De lerarenopleider als rolmodel in didactische inzet van ICT

De themagroep ICT en de lerarenopleider van het Velon houdt zich bezig met de integratie van de didactische inzet van ICT in de lerarenopleidingen (lees o.a. hier). Eén van de centrale vragen in dit proces is op welke wijze de lerarenopleiding en lerarenopleider hierin rolmodel kunnen zijn voor de studenten, de toekomstige leraren. De aanname hierbij is dat de lerarenopleider als rolmodel een belangrijke motiverende factor is voor studenten om zelf ICT te integrereren in hun lespraktijk. Maar wat doet een rolmodel dan? Deze vraag stond centraal tijdens de sessie op het Congres voor Lerarenopleiders die de themagroep organiseerde. Wat de deelnemers in deze sessie onder voorbeeld docentgedrag verstaan is weergegeven in deze padlet (onderaan deze post ingesloten). Voor de themagroep was deze sessie aanleiding om na te denken over verder onderzoek (dat wordt nu opgestart) naar het zijn van een rolmodel in de didactische inzet van ICT in de lerarenopleiding. Wat doet een rolmodel nu precies en wanneer is dat effectief? Afgelopen vrijdag spraken wij daarover in een bijeenkomst van de themagroep.

De lerarenopleider als rolmodel
Lunenberg, Korthagen en Swennen (PDF) schrijven een waardevol artikel over het concept rolmodel in de context van de lerarenopleiding. Een lerarenopleider die rolmodel is toont bewust voorbeeldmatig docentgedrag met het doel om het leren van de studenten te ondersteunen. De lerarenopleider heeft niet alleen de rol om het leren van de student over lesgeven te ondersteunen, maar in de wijze waarop de lerarenopleider dat doet modelleert hij of zij zelf de rol van leraar. Er is dus sprake van een dubbelrol. De lerarenopleider als rolmodel is een beïnvloedende factor in de ontwikkeling van overtuigingen van de student over leren en lesgeven, en de wijze waarop de student zijn eigen praktijk vormgeeft.

Volgens de auteurs heeft modelling van voorbeeldmatig docentgedrag van de lerarenopleider drie doelen. Ten eerste draagt het bij aan het opleiden en professionaliseren van de student in de lerarenopleiding. De student leest/hoort er niet alleen over, hij ervaart het ook. Ten tweede wordt modelling door de lerarenopleider gezien als een manier om het onderwijs te veranderen. Via de lerarenopleider komt de student in aanraking met nieuwe concepten en theorieën over leren en lesgeven, die de student dan kan vertalen naar zijn eigen lespraktijk. Als laatste doel benoemen de auteurs de professionalisering van lerarenopleiders zelf. Door bewust voorbeeldmatig docentgedrag te laten zien reflecteren lerarenopleiders op hun eigen praktijk, verdiepen/verbreden hun didactisch repertoire en denken na over de verbindingen tussen theorie en praktijk.

Vormen van rolmodel zijn
In het artikel worden vier vormen van modelling door lerarenopleiders beschreven. Als lerarenopleider kun je (1) impliciet rolmodel zijn. Teach as you preach, zeggen we vaak in het onderwijs. Als lerarenopleider ben je zelf het goede voorbeeld van de overtuigingen die over probeert te brengen op je studenten. Deze vorm komt ook duidelijk terug in de opmerkingen in de padlet. De lerarenopleider maakt op een innovatieve wijze gebruik van ICT in zijn eigen lessen, op een wijze die aansluit op het leren van de studenten. Dat vereist een hoge mate van didactische ICT-bekwaamheid en een positieve, maar wel kritische, attitude ten opzichte van het gebruik van ICT voor leren en lesgeven.

Maar impliciet modelleren is niet heel effectief, het blijkt dat studenten niet zoveel leren van het voorbeeldgedrag van hun opleiders omdat ze deze voorbeelden niet goed herkennen. De hoeveelheid voorkennis, intrinsieke motivatie en het gevoel over de eigen bekwaamheid bij studenten zijn beïnvloedende factoren bij het observeren van de rolmodel.

Een van de bijdrage van de deelnemers in de padlet is justify what you teach, leg uit aan je studenten waarom je welke didactische keuzes maakt. Hier is sprake van (2) expliciet modelleren. De student komt in aanraking met strategieën van de lerarenopleider om ICT beredeneerd in te zetten: hoe los je een didactisch dilemma op door de bewuste inzet van ICT?

