Maarten Vansteenkiste over moetivatie of motivatie om je te professionaliseren

Vorige week sprak professor Maarten Vansteenkiste op de studiedag van het Velon over professionaliseren van leraren vanuit het perspectief van de motivatietheorie. In welke mate zijn wij gemotiveerd om onszelf te professionaliseren? Waarom zien we soms af van professionalisering? En wat is dan een motiverend professionaliseringsbeleid? De boodschap van Vansteenkiste: “Kwaliteit van motivatie telt!”.

Vitamines
De fundamentele vraag bij motivatie is waarom doen mensen wat ze doen? Motivatie is een variabel begrip, en van toepassing op elk gedrag, geeft Vansteenkiste aan. Je zelf professionaliseren is je gedrag veranderen. Hoe pas je gedrag duurzaam aan? Wat zijn de vitamines voor duurzame motivatie en verandering? Vansteenkiste schreef hier samen met Bart Stennes een boek over: Vitamines voor groei. “Motivatie is beweging”, stelt Vansteenkiste. De rode draad in dit boek en ook in de lezing tijdens de studiedag is hierbij de zelf-determinatie theorie van Deci & Ryan.


Moetivatie en motivatie.
Waarom zou je jezelf professionaliseren? Er kan sprake zijn van externe motivatie. Het wordt gewaardeerd als je het wel doet, je krijgt kritiek als je het niet doet. Het heeft te maken met een verwachtingspatroon. Hier is volgens Vansteenkiste sprake van moetivatie. Je moet het doen vanwege externe druk. Maar moetivatie kan ook intrinsiek zijn: je legt het jezelf op. Omdat je je anders schuldig zou voelen, of omdat je vindt dat het ‘hoort’. Moetivatie om je te professionaliseren is volgens Vansteenkiste een gecontroleerde vorm van motivatie
 
Op de vraag welke rol beloning speelt bij extrinsieke motivatie, geeft Vansteenkiste aan dat beloning potentieel sturend is, een externe factor. Het is een manier om iets gedaan te krijgen, en heeft een competentieversterkend effect, maar het is ook ondermijnend voor de intrinsieke motivatie.
 
Intrinsieke motivatie heeft te maken met willen. Of goesting zoals de professor uit Vlaanderen het noemt. Je wil jezelf professionaliseren en je wil je daarvoor inspannen. Autonome motivatie. Er is een drijfveer: nieuwsgierigheid en persoonlijke zinvolheid zijn belangrijke kenmerken van intrinsieke motivatie. Vansteenkiste spreekt over doelgerichte motivatie. De activiteit is het doel op zichzelf.


Waarom we niet doen wat we niet doen
Maar ja, veel activiteiten in het leven zijn niet intrinsiek gemotiveerd. Vansteenkiste geeft aan dat er vaak sprake is van internalisatieproces. Ook over zaken die in eerste instantie moeten kan zich een vorm van eigenaarschap ontwikkelen. Motivatie kan groeien: de meerwaarde verschuift dan van moeten naar willen. Autonome motivatie is te verhogen, volgens Vansteenkiste.

Vansteenkiste stelt vervolgens de vraag waarom zou je jezelf niet professionaliseren? Er kan sprake zijn van amotivatie. Omdat je het te moeilijk vindt, of je moet er een te grote inspanning voor doen. Er kan ook sprake zijn van opstandig verzet. Je wil dat anderen zich niet bemoeien met jouw ontwikkeling. Of je wil niet geconfronteerd worden met het feit dat je je gedrag moet veranderen. Er kan ook sprake zijn van een persoonlijke overtuiging om je niet te willen professionaliseren. Je hebt er over nagedacht en nu is niet het goede moment om je te professionaliseren. Er is dan sprake van reflectief verzet. Je kiest er voor om niet te veranderen. Vansteenkiste geeft aan dat bij reflectief verzet sprake is van autonoom functioneren, en dat is volgens hem een zinvolle uitkomst.


ABC

Goed gemotiveerd zijn is belangrijker dan gemotiveerd zijn, stelt Vansteenkiste. Als je goed gemotiveerd bent dan heeft de motivatie ook effect na de fase van professionalisering, en is er sprake van autonome motieven. Wat zijn hiervoor de vitamines? Het betreft hier de drie basisbehoeften van de zelfdeterminatie theorie van Deci & Ryan:

Autonomie
Vrijwillig functioneren. Vrijwillig mogen handelen, denken en voelen. Ervaring van keuze en psychologische vrijheid, wat niet wil zeggen dat je een ander niet voor je laat kiezen. Daar kan je je naar schikken.

Verbondenheid (relatie)
Het gevoel hebben dat je verbonden bent met anderen. Het gevoel hebben van een veilige thuisbasis of leeromgeving.

Competentie
Erkent worden in het feit dat je iets kunt. Geloof in eigen kunnen: het gevoel hebben dat je effectief kunt zijn.

Het zijn behoeften en fundamenteel voor je ontwikkeling. Hoe meer voldaan wordt aan je behoeften hoe beter, stelt Vansteenkiste. Eerst praten over de vitamines, daarna pas praten over motiverend professionaliseringsbeleid. 
 

Stijlen
En wat is dan motiverend professionaliseringsbeleid? Vansteenkiste geeft aan dat er verschillende stijlen zijn, gerelateerd aan de ABC, die gecombineerd dienen te worden. De (1) autonomieondersteunende stijl vertrekt vanuit de belevingswereld van de docent, zijn of haar nieuwsgierigheid en de professionalisering dient aan te sluiten op deze belevingswereld, waardoor de docent het gevoel heeft autonoom te zijn. De stijl die gericht is op (2) verbondenheid vertrekt uit de wens om een positieve relatie met actoren te realiseren en het persoonlijk welbevinden van de docent. Een veilige en positief leerklimaat. De (3) competentieondersteunende stijl vertrekt vanuit de kwaliteiten en vaardigheden van de docent, en de wens om zichzelf te ontwikkelen, waarbij de professionalisering afgestemd wordt op het ontwikkelingsniveau van de docent en hij of zij het gevoel krijgt dat ze ergens beter in worden.


Aanbevelingen
Vansteenkiste doet een aantal aanbevelingen voor professionaliseringsbeleid van docenten en lerarenopleiders.

1. Structureer het professionaliseringsaanbod. 
Breng de groei in kaart, want dat is competentiebevorderend en laat steeds de meerwaarde zien van professionalisering, want dat is autonomiebevorderend.

2. Stem het aanbod af op de behoeften van docenten
Keuze en inspraak zijn een hefboom voor het vergroten van autonoom gedrag. Keuze over het wat en hoe (tempo, ritme).

3. Maak professionaliseren onderdeel van het takenpakket
Tijdgebrek is een obstakel dat amotivatie lokt. Vansteenkiste ziet professionalisering niet als een extra taak maar als een kerntaak. Daar dien je tijd voor vrij te stellen. Dit vindt Vansteenkiste fundamenteel.

4. Investeer in lerende netwerken en persoonlijke coaching.
Dit bevordert de verbondenheid. Verbind jonge docenten met ervaren mentoren. Investeer in motiverende reflectiegesprekken met de vitamines voor groei als insteek.


Ten slotte

Vansteenkiste verzorgde een uitstekende interactieve lezing over de rol van motivatie in professionalisering, en eigenlijk gaat het over leren. Een lezing met een hoge informatiedichtheid en in een flink tempo, maar  ontzettend boeiend verteld. Waardevol om op dit moment weer eens geconfronteerd te worden met de zelfdeterminatietheorie, gezien de ontwikkelingen op het terrein van professionalisering en ICT bij ons op de hogeschool.

Geen Reacties

Laat een reactie achter

Hoor graag uw reactie!

%d bloggers liken dit: