Marcus Specht over innovatieve benaderingen van leerprocessen en leerpraktijken

Afgelopen vrijdag verzorgde prof. dr. Marcus Specht een masterclass voor de masteropleiding Leren & Innoveren. Specht is werkzaam bij het Welteninstituut van de OU waar hij zich bezig houdt met onderzoek naar o.a. mobiele technologie, context-aware computing en inquiry learning ondersteund door ICT. ‘Rondlopen in een omgeving en op hetzelfde moment leren’, vindt Specht fascinerend. Specht nam ons mee in innovatieve benaderingen van leerprocessen en leerpraktijken, waar hij de verbinding maakte tussen onderzoek en praktijk.

De rode draad in het verhaal van Specht is het verbinden van de digitale omgeving met de fysieke omgeving om vervolgens een betekenisvolle leeromgeving te creëren. Specht begon zijn masterclass met aan te geven dat technologie meer en meer geïntegreerd raakt in onze omgeving, en dat vaak ook een subtiel proces is. Laat je mobieltje eens thuis, en bedenk op momenten dat je de functies van je mobiel nodig hebt, hoe je dat vroeger deed? Je mobieltje als een ’swiss army knife’.

Affordances
Wat zijn de mogelijkheden van mobiele technologie? Specht benoemt een aantal kenmerken. Het zijn devices met opslagcapaciteit (storage) waardoor we veel informatie kunnen meenemen, verzamelen en opslaan, om deze vervolgens te delen met andere devices via het internet (networking). Het zijn krachtige computers die complexe berekeningen (complex computing) kunnen maken waardoor locatie-gebaseerd/contextueel leren mogelijk wordt gemaakt door bijvoorbeeld mobiele games en simulaties. Via distributed computation kunnen meerdere devices worden ingezet om data te verzamelen en te delen voor een bepaald doel (bijv. crowdsensing). Specht noemt ARLearn, een mobile serious game van de OU gericht op veldwerk.

Mobiele devices zijn meetinstrumenten (trackers) die onderdelen van het leerproces (onder andere via zogenaamde embedded trackers) kunnen meten. Het gaat hier om information in context, waarbij gebruik wordt gemaakt van sensoren in apparaten. Deze sensoren helpen om bewustzijn (awareness) te creëren over activiteiten en beslissingen. En bewustzijn over acties helpt bij reflectie: reflection in and about action. Via mobile notification, persoonlijke feedback, kan reflectie ondersteund worden. Door feedback loops te ontwerpen kun je gedrag veranderen. Specht noemt als voorbeeld Presentation Trainer waarbij sensoren beweging en stemgeluid analyseren en feedback geven op houding en stem van de presentator. Onderzoeksvragen daarbij zijn: hoe komt de feedback over op de lerenden? Is het efficiënter om op deze manier feedback te krijgen?

Onderzoekend leren
Mobiele technologie kan van de fysieke omgeving een inquiry space maken. De uitdaging voor docenten is om hiervoor leertaken te construeren die leergedrag uitlokken, die competentieontwikkeling ondersteunen. Specht geeft aan dat het helpt om met rollen te werken, bijvoorbeeld door de lerende de rol van onderzoeker te geven, met een gerichte leertaak. Bij koppeling van verschillende leertaken en rollen is er sprake van distributed collaboration.

Specht benoemt vervolgens het OU-project weSPOT, een leeromgeving die onderzoekend leren ondersteunt waarbij het klaslokaal wordt verbonden met de alledaagse ervaringswereld van de lerenden. weSPOT ondersteunt het opzetten van een vraagstuk, het verzamelen van de data, het analyseren van de data en het communiceren van de data. Op basis van een situatie wordt een inquiry space aangemaakt, vervolgens worden de taken aangemaakt, verdeeld en gecommuniceerd via een app op de smartphone. De smartphone wordt ingezet om data te verzamelen en te delen in de inquiry space. Via het dashboard kan de docent de voortgang van het proces bijhouden, de individuele bijdragen plus de dialoog. Specht deelt een belangrijk leermoment: dergelijke leerpraktijken vragen tijd en ruimte, en dat is een lastig punt binnen het huidige onderwijs.

figureArchiweSPOT

Inquiry learning via weSPOT (OU)


Change your practice
Er wordt veel onderzoek gedaan naar de inzet van technologie, vaak vanuit de vraag: welke andere praktijk is mogelijk met de nieuwe technologie. Specht geeft aan dat hij het ook graag andersom bekijkt: werkt de oude aanpak nog wel met al die nieuwe technologie?

Specht geeft vervolgens een aantal handvatten voor scholen en docenten om te beginnen met de inzet van ICT in het onderwijs. De eerste stap is volgens hem om een bepaalde tool flexibel te leren in zetten, in kleine stappen, waarbij de docent vertrekt vanuit zijn huidige praktijk. De docent moet daarbij in functionaliteiten leren denken: there’s an app for that.

Als voorbeeld wordt genoemd de rekenmachine bij wiskunde. Die vind je ook op de smartphone. Maar als je deze smartphone kantelt, dan heb je de beschikking over een wetenschappelijke rekenmachine, extra functionaliteit. Vervolgens ga je op zoek naar apps voor functies zoals het maken van grafieken. Om vervolgens uit te komen op adaptieve software of apps waarmee lerenden hun rekenvaardigheden kunnen oefenen en ontwikkelen. Uitgangspunt is user-centered design, de lerende centraal, waarbij het belangrijk is dat de lerenden de ruimte krijgt om vertrouwd te raken, om te experimenteren met toepassingen en omgevingen.

Specht geeft aan dat we bij de inzet van ICT vooral kijken naar de effecten op het primaire proces: verhoogde motivatie, sneller kennis opnemen, betere leerprestaties. Hij benadrukt het belang van secundaire variabelen, zoals gedrag, en noemt als voorbeeld een project met Japanners die moeite hebben met het leren van engels spreken, omdat de drempel om in het openbaar te spreken te hoog is: bang om in het openbaar fouten te maken. Door te werken met veilige, afstandelijke avatars in een mobiele app werd de drempel om te spreken binnen een week al verlaagd.

Op de vraag van studenten over dergelijke technologie en innovatie benaderingen van onderwijs voor alle docenten haalbaar is, antwoord Specht met JA! Maar op een manier waarbij de docent vertrouwen in eigen kunnen ontwikkeld. Het gaat om de adoptiecurve: zet docenten in hun kracht, motiveer ze, en dat kan al met hele simpele tools. Belangrijk hierbij is wel dat docenten eigen doelen kiezen, en zelf taken bedenken. Hieruit volgen belangrijke leermomenten. Specht pleit voor layered adoption: betrek alle stakeholders (ook ouders) en laat iedereen meegroeien met de innovatie, waarbij de voortgang zichtbaar wordt gemaakt en gedeeld.

Bekijk ook deze masterclasses (hier en hier) van de OU waar Specht praat over mobiele technologie in het onderwijs.

Geen Reacties

Laat een reactie achter

Hoor graag uw reactie!

%d bloggers liken dit: