Braintweets

Wat ik als studiebegeleider van de masteropleiding Leren & Innoveren in ieder geval een feestje vind zijn de expertmeetings. Afgelopen vrijdag verzorgde Lydia Krabbendam, associate-professor neuropsychologie aan de VU, een gastcollege over ‘leren en het brein’. Een erg boeiend college, ook in de context van de ‘hype’ van breinleren of brain-based learning. U had erbij moeten zijn. Gelukkig hebben we de tweets nog. Een selectie.

  • #inhmli Neurowetenschap kan alleen iets betekenen voor onderwijs, als de wetenschappers in dialoog gaan met het onderwijs. (link)

De neurowetenschap helpt ons om meer inzicht te verkrijgen in ‘leren’. Echter, leren gebeurt met name in de sociale context. Inzichten in het brein zijn voor het onderwijs alleen relevant als de neurowetenschap deze samen met het onderwijs in de juiste context plaatst. Het onderwijs moet hier initiatief in nemen, volgens mij. Ik de ‘hype rond het puberbrein’ lijkt het mij goed om op zoek te gaan naar bewijskracht.

  • #inhmli Ander voorbeeld ‘neurobubble’: onderzoek met ratten die in een uitdagende omgeving meer connecties vormen, niet vertalen naar lln. (link)

Krabbendam geeft aan dat er veel ‘neuromythes’ zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de afbeeldingen waarin je de hersenactiviteit ziet. Deze beelden komen tot stand via een berekening, je ziet meestal maar een klein deel van de hersenactiviteit, terwijl in werkelijkheid overal activiteit gemeten wordt. Maar daarom zeggen we wel vaak dat we maar 10% van onze hersenen gebruiken en dat is niet waar. Een andere mythe is dat een uitdagende omgeving tot meer prikkels leidt in de hersenen en dat er daardoor meer verbindingen ontstaan. Dit komt voort uit onderzoek met ratten, die inderdaad meer connecties vormen in een uitdagende omgeving. Maar, zegt Krabbendam, dat moet je niet zomaar vertalen naar kinderen. Sterker nog, teveel prikkels kan een negatieve werking hebben.

  • #inhmli “Baby’s kunnen gezichten van apen herkennen”, maar na periode van 6-9 maanden verliezen ze dat vermogen. Namelijk niet relevant. (link)

Dit soort feiten komen toch net iets anders aan, als jonge vader. :) Maar het geeft aan hoe belangrijk de sociale context is en hoe het brein zich daarop aanpast.

  • #inhmli “Basisvaardigheden om te plannen onstaan al vanaf het eerste jaar”. Controle over aandacht, regels, informatie vasthouden, bewerken (link)

Wij mopperen vaak dat ‘die pubers’ niet kunnen plannen. Echter, de basisvaardigheden ontstaan al in eerste jaren, en ontwikkelen door  tot in de vroege volwassenheid.

  • #inhmli “Betere metacognitie leidt tot betere prestaties”, mits ze de extra stap maken om metacognitieve kennis ook toe te passen. (link)

De ontwikkeling van metacognitie is op jonge leeftijd al aanwezig. Er is wel een extra stap nodig om die kennis ook daadwerkelijk toe te passen. Krabbendam haalt een voorbeeld aan van 9-jarigen die het nut inzien van categoriseren, maar het toepassen er van echt aangeleerd moeten krijgen. Het onderwijs heeft een grote rol in het stimuleren van  ‘leren leren’.

  • #inhmli Waarom zoveel aandacht voor ‘puberbrein’. “Het is ook echt een andere fase, ‘ze zijn hun eigen soort'” (link)

Aha!

  • #inhmli Ontwikkelingen hersenen adolescenten: “Je hebt een auto, maar nog geen rijbewijs”.(link)

Door hormonale veranderingen in de pubertijd ontwikkelen de emotionele gebieden in de hersenen zich. De gebieden die dat moeten reguleren, die zitten in de prefrontale kwab, ontwikkelen zich echter langzamer. Dat verklaart waarom adolescenten het bijvoorbeeld lastig vinden om keuzes te maken (iets wat wij in het onderwijs vrij vroeg van ze vragen). Adolescenten redeneren hetzelfde als volwassenen, maar integreren het slecht met hun emotie: “Mij overkomt dat niet”. Het verklaart waarom adolescenten experimenteren en exploreren: dat ontstaat uit de emotionele ontwikkeling van de hersenen.

Wat is vervolgens de rol van het onderwijs als ‘prefrontale kwab’ voor leerlingen? Regels stellen (is een cognitieve benadering) gaat dus niet altijd aankomen, belangrijk is wel dat je in contact blijft met de adolescenten.

  • #inhmli Peer-pressure heeft een enorm effect op risico bereidheid van adolescenten. Leidt tot veel meer activatie in beloningsgebieden. (link)

In een test waar adolescenten moesten beslissen of ze door oranje zouden rijden, met de kans dat het stoplicht op rood zou springen met een crash als gevolg,  zijn ze veel voorzichter dan in een zelfde situatie maar nu met een leeftijdgenoot die ernaast zit. Er worden meer risico’s genomen! Er zijn beloningsgebieden in de hersenen die dan gestimuleerd worden. Emoties hebben enorme invloed op prestaties. Belonen, wat ook een compliment van de docent kan zijn, leidt tot betere prestaties.

  • #inhmli “Motivatie is besmettelijk!” Zien dat iemand anders gemotiveerd is leidt tot meer inzet en betere prestatie, zelfs bij andere taak (link)

Tweet van de dag! Wij hebben een basale neiging tot immitatiegedrag (heeft te maken met een spiegelneuron dat geactiveerd wordt bij de uitvoer van een handeling, en bij het zien uitvoeren daarvan). Doe je niets aan. We kunnen het wel onderdrukken. Gaap.

  • #inhmli NL hecht aan stereotype idee: We denken dat jongens het beter doen in de beta vakken, en doen het daarom ook beter! Hoe kan dat! (link)

Er is onderzoek gedaan naar verschillen naar  prestaties tussen jongens en meisjes. Inderdaad, jongens presteren op het beta terrein iets beter dan meisjes. Maar de verschillen zijn heel erg klein, toch heeft dit in Nederland enorme gevolgen voor de studiekeuze. Dit wordt veroorzaakt door stereotypering van jongens en meisjes. We denken dat jongens het beter doen, en daarom doen ze het ook beter. Zelfs als het niet uitmaakt wat je doet, doe waar je goed in bent, wordt dat beïnvloedt door de stereotypering.

Meer tweets van deze masterclass kun je  bekijken in dit tweetdoc (pdf).

Afbeelding: linguafrancafoundation

4 Reacties

Laat een reactie achter

Hoor graag uw reactie!

%d bloggers liken dit: