Acht essentiële kenmerken van projectonderwijs

In de onderwijseenheid Educatieve ICT die ik en mijn collega’s verzorgen op de lerarenopleiding ontwerpen studenten lessen waarbij sprake is van een beredeneerde inzet van ICT en gericht op het actief leren van leerlingen.

Wat opvalt zijn het aantal ontwerpen waarbij leerlingen allerlei PowerPoint-presentaties moeten maken, eenvoudige WebQuests volgen, online kranten vullen, etc. Vormen van projectgestuurd onderwijs, waarbij bij velen het actief leren snel wordt opgevat als actief ‘doen’ (bezigheidstherapie), terwijl het met name gaat over hoe leerlingen op een hoger denkniveau komen. Een van de valkuilen bij het ontwerpen van projectgestuurd onderwijs, waarbij de aandacht al snel komt op de vorm in plaats van op de leerinhouden en leerdoelen.

Scott McLeod omschrijft dat treffend in zijn blogpost over project-based learning: “Higher-level thinkers don’t just magically emerge from low-level thinking spaces”. En verder…

Typical classroom ‘projects’ lack these essential elements and thus are mostly busy work. The content isn’t significant because it’s just recall and regurgitation. There is no big question driving students’ efforts. And every student work product looks the same, which, as Chris Lehmann notes, means that it isn’t a project, it’s a recipe

McLeod verwijst naar een document met 8 Essentials for Project-Based Learning (mijn vertaling):

  1. Betekenisvolle leerstof die lerende aanzet tot het beheersen van de stof voor wendbaar gebruik (gekoppeld aan eindtermen e.d.). Het onderwerp raakt de lerenden, sluit goed aan bij de belevingswereld en interesses van de lerenden.
  2. Nut en noodzaak. Het motiveren van lerenden voor het project, leerlingen begrijpen de reden waarom ze de leerstof moeten leren, hoe ze deze kennis en vaardigheden kunnen gebruiken, en wat er van ze verwacht wordt in het project. Het leren wordt in de ‘echte wereld’ geplaatst.
  3. Een betekenisvolle, authentieke leervraag. Prikkelend, open geformuleerd, complex en gekoppeld aan de kern van wat de lerende moet leren.
  4. Keuzevrijheid. Hoe meer keuzevrijheid de lerende heeft hoe beter, wordt gesteld in het document. Keuzevrijheid van de lerende wordt in een continuüm geplaatst, met aan ene kant beperkte keuzevrijheid, en waar de docent meer stuurt en keuzestress bij de lerende voorkomt, en aan de andere kant volledige vrijheid voor de lerende om strategie, middelen en planning te bepalen. Het gaat hier om (mede-)eigenaarschap van de lerende in het project.
  5. 21e eeuwse vaardigheden. In projectonderwijs wordt de lerende uitgedaagd tot creatief, innovatief en kritisch denken, samenwerken, problemen oplossen en communiceren. De docent dient de lerende hierin te begeleiden en deze vaardigheden te toetsen.
  6. Onderzoekende houding. De lerende doet daadwerkelijk onderzoek,  waarbij sprake is van synthese van informatie, dat leidt tot beargumenteerde antwoorden, nieuwe vragen, nieuwe ideeen, oplossingen, perspectieven, etc.
  7. Feedback cultuur. Het doel is kwaliteit van product en prestatie, en dat vraagt om perspectieven van anderen en bijstellen van producten. Net als in de echte wereld.
  8. Publiek. De lerende doet het niet voor de docent of voor een toets, de eindproducten zijn echt relevant en worden ook gepresenteerd aan een breder publiek, waarbij de lerende expliciet maakt wat het project heeft opgeleverd.

Mooi lijstje om te delen en te bespreken met de studenten. Het doel van de onderwijseenheid is niet het ontwerpen van projectonderwijs, maar het is wel de richting die studenten vaak verkennen in hun ontwerpen. Dit helpt bij de focus op inhoud en leren, in plaats van alleen focus op vorm en ‘doen’.

Wat betreft de acht punten en de onderwijseenheid Educatieve ICT. Teach as you preach? Punt 2 is altijd een uitdaging: opvallend veel studenten moeten echt verleid worden om te leren om ICT te integreren in leren en lesgeven. En die verleidingstechnieken zijn altijd voor verbetering vatbaar. Vergeleken met de voorganger van deze onderwijseenheid, de iLearn edities, hebben de studenten minder keuzevrijheid, waardoor er doelgerichter wordt gewerkt, studenten beter begeleid kunnen worden, maar ten koste gaat aan eigen leervragen en eigenaarschap. Punt 8 was altijd een hoogtepunt bij iLearn: de student generated mini-conferentie. Belangrijke motivator voor studenten.

Waarom ben ik daar ooit mee gestopt?

3 Reacties

Remko Boers

ongeveer 2 jaar geleden

Hoi Jeroen, Als je de iLearn edities in enige vorm weer eens laat terugkomen, zou ik het op prijs stellen om daar in de voorbereidingen eens contact over te hebben. Misschien is het zinvol om mijn groep ict-coördinatoren als publiek van zo'n mini-conferentie uit te nodigen? Het is misschien een wat premature gedachte, maar daar zou ik wel eens verder over willen praten.

Jeroen

ongeveer 2 jaar geleden

Die afspraak staat. De laatste editie van iLearn hebben we dat ook gedaan, door er een Teachmeet aan te koppelen. Misschien kan ik iets soortgelijks koppelen aan mijn minor ICT en onderwijs, aan het einde van dit studiejaar. Hou ik even in gedachten.

Remko Boers

ongeveer 2 jaar geleden

Ok.

Laat een reactie achter

Hoor graag uw reactie!

%d bloggers liken dit: