Onderzoek over het leren schrijven van synthese-teksten

Studenten van de masteropleiding Leren & Innoveren zijn vorige week gestart met het schrijven van hun paper/literatuurstudie. Voor de meeste studenten is dat een eerste oefening in het schrijven van academische teksten. Door Janneke van der Loo van de Universiteit van Tilburg weet ik nu dat het hier om synthese-teksten gaat. Janneke presenteerde op de Celda-conferentie in Mannheim voorlopige gegevens uit haar onderzoek over dit onderwerp. Zij vraagt zich af welke effecten de instructiemethode en reflectie hebben op de kwaliteit van het schrijven. Een weergave van haar bijdrage hieronder.

Synthese-tekst
In een synthese-tekst, zoals een academisch paper of artikel, wordt informatie uit verschillende bronnen samengebracht. Janneke geeft aan dat je hoopt dat studenten deze bronnen kritisch bekijken en dat ook zo beschrijven. Het gaat om het identificeren van verschillende standpunten, het inventariseren van voor- en tegenargumenten, de discourse analyseren, en deze ook beschrijven in plaats van het stapelen van bronnen. Academisch schrijven is echter een complexe taak, cognitief zeer belastend, geeft Janneke aan. Als je dit nog aan het leren bent, dan ben je zo druk bezig met het schrijven dat er geen ruimte is om te leren.

Observationeel leren
Uit onderzoek blijkt dat observationeel leren bij het schrijven een effectieve strategie is. Bij observationeel leren leer je door het gedrag van een model te observeren. De student schrijft niet zelf, maar wordt na afloop gevraagd om te reflecteren op dit gedrag, over de strategieën die het model toepast. Cognitief minder belastend voor de student, er is ruimte om te leren. Janneke haalt onderzoek van Raedts et al. aan dat aangeeft dat observationeel leren tot (1) een realistischer geloof in eigen kunnen (self-efficacy) leidt, (2) in teksten meer koppelingen tussen bronnen worden beschreven en (3) de literatuurstudies beter geordend worden. Bij leren door doen schrijft de student zelf, maar is de student te weinig bezig met de reflectie.

Onderzoek
De centrale vraag van het onderzoek is het bestuderen van het effect van de instructiemethode, observationeel leren (OL) en leren door doen (LdD), en reflectie op de kwaliteit en self-efficacy ten aanzien van het schrijven van syntheseteksten. De opzet van het onderzoek betrof vier tutorgroepen in een course academisch schrijven. Eén groep werd gekoppeld aan een instructiemethode OL met een reflectie-opdracht, één groep aan een instructiemethode OL zonder reflectie-opdracht, één groep aan een instructiemethode LdD met reflectie-opdracht en de laatste groep aan een instructiemethode zonder reflectieopdracht. Er werd een academic language proficiency test als pretest afgenomen en een posttest om de kwaliteit van het academisch schrijven, self-efficacy en tevredenheid te meten.

De interventie OL betrof vijf video’s met daarin een sterk model en een zwak model die door acteurs werden gespeeld. Zij schreven een introductie op een onderzoekspaper op basis van drie index kaarten met daarop een samenvatting van de informatie. De interventie LdD kregen vijf oefeningen die ze zelf moesten uitvoeren en de zelfde opdracht met dezelfde index kaarten. In het begin van dit studiejaar is dit experiment herhaald.

Resultaat
Janneke deelt dus voorlopige resultaten. Beide instructiemethodieken lijken even effectief te zijn als het gaat om het verbeteren van de kwaliteit van academisch schrijven. Maar OL zonder reflectie blijkt effectiever te zijn dan OL met reflectie, en dat had Janneke niet verwacht, LdD met reflectie is effectiever dan zonder reflectie. Studenten zijn meer tevreden over de LdD-methode dan de OL-methode, de reflectie heeft geen invloed op de tevredenheid. Dit laatste resultaat was ook consistent met de feedback die Janneke kreeg van haar studenten: het kijken naar iemand op een video is een passieve activiteit, studenten willen het gevoel hebben dat ze iets aan het doen zijn, en kiezen daarom voor LdD.

De instructie-methode OL kan nog steeds een goede optie zijn, alleen vinden de studenten het niet leuk. Janneke geeft aan dat een activerende opdracht bij het kijken naar de video’s wellicht helpt, of misschien moet de kwaliteit van de video’s verbeterd worden. Janneke wil wel cognitieve overbelasting voorkomen als de studenten naar de video’s kijken. Studenten hadden feilloos door wie het zwakke model was, waardoor ze niet verder werden uitgedaagd om er achter te komen waarom dit model niet effectieve strategieën toepaste.

Een interessante bijdrage over een relevant onderwerp, ook voor de masteropleiding Leren & Innoveren waar ik voor werk. Studenten oefenen hun academische vaardigheden door LdD, en dat is soms een frustrerend proces. De inzet van video’s hierbij staat bij ons ook voor een deel op de agenda. Het belang voor een goed didactisch script wordt nog maar eens aangegeven door deze bijdrage.

Geen Reacties

Laat een reactie achter

Hoor graag uw reactie!

%d bloggers liken dit: