe hond, die de sessie uitzit tot dat er een oplossing is geformuleerd. Ik was gister een trouwe hond, het thema sprak mij aan, en de deelnemers waren actief betrokken. Dan is het het waard om te blijven.

Mijn ervaring
Het was mijn eerste ervaring met de Open Space methode, ik heb er veel van geleerd. Ik denk dat de opzet met de twee rondes niet helemaal werkte. De eerste sessie was veel intensiever dan de tweede. Echter, je gaat dan ergens zitten, je raakt aan de praat en eigenlijk organiseer je dan toch weer een sessie.

OST mobiliseert creativiteit en innovatief vermogen bij de deelnemers als die gemotiveerd genoeg zijn en de ruimte krijgen om kennis te delen met elkaar. De sessies leverde veel resultaten op en van hoge kwaliteit (zover ik het snel kon beoordelen). Een formele conferentie had dit niet voor elkaar gekregen. Ik denk niet dat iedere vraag of probleemstelling geschikt is om OST op los te laten. Open vragen, toekomstgericht, grote thema’s, daar lijkt het mij ideaal voor. Belangrijk is wel dat alle deelnemers weten wat er met de resultaten gebeurt, welke follow-up activiteiten levert het op. Dat was voor mij niet helemaal duidelijk.

Wat zou ik met OST kunnen doen? Iets met mijn studenten? Ik twijfel. Ik werk vaak met kleine groepen, en hoewel het mogelijk is om OST te gebruiken in kleine groepen, zie ik de meerwaarde van informele kennisuitwisseling pas goed bij grote groepen. Het is belangrijk dat de studenten gemotiveerd zijn om actief deel te nemen, dat ze zich geraakt voelen door de vraag of probleemstelling. In een reguliere training is dat wellicht wat minder, maar misschien lukt het wel bij dit thema?

Het zou een gave werkvorm zijn bij het jaarlijkse INHolland evenement Show & Share. Of ter ondersteuning van de vorming van het nieuwe instellingsplan van INHolland.

Minister Plasterk zou eens flink onderwijsprobleem moeten neerleggen in een Open Space bijeenkomst met alle edubloggers en -tweeps. Dat zou wat opleveren!

Flip-impressie
In onderstaande impressie zie je de totstandkoming van de agenda en het eindresultaat.

Fill The Gap – Open Space session – Creating the agenda from Jeroen Bottema on Vimeo.

Lees verder

Voor de zomervakantie kwam ik student Stef Maas (eerder op dit blog geintroduceerd) tegen in de wandelgangen. Stef is in en om zijn studie en onderwijsstage met van alles bezig en vindt het jammer dat hij en zijn medestudenten van andere opleidingen zo weinig in de gelegenheid zijn om ervaringen met elkaar uit te wisselen. En geïnspireerd door de IPON-editie van de TeachMeetNL die hij bijwoonde stelde hij voor om daar wat aan te doen. We hebben daar, samen met een aantal creatieve en innovatieve ICTO-ers, recent over gebrainstormd.

Het is toch wel een serieuze opmerking die Stef maakte. Het gaat hier om informele kennisuitwisseling door studenten. Ik heb eigenlijk weinig zicht op hoe dat gebeurt en wat de kwaliteit is van de uitwisseling van studenten. En zouden ze er betere docenten van worden? Want hoe wordt je een goede leraar als je geen ervaringen uitwisselt met je ‘collega’s’. Hoe kun je als opleiding dit informele proces ondersteunen? Wat is de houding die je in dit opzicht van studenten mag verwachten?

Toen ik studeerde aan de lerarenopleiding was tijdens stageperiodes supervisie & intervisie ingeroosterd, minimaal een keer per week. Minimaal 1,5 uur lang ervaringen uitwisselen, elkaars casussen bespreken, leren van elkaar. Ik ben daar beter van geworden.  Maar de lerarenopleiding is aan het veranderen, en krijgt meer en meer een competentiegerichte structuur. Er zijn momenten ingeroosterd voor studieloopbaanbegeleiding, waar de student ervaringen kan uitwisselen met zijn mede-studenten. Alleen zijn deze momenten niet alleen gericht op de stagepraktijk en is het erg afhankelijk van de studieloopbaanbegeleider of er aan intervisie- en supervisie gedaan wordt. Natuurlijk is er begeleiding op de stageschool, maar daar zijn niet altijd medestudenten. Omdat de opleiding competentiegericht is zijn er studenten die op informele wijze hun ontwikkeling als docent verbreden en verdiepen door in allerlei projecten en initiatieven verzeild te raken, op de opleiding en op hun stageschool. Kunnen ze die ervaringen delen op onze opleiding? Is daar ruimte voor in bijvoorbeeld de slb-uren?

Kortom, het leertraject van de studenten wordt meer en meer persoonlijk van karakter. Studenten ontwikkelen zich op verschillende manieren, op een verschillend tempo. Het risico wat hierbij gelopen wordt is dat de student in zijn leertraject geïsoleerd raakt. En dat kan naar mijn mening niet het geval zijn, zeker niet op een school. Door de veranderende structuur van de lerarenopleiding is het belang van informele kennisuitwisseling tussen studenten nog belangrijker geworden in hun ontwikkeling naar startbekwame docent, die competent is in reflectie en ontwikkeling. Ik denk dat de lerarenopleiding een verantwoordelijkheid heeft om dit te ondersteunen. Daarnaast is het ongelofelijk zonde om al die bijzondere ervaringen en kennis niet te delen met elkaar.

Uitwisseling

Ik vind dat daarnaast nog iets speelt, maar dat is een gevoel.  Ik vind de houding van sommige studenten erg zakelijk: op school wordt er met name geconsumeerd, daarna gaat men snel weer naar huis. Studenten hebben vaak een baan en/of een gezinssituatie waar rekening mee gehouden moet worden. Dat is de studenten hun goed recht. Ik vind het wel jammer als ik dit gedrag ook terug zie in de stageactiviteiten: “Ik kom mijn lesjes doen….”. Helemaal erg wordt het als hier nog een saus van “zesjes mentaliteit” over heen gegoten wordt. Dit zijn gelukkig uitzonderingen, en ik wil zeker niet de studenten over een kam scheren. Maar in het algemeen durf ik wel te stellen dat de tijd die studenten nemen om zich, naast de formele verplichtingen van colleges en trainingen, op informele wijze te  ontwikkelen onder druk staat. Dat weerhoudt veel studenten ervan om eens een keer in een project te stappen, iets extra’s te doen voor de stageschool of de tijd te nemen om naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren. En dat is jammer.

Maar waarom is het dan zo belangrijk? Ten eerste omdat ik denk dat studenten door informeel leren binnen de opleiding betere docenten worden, al was het alleen maar door  uitwisseling van informatie tussen studenten. De medestudent is een klankbord, een spiegel, een bron van inspiratie of de redder in nood. Ten tweede omdat ik vind dat creativiteit en innovatief vermogen hier een rol spelen. Out-of-the-box denken, met elkaar problemen oplossen, elkaar op ideeën brengen. Kwaliteiten waarover een moderne docent, die het onderwijs van de 21e eeuw gaan vormgeven en millenium learners gaan begeleiden, dient te beschikken naast die van vakinhoud, pedagogiek en didactiek. En dat kan nooit alleen plaatsvinden in de formele leeromgeving van onze opleiding. Ten derde vind ik het prima als we docenten opleiden die onafhankelijke, kritische kenniswerkers zijn, maar denk ik dat het onderwijs van vandaag vooral docenten heeft die interafhankelijk kunnen werken, en met elkaar iets kunnen bouwen.

Tijdens de brainstormsessie begin vorige week, hebben we nagedacht op welke manieren de opleiding kan helpen in het inrichten van deze informele leeromgeving. Ik pleit voor een cultuur binnen de opleiding waar alle studenten uitgedaagd worden om zich op verschillende manieren te profileren en authentieke leerervaringen op te doen. Nu zijn daar gelukkig wel wat ontwikkelingen in aan te wijzen, maar het mag van mij wat structureler en meer ingebed zijn in de visie van de lerarenopleiding op leren en onderwijs. Daarnaast moet de school ook een sociale ontmoetingsplaats zijn waar er naast een formeel curriculum ruimte is voor informele kennisontwikkeling en uitwisseling. Waar de student gemotiveerd raakt om zijn creativiteit en innovatieve kracht te tonen, en waar dat vervolgens ook beloond wordt. Gedrag is echter lastig te veranderen, cultuur is niet iets wat je zomaar creëert. Maar je kan wel de randvoorwaarden scheppen en initiatieven ontplooien waardoor studenten gemotiveerd raken om ervaringen met elkaar te delen.

De brainstorm bracht verschillende ideeën op tafel. Iets als een TeachMeet? Informeel van karakter, pure uitwisseling van kennis en ervaringen. Maar binnen een opleiding iets te formeel van karakter? Wat kunnen we leren van evenementen als de Dag van de Dialoog? Wat kunnen we bereiken met ICT? Het event MiXM kwam op tafel, waar ik ook een deel van heb bezocht. Het is zeker de moeite waard om te kijken hoe we door het gebruik van verschillende media en sociale netwerken de informele uitwisseling van informatie tussen studenten kunnen ondersteunen en versterken. Is er een crossmedia-concept te bedenken waar we de actieve rol en verantwoordelijkheid van de student kunnen benadrukken, de student als prosumer.

We brainstormen binnenkort verder. Over het het idee van Stef.

Photo by fisserman | Flickr

Lees verder

Anti-Teaching coverIk las vorige week het artikel Anti-teaching: Confronting the Crisis of Significance” van Michael Wesch. Ik vind het leuk dat, als je een artikel leest waardoor je geïnspireerd raakt, je allerlei ideeën krijgt. Het ene idee leidt tot het andere. Free flow of thoughts. Nadat ik het gelezen had, snel wat trefwoorden in m’n Ipod getikt zodat ik deze nu kan uitwerken op m’n blog. Want daar heb ik ‘m voor.

Wesch schrijft in het artikel over het gebrek aan betekenisvol onderwijs:

The most significant problem with education today is the problem of significance itself. Students – our most important critics – are struggling to find meaning and significance in their education.

Wesch maakt dit glashelder in een video die hij samen met zijn studenten heeft gemaakt, A Vision Of Student’s Today. Deze video staat op YouTube en is op moment van schrijven ruim 2,8 miljoen keer bekeken. Bekijk de video, lees het artikel. Het komt heel dichtbij!

World Simulation
Wat mij inspireerde was het laatste stuk van het artikel waar Wesch waar hij verteld over zijn World Simulation. In deze opdracht lopen studenten een totaal andere wereld in als ze het klaslokaal inlopen. Er ligt een grote wereldkaart op de vloer. Studenten spelen allemaal een bepaalde expert over een bepaald deel of onderwerp van de wereld. De opdracht? Bedenk hoe de wereld in elkaar steekt. Studenten moeten een twee uur durende simulatie van 500 jaar geschiedenis ontwikkelen. De studenten leggen dit vast op video en monteren deze met fragmenten van echte geschiedenis. Gezamenlijk bekijken en bespreken ze de video.

Macht en ongelijkheid
Dat zou ik bij mij op school ook kunnen doen. Wij hebben een blok in het leergebied Mens & Wereld over Macht en ongelijkheid. We zouden de World Simulation van Wesch zo over kunnen nemen. Wereldkaart, groepen studenten vertegenwoordigen verschillende aspecten en actoren in het kader van Macht en ongelijkheid en ontwikkelen een simulatie over de laatste 500 jaar. Of misschien zelfs de laatste 50 jaar. Studenten gebruiken Flips om de simulatie op te nemen en monteren deze afgewisseld met echte beelden.

Beelden van onderwijs
Wat ook tof zou zijn is om onderwijs de context laten zijn. Studenten hebben in het begin van onze opleiding een blok over Beelden van onderwijs, met als doel om het huidige onderwijs in Nederland te bestuderen. Nu geen wereldkaart op de grond maar een ‘echt klaslokaal’ simuleren. Hoe denken studenten hoe het onderwijs werkt? Welke ideeën/visie hebben zij over verschillende aspecten van onderwijs? Hoe zien zij de rol van docent en leerling? Noem maar op. Studenten nemen elkaar op met de Flip en ontwikkelen een simulatie. Vervolgens gaan ze op hun stageschool de werkelijke situatie filmen (na toestemming van de school uiteraard), en deze beelden monteren ze in hun simulatie. Wat zijn de verschillen, wat zijn de overeenkomsten, klopt het beeld? Interessante opdracht.

Belangrijkste elementen van de World Simulation zijn dat de studenten hun eigen omgeving ontwikkelen en daar ook eigenaar van zijn. Deze werkvorm dwingt studenten om goede vragen te stellen, out of the box te denken te zijn en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces. De docent moet dit proces begeleiden, niet tegenhouden door ‘les te geven’. Deze werkvorm draait om the quality of learning, rather than de quality of teaching (Wesch, uit z’n artikel). De student werkt actief aan betekenisvol onderwijs. Yeah!

Lees verder