— Leervlak.nl

Archive
Tag "docentvaardigheden"

Een inspirende bijdrage van Paul Natorp op TedxBilbao (hoewel hij wel even op gang moet komen). Natorp beschrijft wat hij geleerd heeft over onderwijs en zijn rol als ‘educator’ vanaf de tijd dat hij bij KaosPilots in Denemarken betrokken raakte.

…and what I discovered was that if we want to create a space for people to grow and really learn it matters a lot how we think about each other and how we look at each other. And this was probably one of the most powerful interventions I’ve done in my professional life as an educator. I shared my own vulnerability and my desire to learn with my students. And most importantly I chose to look at them as creative, resourceful and whole human beings that are worthy of responsibility and trust. And are capable of finding good solutions themselves.

Natorp pleit voor een school dat vooral een plek van vertrouwen, respect en ondersteuning moet zijn. Respect voor elkaars dromen, vertrouwen dat deze dromen tot realiteit gemaakt kunnen worden en ondersteuning voor de jongeren om deze grote stappen in het onbekende te durven maken.

So what I’ve learned is that as teachers we must get out of the way of our students and we must stand by their side to support them.

As educators and teachers it is not our job to tame our students. I believe that an important part of our job is to untame our students, to help them to express who they are, use their talents and find food themselves.

Dit raakt mijn passie voor onderwijs en leren. En als lerarenopleider zal ik in 2011 weer mijn uiterste best doen om de passie en talenten van mijn studenten centraal te stellen en ze helpen om creatieve en innovatieve docenten te laten worden.

Ik wens iedereen een leerzaam 2011 toe! Vol dromen en in alle gezondheid!

PS. Kaospilots in Nederland kennen we als Knowmads. Luister hier bijvoorbeeld eens naar Naomi en Pieter Spinder.

(Via “Is het nu Generatie X, Y of Einstein“)







Afbeelding: gever tulley @Flickr

Lees verder

Collega Maarten Terpstra (GNR8) tipte mij via Yammer op de Ted Talk van Diana Laufenberg, een docent ‘American History’ in Philadelphia. Goed onderwijs gaat volgens haar om ‘experiental learning‘ (leren door doen), ‘empowering the students’ voice‘ en ‘embracing failure‘. Het onderwijslandschap is volgens haar verslaafd aan ‘the culture of the one right answer’. De boodschap dat lerenden geen fouten mogen maken is een verkeerde!

Because learning has to include a amount of failure, because failure is instructional in the proces

..what learning can look like in a landscape where we let go of the idea that kids come to school to get the information but instead ask them what they can do with it. Ask them some really interesting questions, they will not dissapoint! Ask them to go to places, to see things for themselves, to actually experience the learning, to play, to inquire.

We [onderwijs] know how to this better, and it’s time to it better!

De boodschap onderschrijf ik en inspireert mij, net als haar enthousiasme!

Afbeelding: elycefeliz @Flickr

Lees verder

Dat er in het onderwijs veel aandacht bestaat voor ‘leren denken’ in de lessen is belangrijk. The World Is Flat en we hebben ze nodig, die kenniswerkers met A Whole New Mind. Een actieve, creatieve en kritische houding verwachten we van onze leerlingen. Dat zullen ze nodig hebben voor die tien tot veertien banen….voor hun 38e. Ga d’r maar aanstaan. Shift happens.

Dus praten we in het onderwijs over het aanleren van kritische informatievaardigheden, softskills en  21st century learning skills. Het gaat niet alleen meer om weten dat, maar ook om weten hoe. Procedurele kennis naast declaratieve. Deze kennis moet ook in nieuwe situaties worden toegepast, transfer. Het gaat om het aanleren van een bewustzijn van eigen denken en strategieën om het eigen denken effectiever te maken. Een voorwaarde is om deze vaardigheden expliciet te maken in een curriculum. Het is vervolgens aan de docent om de leerlingen deze vaardigheden aan te leren en ze hierin te begeleiden. En uit eigen ervaring weet ik dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan.

Leren denken met Aardijkskunde
Joop van der Schee, bijzonder hoogleraar onderwijsgeografie en werkzaam bij het Onderwijscentrum van de VU, verzorgde 17 september j.l. een gastcollege voor de masteropleiding Leren & Innoveren van Inholland. Het  thema was ‘leren denken’ en hij had de studenten een artikel laten lezen over de door David Leat ontwikkelde methode Thinking Through Geography en de Nederlandse variant Leren denken met Aardrijkskunde, waarvan van der Schee co-auteur is.

Leren denken met Aardrijkskunde is een methode voor aardrijkskundedocenten met werkvormen inclusief materiaal en instructiestrategieën om ze toe te passen in de les. Het doel van de werkvormen is om leerlingen op een uitdagende wijze geografische inzicht bij te brengen, maar ook om leerlingen beter te laten leren. Het gaat om simpele werkvormen zoals het taboespel of welk woord weg tot complexere werkvormen als het gebruiken van een Venn-diagram. Zie deze site voor een prachtig overzicht van de werkvomen (en een toelichting op  TTG en Leren denken met Aardrijkskunde).

Generieke kenmerken van de TTG-werkvormen zijn dat ze, mits goed uitgevoerd, een actieve bijdrage van de leerling uitlokken als het gaat om het toepassen van denkvaardigheden, (vaak) in groepsverband. Het zijn werkvormen waar meerdere goede antwoorden mogelijk zijn, zodat de leerlingen hun geografisch inzicht en kennis moeten inzetten om er met elkaar uit te komen. Op deze wijze worden algemene- en geografische denkvaardigheden als informatie verzamelen, ordenen, classificeren, redeneren, oorzaak-gevolg, concluderen, beoordelen, plannen, reflecteren, mental map, etc. getraind.

TTG in de praktijk
In Engeland is TTG een succes te noemen. Docenten zien het als een goede methode om hun leerlingen te activeren en te motiveren, maar ook als ondersteuning van hun professionele ontwikkeling als docent in een onderwijssysteem waar de rollen worden omgedraaid. De benadering van TTG is in Engeland opgenomen in het National Curriculum en heeft in spin-offs geresulteerd voor de andere vakgebieden. Dat laatste is in Nederland ook het geval met Leren denken-methoden voor bijvoorbeeld geschiedenis, economie en wiskunde.

Leren denken met Aardrijkskunde is in Nederland ondersteund door nascholing van docenten. Vervolgens is er onderzoek gedaan naar het toepassen van de TTG-strategieën in de les door de docenten die deze nascholing hebben gevolgd. De resultaten van dit onderzoek komen o.a. terug in het artikel New Strategies for Learning Geography: a tool for teachers’ professional developmemt in England and The Netherlands (Leat, van der Schee & Vankan, 2005). Sorry, zit achter een slotje.

Uit het onderzoek blijkt dat het toepassen van de werkvormen de leerlingen inderdaad motiveert en dat het  leerlingen uitdaagt om denkvaardigheden toe te passen. Voor een groot deel van de docenten had het toepassen van TTG effect op de persoonlijke motivatie en stimuleerde het ze om na te denken over de metacognitieve vaardigheden van leerlingen. Een klein deel geeft aan dat ze er creatiever door werden en dat het tot verbeteringen leidden in het plannen van lessen.

Makkelijker gezegd, dan gedaan
Opvallend in het onderzoek is dat docenten meer kiezen voor het toepassen van de de ‘eenvoudige’ werkvormen in de les, dan de complexere werkvormen. De auteurs van het artikel geven aan dat dit hoogstwaarschijnlijk te maken heeft met het niveau van de pedagogisch-didactische vaardigheden van de docent. Docenten kiezen die werkvorm waar ze zich ‘veilig’ voelen om deze toe te passen. Naast de vaardigheden van de docent, bestaat er ook een organisatorische afweging. In het gastcollege stelt van der Schee dat als het gaat om het vraagstuk hoe leerlingen optimaal te laten leren, deze vaak organisatorisch benadert wordt, dan vanuit leerdoelen en de leerling. Dit gaat bijv. vaak ten koste van een kwalitatieve invulling van het onderdeel ‘nabespreken’ in de les. En dat is toch waar de leerling zicht moet krijgen op hoe hij heeft geleerd en wat de vervolgstappen zijn. Ik kijk mezelf hier ook in de spiegel!

Dus het is makkelijker gezegd dan gedaan. Ondersteuning van docenten in het begeleiden van leerlingen met denkvaardigheden blijft belangrijk. Betekenisvol leren is niet automatisch een leerstijl die veel leerlingen hebben, ook omdat ‘wij’ dat vaak niet trainen in het onderwijs. Belangrijk is ook de visie van de school in deze. Vaak sociaal constructivistisch op papier, maar ook op de werkvloer? Hoeveel aandacht is er voor procedurele kennis in de toetsen? Laten we ons niet teveel sturen door ‘het boek moet uit’? Nemen we het trainen van denkvaardigheden mee in de keuze van methodes?

Dat er in het onderwijs veel aandacht bestaat voor ‘leren denken’ in de lessen is belangrijk. Het past bij de rol van docent om de leerlingen te begeleiden in proces, maar laten we met elkaar aandacht besteden hoe we dat concreet doen in de les. Vanuit organisatie en leerinhoud. Op school en op de lerarenopleiding.

Blijven denken dus.

afbeelding: bron

Lees verder

Via het blog Dangerously Irrelevant stuitte ik op onderstaand filmpje. De University of Central Florida gebruikt computersimulaties met virtuele leerlingen in het trainen van leraren op het gebied van effectieve instructie en klassenmanagement.

Er valt wat voor te zeggen, hoewel er natuurlijk niets boven het echte werk gaat: vallen en opstaan tijdens een praktijkstage. Maar de kwaliteit van leren op de praktijkschool hangt enorm af van de kwaliteit van begeleiding op de stageschool, de mate waarin de student in staat is om kritisch te reflecteren op eigen handelen en de coachende rol van een instituutsbegeleider. Soms wordt er te weinig geleerd voor, tijdens en vooral na een les op de stageschool. Ook over de mate van transfer van de geleerde theorie in de praktijk valt soms te discussiëren.

Ik zie deze techniek met name als ‘scaffolding-technology’, ter ondersteuning van het leerproces. In dit geval een kenmerkende beroepssituatie in een praktijksetting waar de studenten naar toe werken. Ze spelen de simulaties in een ‘veilige’ omgeving en bespreken de resultaten met mede-studenten en een docent. De intervisie maakt dat de student zich bewuster wordt van zijn eigen vaardigheden, gaat zich daardoor gerichter voorbereiden op de les, en kan daar achteraf ook beter op reflecteren. Het oefenen kan het zelfvertrouwen vergroten en de kans op een positieve leerervaring groter maken. De docent die de studenten begeleidt in het spelen van de simulaties kan de resultaten koppelen aan de geleerde theorie en deze gelijk inzichtelijk maken voor de studenten. Zo ontstaat er een soort van instituutspracticum dat de stagepraktijk goed kan ondersteunen.

Andere mogelijkheden? Een simulatie spelen als onderdeel van de fasetoets? Of zoals in het filmpje ook wordt genoemd, een simulatie spelen tijdens je sollicitatiegesprek? Dan zou ik de sollicitant wel een andere simulatie laten spelen. Een simulatie met een klas van +25 stuiterballen met een samenwerkend leren werkvorm, maar dat zag ik niet terug op het filmpje.

Meer info op Serious Games Market.

bron afbeelding

Lees verder

Op De Onderwijsdagen bezocht ik vandaag onder andere de sessie van Gerard Dümmer, docentenopleider van Hogeschool Domstad. “Leraren van de toekomst voorbereiden op de toekomst”, dat soort titels trekken mij wel. Het is een thema dat langzaam maar zeker ook bij ons onderwerp van gesprek  wordt.

Gerard laat in zijn sessie zien hoe hij dit thema verkent. Wat is er geschreven over de leerling van de 21e eeuw? Wat is er geschreven over 21st century skills? Wat kun je in dit opzicht met competentieoverzichten op het gebied van ICT zoals de PABO-tool of de Kennisbasis ICT (pdf)? Welke pedagogiek/didactiek hoort hierbij. Gerard noemt terecht het TPACK-model. En welk opleidingsmodel moet je als lerarenopleiding uiteindelijk ontwikkelen?

Update 16-11-2009: lees voor meer informatie over de vragen van Gerard op zijn blogpost over deze sessie.

Ik denk dat je moet oppassen met genoemde lijstjes van ICT-competenties, ze kunnen beperkend zijn in de discussie over hoe je leraren van de toekomst voorbereidt op de toekomst. Hoewel het mij vanzelfsprekend lijkt dat docenten deze vaardigheden moeten beheersen om ze betekenisvol te kunnen toepassen, zijn het vooral zaken als creativiteit en innovatie die daar aan ten grondslag liggen. Het moet om een opleidingsmodel gaan waar de ICT-vaardigheden en de vaardigheden die je nodig hebt om in de 21e eeuwse informatiemaatschappij te kunnen functioneren, goed geïntegreerd is.  In dit opzicht vind ik dit model for 21st century learning interessant om in die discussie te gebruiken.

We worden aan het werk gezet! Wat moet een docent van de toekomst weten? Wat moet die docent kunnen? En wat moet hij/zij willen? En welke leeromgeving past daar het beste bij? De opdracht is om in een kort Flip-filmpje antwoord te geven op deze vragen. Fons van den Berg, Erwin Bomas en ondergetekende gaan aan de slag en maken het volgende filmpje.

Fokke en Sukke, zei Pierre Gorissen Richard Visscher. Ach.

Er staan ook een paar interessante Animoto/YouTube filmpjes op deze site, 21st Century School Teacher, met dank aan Fons en Gerard.

Still 2

Lees verder

Even een collega edublogger bedanken voor een inspirerende blogpost. Martijn Wijngaards schreef in februari op zijn edublog de post Chatles!, over hoe hij chatten inzet in zijn lessen Nederlands. Deze post gebruikte ik vanavond in een introductieles over samenwerkend leren & ict met studenten van de lerarenopleiding. Misschien goed idee om eerst Martijn’s post te lezen?

Chatles en samenwerkend leren
Ik begon dit onderdeel met een stelling: MSN (chatten) is een geschikt hulpmiddel in het onderwijs. Even de vooroordelen losweken: het leidt af, het gaat nergens over, leerlingen zijn niet met de opdracht bezig,etc. Ook een positieve reactie gelukkig, van een student die gelijk met de voordelen van een chatlog kwam. Vervolgens heb ik de studenten het stuk van Martijn laten lezen. Ze vonden het verrassend, hadden het zelf niet bedacht, leuk!

Wat ik goed vind aan het voorbeeld van Martijn is dat de aspecten van een samenwerkend leren er prachtig in terug komen, en hoe je deze aspecten versterkt door het inzetten van ICT:

  • Positieve wederzijdse afhankelijkheid
  • Individuele aanspreekbaarheid
  • Directe interactie
  • Sociale vaardigheden
  • Reflectie op het proces

Ik stelde de studenten de vraag wat zij dachten nodig te hebben om een soortgelijke opdracht met hun leerlingen uit te voeren, even los van andere randvooorwaarden en situatie op de stageschool. De antwoorden waren technische kennis maar vooral kennis van didactiek. Weten hoe je leerlingen effectief kennis met elkaar kunt laten maken, weten welke randvoorwaarden je daarvoor moet stellen.

Dat is ook mijn boodschap aan de leraren-in-opleiding: ongeacht je ict-vaardigheden, je moet in staat in staat zijn te herkennen welke didactische functies een ICT-hulpmiddel heeft en hoe dat het leerproces van de leerling het beste kan ondersteunen. Daarna maak je de afweging en ga je aan de slag. De knoppenkunde komt wel, moet je niet weerhouden om ICT niet in te zetten als je weet dat het goed zou kunnen werken.

Loslaten
Maar naast technische en didactische kennis kwam er nog een belangrijk antwoord uit de groep. “Hij durft los te laten, hij laat de leerlingen een hele les het zelf uitzoeken met gevolgen van dien, en komt er de les daarna op terug!”

Een aantal studenten vonden dat het knapst en zouden dat zelf niet durven. Dat heeft met ervaring te maken, de relatie die je hebt met je klas, maar ook weten hoe je een veilig leerklimaat kan creeren voor leerlingen. Juist op een lerarenopleiding zouden studenten dit soort lessen moeten kunnen geven (en dat zullen er een aantal ook zeker doen): juist de plek om te experimenteren, met vallen en opstaan!

Een aantal studenten kwamen echter ook met de opmerking: “Ik mag niet loslaten van mijn school!” Een dergelijke werkvorm past niet binnen de onderwijsvisie van de school of de leerlingen beschikken niet over de benodigde sociale vaardigheden en verantwoordlijkheid om een dergelijke werkvorm uit te voeren. Over dat laatste denk ik dan, dat valt op te lossen, dat moet je met leerlingen trainen. Maar sociaal-constructivisme is voor sommige scholen nog steeds een ongewenste onderwijsvernieuwing? Oei.

Gelukkig zijn er ook studenten die zeiden dat ze wel wat meer wilden gaan experimenteren. Kijk, missie geslaagd. Waar een blogpost al niet toe kan inspireren. Nogmaals dank aan Martijn en ik kan u zijn blog van harte aanbevelen!

Lees verder

Extend Limits bericht vandaag over new media literacies. Project New Media Literacies is een onderzoeksgroep binnen MIT. De new media literacies zijn sociale vaardigheden en competenties waarover je zou moeten beschikken om als volwaardige burger te kunnen participeren in een steeds complexer medialandschap. Interessant is het ‘voorlopige’ lijstje met de skills op de website:

  • Play – the capacity to experiment with one’s surroundings as a form of problem-solving
  • Performance – the ability to adopt alternative identities for the purpose of improvisation and discovery
  • Simulation – the ability to interpret and construct dynamic models of real-world processes
  • Appropriation – the ability to meaningfully sample and remix media content
  • Multitasking – the ability to scan one’s environment and shift focus as needed to salient details
  • Distributed Cognition – the ability to interact meaningfully with tools that expand mental capacities
  • Collective Intelligence – the ability to pool knowledge and compare notes with others toward a common goal
  • Judgment – the ability to evaluate the reliability and credibility of different information sources
  • Transmedia Navigation – the ability to follow the flow of stories and information across multiple modalities
  • Networking – the ability to search for, synthesize, and disseminate information
  • Negotiation – the ability to travel across diverse communities, discerning and respecting multiple perspectives, and grasping and following alternative norms
  • Visualization – the ability to interpret and create data representations for the purposes of expressing ideas,finding patterns, and identifying trends

Ik vind het wel een interessant perspectief. Er zitten veel elementen waarvan ik vind dat met name de jongeren over deze vaardigheden moeten beschikken. Het gaat om informeel leren, kritisch denken, netwerkleren, informatievaardigheden en mediawijsheid. Het zijn de kenmerken van een kenniswerker in de 21e eeuw. Misschien mis ik wel expliciet innoveren, de vaardigheid om binnen dat sociale medialandschap jezelf te verbeteren en te profileren.

Twee gedachten die in mij opkwamen:

1. Als docentenopleider zie ik hier dus ook docentvaardigheden. De docent 2.0? De docenten in opleiding moeten de jonge kenniswerkers begeleiden in het opdoen van deze vaardigheden. In beide gevallen: bieden wij het onderwijs waarin studenten/leerlingen/docenten de ruimte hebben om deze new media literacies aan te leren en te ontwikkelen? We praten er veel over, maar doen….?

Volgens de whitepaper Confronting the Challenges of Participatory Culture: Media Education for the 21st Century die op de site te downloaden valt zijn er drie probleemsituaties waar het onderwijs een antwoord op moet gaan vinden:

a. participation gap – het wegnemen van ongelijkheid als het gaat om de mogelijkheden, ervaringen, vaardigheden en kennis die jongeren nodig hebben in het medialandschap van de 21e eeuw
b. transparency problem – leerlingen bewustmaken van de manieren waarop media de beeldvorming beinvloedt
c. ethics challenge – jongeren voorbereiden op hun steeds actiever wordende rol als mediamakers en deelnemers binnen communities.

Ik wil wel eens weten in hoeverre de docenten-in-opleiding op de hoogte zijn van het veranderende medialandschap en wat dan vervolgens hun visie is op onderwijs en lesgeven. Op mijn School ervaar ik het persoonlijk als een moeizame discussie. Aan de ene kant zien studenten heel goed dat het medialandschap verandert, maar zijn vaak behoudend als het gaat om de rol van het onderwijs en docent.

2. New media literacies zouden expliciet genoemd moeten worden in de kennisbasis ICT voor de lerarenopleidingen. Niet alleen focussen op de instrumentele vaardigheden die bij deze skills horen, gericht op het begeleiden van leerlingen, maar juist ook op de ontwikkeling van de student, de kenniswerker.

Binnenkort de whitepaper eens goed bestuderen.

Lees verder

“Verder met de Kennisbasis ICT” was de titel van de tweede ADEF (Algemeen Directeurenoverleg Educatieve Faculteiten) ICT-werkgroep conferentie, die ik vandaag heb bijgewoond op de Hogeschool van Amsterdam. Een plenair gedeelte over de status van de kennisbasis ICT en hoe deze te interpreteren, daarna keuze uit twee workshops. Voor mij de eerste introductie met de kennisbasis ICT.

K3
De educatieve faculteiten zijn druk in de weer met de zogenaamde “K3”: kennisbasis, kennistoetsen en kennisbank. Zo hebben bijvoorbeeld alle tweedegraads lerarenopleidingen aardrijkskunde een kennisbasis ontwikkeld voor het vak. Een verzameling van kennisitems waarvan wij vinden dat een startbekwame leraar die moet beheersen. Op dit moment wordt er druk gewerkt aan zogenaamde kennistoetsen die een aantal keer in de opleiding worden afgenomen, om deze kennisbasis bij de student transparant te maken (en te voorkomen dat we ‘centrale examinering’ van de politiek opgelegd krijgen). En in de toekomst ligt het concept kennisbank, waarin we lesmateriaal met elkaar willen delen. Ik slik het woord WikiWijs nu even weg. De voorzitter van de ADEF ICT-werkgroep, Gert-Jan van Setten, wist te melden dat er een bedrag van 4 miljoen euro ‘vrijkomt’ om deze klus in 2,5 jaar te klaren. Aardig bedrag.

Kennisbasis ICT
Maar wat moet een startbekwame docent weten als het gaat om ICT? Welke standaard moeten docenten hebben als het gaat om digitale didactiek? Vandaar de opdracht om kennisbasis ICT vorm te geven. Ik heb hier een ontwerpversie voor mij liggen (ik heb deze nog niet digitaal), waarin 9 categorieën benoemd worden met ICT onderwerpen waarin een beginnende docent in het voortgezet onderwijs vaardig moet zijn. De vaardigheden zijn vervolgens per onderwerp benoemd als gedragsindicatoren.

De categorieën zijn:

  1. Instrumentele vaardigheden
  2. Algemene didactiek
  3. Informatievaardigheden
  4. Presenteren
  5. Samenwerken en communiceren
  6. Individueel werken
  7. Begeleiden en beoordelen
  8. Digitaal toetsen
  9. Arrangeren en ontwikkelen

Het is een flinke lijst geworden, en alles staat er wel zo’n beetje in. ECDL niveau, audio en video, elo’s, web 2.0, mediawijsheid (alleen het woord wordt niet gebruikt), synchrone en a-synchrone communicatiemiddelen, etc. Aan de basis van dit verhaal liggen de SBL E-competenties. Ik ga mij er binnenkort eens op storten. Het zal om details gaan.

Ik vind het in ieder geval belangrijk dat in de verdere uitwerkingen van de kennisbasis niet vergeten wordt, dat het bij een kennisbasis niet alleen gaat om kennis van vak (in dit geval dus ICT), maar ook om kennis van leerlingen en kennis van leren. Het is belangrijk dat studenten begrijpen waarom deze vaardigheden zo belangrijk zijn als het gaat om begeleiden van leerlingen in het onderwijs van de 21e eeuw. Een visie en een missie hebben over ICT en onderwijs is ook een belangrijke gedragsindicator.

Ontwikkelperspectief
In de ochtend hebben de schrijvers de kennisbasis voorgelegd aan een aantal lectoren. Jan van Bruggen, lector Educatieve functies van ICT van Fontys, verving Peter van ‘t Riet (lector ICT en onderwijsinnovatie) die met griep geveld was, met een korte toelichting. Hij stelde dat de kennisbasis zoals die er nu ligt, een hele dappere onderneming is om papier te zetten. Het is een helder document, niet vrijblijvend, erg handig voor toetsen e.d. Maar het is belangrijk om dit niet allemaal vast te spijkeren. Het advies van de lectoren is om voor een ontwikkelperspectief te zorgen. Er is meer nodig dan de beheersing van basiskennis en –vaardigheden op het gebied van ICT en onderwijs. Het gaat ook om de professionaliteit van de moderne docent die in staat moet zijn om ICT bewust in te zetten en dus op de hoogte moet zijn van de ontwikkelingen en mogelijkheden op het gebied van ICT en onderwijs, en hoe je daarmee je onderwijs kunt verbeteren. Jan van Bruggen:

Het gaat om de veelvuldigheid van ICT. De dynamiek zit hem in de technologie die ons al jaren lang overspoelt. Dat zit niet alleen in de kennis, maar zit ook tussen de oren.

Dat betekent dus dat er ruimte moet zijn voor de student om zich zelf te profileren, te ontwikkelen en zelf met zaken aan te komen. De context van het beroep wordt hier in heel belangrijk.

Implementatie

Dan rest er nog de vraag, hoe de kennisbasis te implementeren. Hoe ga je een ontwikkelperspectief vormgeven? Het zal in ieder geval geïntegreerd met de andere vakken moeten worden aangeboden, in de betekenisvolle context van de student die leraar aan het worden is. Dat betekent dat  het belangrijk wordt om samen met vakcollega’s kenmerkende beroepssituaties te schrijven die het startpunt worden voor de student.  Ik denk ook dat het heel belangrijk is om het veld, in de rol van opleidingsscholen, er bij te betrekken. Het implementeren van een kennisbasis vraagt in ieder geval innoverend vermogen.

ICT innoveert, dus ook het onderwijs.

Lees verder