Een aantal bijdragen van de deelnemers in de padlet gaan over het belang van experimenteren met technologie. En het risico bij experimenteren is dat er iets fout kan gaan, en dat betekent dat je als lerarenopleider moet durven om deze fouten te maken. Als er iets ‘fout’ gaat in de les, is er dan nog sprake van voorbeeldmatig docentgedrag? Dit hangt af van de strategieën die de lerarenopleider toont om een probleem op te lossen. Studenten kunnen leren van een lerarenopleider die systematisch een probleem oplost, een teken van bekwaamheid. Er is sprake van coping modelling (Bandura), en dit kan dan weer impliciet of expliciet zijn.

Deze vorm van modelling is effectiever, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat studenten ook daadwerkelijk dit voorbeeldgedrag vertalen naar de eigen lespraktijk. De lerarenopleider dient deze vertaalslag te ondersteunen, zodat studenten gaan reflecteren op dit voorbeeldgedrag en deze productief gaan maken in de eigen lespraktijk. Een belangrijke vorm van modelling is daarmee (3) de combinatie van expliciet modelleren en het faciliteren van de vertaling van dit voorbeeldgedrag naar de eigen lespraktijk van de student.

Als laatste vorm wordt de (4) verbinding van voorbeeld docentgedrag met de ‘academische’ theorie benoemt. Goede lerarenopleiders reflecteren op hun eigen praktijk, maken didactische keuzes expliciet, leggen uit wat ze doen en waarom ze het doen, en verbinden praktijkervaringen met de bestaande academische theorie. Op deze manier bied de lerarenopleider de student een theoretisch kader die de student kan gebruiken om zijn eigen lespraktijk beter te begrijpen.

De laatste twee aspecten kunnen m.i. prima in les plaatsvinden door bijvoorbeeld studenten te vragen om te reflecteren op het voorbeeldgedrag in relatie met hun eigen praktijk. Maar dat is niet voldoende, er dient ook een goede verbinding te zijn met de lespraktijk van de student zelf op de stageschool. En dat vraagt dat er op curriculumniveau nagedacht is over deze verbinding.

Gedragsindicatoren
Hoe kunnen opleiders dan betere rolmodellen worden? Expliciet modelleren kan bevorderd worden als lerarenopleiders hun eigen persoonlijke theorieën over leren en lesgeven kritisch bestuderen en onderzoek doen in hun eigen klaslokaal. Maar ook door samen te werken met andere lerarenopleiders via bijvoorbeeld observatie en intervisie waardoor allerlei inzichten ontstaan die bijdragen aan expliciet modelleren. Lerarenopleiders die ‘pioniers’ zijn wat betreft de inzet van ICT zijn vaak al verbonden met collega’s en experts op dit terrein ten behoeve van hun eigen professionalisering.

Op basis van bovenstaande zijn gedragsindicatoren van een lerarenopleider die rolmodel is voor zijn studenten wat betreft de didactische inzet van ICT:

  • zelf op een innovatieve wijze ICT in zetten om het leren en lesgeven te ondersteunen;
  • deze inzet explicitiet maken voor studenten door didactische keuzes en strategieën om didactische dilemma’s en evt. problemen op te lossen toe te lichten;
  • durven het eigen functioneren ter discussie te stellen tijdens de les, kwetsbare opstelling;
  • durven experimenteren en fouten te maken (als terugkoppeling naar studenten expliciet is);
  • helpen bij het ondersteunen van de vertaling van voorbeeldgedrag lerarenopleider naar de eigen lespraktijk student;
  • verbinden van voorbeeldgedrag docent met de bestaande theorie;
  • kritisch bestuderen en onderzoeken eigen inzet van ICT voor leren en lesgeven;
  • samenwerken en samen leren met andere collega’s ten behoeve van eigen professionalisering.

Eens kijken of we met deze indeling de bijdragen van de padlet kunnen indelen, en of dit bruikbaar is voor verder onderzoek naar lerarenopleiders als rolmodel in de didactische inzet van ICT. Bovenstaande betreft vooral een verwerking/beschrijving van het artikel van Lunenberg, Korthagen en Swennen. Er lijkt vooralsnog vrij weinig onderzoek gedaan te zijn naar lerarenopleiders als rolmodel in de didactische inzet van ICT. Of heb ik het mis? Reacties en aanvullingen zijn altijd welkom. Met dank aan themagroep: Gerard, Jan, Simon en Amber.

Gebruikte bronnen:

Bandura, A. (1977). Self-efficacy: Toward a Unifying Theory of Behavioral Change. Psychological Review, 84(2), 191–215. Retrieved from http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/847061
Lunenberg, M., Korthagen, F., & Swennen, A. (2007). The teacher educator as a role model. Teaching and Teacher Education, 23(5), 586–601. Retrieved from http://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/25945/korthagen-the+teacher+educator.pdf

Geen Reacties

Laat een reactie achter

Hoor graag uw reactie!

%d bloggers liken dit: