— Leervlak.nl

Archive
icto

Vandaag hebben twee collega’s van mij een serie korte weblectures over onderzoeksvaardigheden opgenomen. Overigens hebben we gelijk maar afgesproken om ze webcolleges te noemen op onze School. Het zijn onze eerste webcolleges. De webcolleges maken deel uit van een onderwijsontwerp over de afstudeerfase van onze studenten. We worden ondersteund door het ‘team weblectures’ van Inholland, die een project zijn gestart om ervaring op te doen met de verschillende mogelijkheden van weblectures.

Bij weblectures had ik in eerste instantie de associatie met complete hoorcolleges en eindeloze PowerPoints. Die heb je ook, een ‘klassieke’ weblecture. Ik heb overigens voorbeelden gezien van ‘saaie colleges’ die als weblectures opgevreten worden door studenten. Zeker als er veel informatie wordt aangeboden zijn dergelijke weblectures waardevol. Maar je kan ook kiezen voor kortere varianten, waar ieder webcollege bestaat uit een deelonderwerp. Hier hebben mijn collega’s ook voor gekozen in hun ontwerp: wat is de onderzoekscyclus, hoe formuleer je een onderzoeksvraag, etc.

In eerste instantie worden deze webcolleges als extra naslag naast de reguliere bijeenkomsten aangeboden in BlackBoard. Mijn collega’s zien echter ook al de mogelijkheden voor het hergebruik van de webcolleges voor een volgende keer. Je kan dan studenten vooraf de opdracht geven om zich op een bijeenkomst voor te bereiden door het bekijken van de webcolleges. Vervolgens ga je nadenken over hoe je reguliere bijeenkomsten anders kunt inrichten, met meer nadruk op de verwerking en toepassen van de theorie.

Vanochtend sprak ik met Tom Visscher, een van de weblecture experts van Inholland die vandaag de webcolleges heeft opgenomen. Hij kwam met een Samsonite-koffer vol techniek. In onderstaande flipumentary legt Tom uit wat hij allemaal bij zich heeft en wat zijn ervaringen zijn met het opnemen van weblectures.

Tom wist mij te vertellen dat mijn collega’s natuurtalenten waren in het opnemen van webcolleges! Nu hopen dat voorbeeld doet volgen!

Lees verder

Via het blog Dangerously Irrelevant stuitte ik op onderstaand filmpje. De University of Central Florida gebruikt computersimulaties met virtuele leerlingen in het trainen van leraren op het gebied van effectieve instructie en klassenmanagement.

Er valt wat voor te zeggen, hoewel er natuurlijk niets boven het echte werk gaat: vallen en opstaan tijdens een praktijkstage. Maar de kwaliteit van leren op de praktijkschool hangt enorm af van de kwaliteit van begeleiding op de stageschool, de mate waarin de student in staat is om kritisch te reflecteren op eigen handelen en de coachende rol van een instituutsbegeleider. Soms wordt er te weinig geleerd voor, tijdens en vooral na een les op de stageschool. Ook over de mate van transfer van de geleerde theorie in de praktijk valt soms te discussiëren.

Ik zie deze techniek met name als ‘scaffolding-technology’, ter ondersteuning van het leerproces. In dit geval een kenmerkende beroepssituatie in een praktijksetting waar de studenten naar toe werken. Ze spelen de simulaties in een ‘veilige’ omgeving en bespreken de resultaten met mede-studenten en een docent. De intervisie maakt dat de student zich bewuster wordt van zijn eigen vaardigheden, gaat zich daardoor gerichter voorbereiden op de les, en kan daar achteraf ook beter op reflecteren. Het oefenen kan het zelfvertrouwen vergroten en de kans op een positieve leerervaring groter maken. De docent die de studenten begeleidt in het spelen van de simulaties kan de resultaten koppelen aan de geleerde theorie en deze gelijk inzichtelijk maken voor de studenten. Zo ontstaat er een soort van instituutspracticum dat de stagepraktijk goed kan ondersteunen.

Andere mogelijkheden? Een simulatie spelen als onderdeel van de fasetoets? Of zoals in het filmpje ook wordt genoemd, een simulatie spelen tijdens je sollicitatiegesprek? Dan zou ik de sollicitant wel een andere simulatie laten spelen. Een simulatie met een klas van +25 stuiterballen met een samenwerkend leren werkvorm, maar dat zag ik niet terug op het filmpje.

Meer info op Serious Games Market.

bron afbeelding

Lees verder

Dit is het tweede deel van een blogpost serie over het herontwerp van een training eLearning. In het eerste deel keek ik terug op de ‘oude training’. In het tweede deel richt ik mij op het herontwerp. Ik hoop dat er meer posts zullen volgen om zo het een en ander inzichtelijk te maken.

Mijn collega Marten Douma en ik besloten dat het tijd was om de training eLearning die wij nu voor de derde keer gaan verzorgen te herzien. Ten eerste omdat we vinden dat de training beter moet aansluiten bij het gebruik van e-learning en ICT op de praktijkscholen van de studenten, ten tweede omdat we beter willen aansluiten bij de verschillende niveaus en wensen van de studenten. Wij hopen te bereiken dat dit een grotere betrokkenheid en motivatie van de student oplevert met als gevolg dat ‘ICT & onderwijs’ een duidelijke plek inneemt in zijn of haar competentieontwikkeling.

In deze post wil ik de kaders van de training eLearning ‘nieuwe stijl’ omschrijven en brainstormen over de uitvoering van de training.

Ontwerpprincipes
Op de laatste editie van de Online Educa in Berlijn volgde ik een learnshop over ontwerpprincipes voor leeromgevingen, georganiseerd door Ellen van den Berg (Hogeschool Edith Stein), Petra Fisser (Universiteit van Twente) en Wim de Boer (SLO). Het ging hier om een versimpelde versie van de ontwerpprincipes van van den Akker met betrekking tot ontwikkelingsgericht onderzoek:

“Als je interventie X wilt ontwerpen voor doel/functie Y in context Z, dan wordt aanbevolen om de interventie de karakteristieken A, B en C te geven en dat te doen via procedure K, L en M, vanwege de argumenten P, Q en R”. (van de Akker, 1990)

In de learnshop werd dit principe vereenvoudigt: als – dan – omdat. Lees meer over de learnshop op de weblog van Petra Fisser.

Hoewel het in het geval van de workshop ging om het ontwerpen van een fysieke leeromgeving, met evt. een virtuele component, lijkt het mij een goede structuur om de uitgangspunten van de training helder te krijgen. De training is de leeromgeving. Ik werk de volgende formule uit:

Als:

Wij een training eLearning willen ontwerpen waarin het leerproces van de studenten op het gebied van ICT & onderwijs centraal staat, waarin de studenten betrokken zijn bij het thema zodat zij dit een concrete plek kunnen geven in hun competentieontwikkeling;

Dan:

Is het belangrijk dat de student ruimte krijgt om zijn eigen vragen op het gebied van ICT & onderwijs te formuleren en uit te werken. Daarnaast is uitwisseling van kennis/ervaringen tussen studenten/begeleiders en  peerfeedback van belang voor een kritische houding ten op zichte van de eigen competentieontwikkeling.

De organisatie van de training en begeleiding kent een duidelijke structuur, waardoor de student het vertrouwen heeft om actief aan zijn eigen ontwikkeling te werken. De leeromgeving moet uitdagend en inspirerend zijn.

Omdat:

Uit eerdere ervaringen is gebleken dat een strak georganiseerde, docent gestuurde training niet bijdraagt aan het op de agenda zetten van ICT & onderwijs in de competentieontwikkeling door de student. Omdat deze training voorlopig de enige formele onderwijseenheid is waarin e-learning centraal staat, is het belangrijk dat de student deze ontwikkeling actief en zelfstandig verder doorzet in zijn of haar competentieontwikkeling. Om dit te bereiken is betrokkenheid een belangrijke voorwaarde. Door de training beter aan te laten sluiten bij de vragen van de student en een inspirerende en uitdagende leeromgeving te bieden, werken we aan een basis hiervoor. In deze situatie verwachten we dat de kernprincipes rondom e-learning ook beter beklijven en beter aansluiten bij de huidige ontwikkeling van de student.

Met name bij de laatste stap denk je na over de argumenten en de theorie achter het ontwerp. Het gaat hier eigenlijk om een expliciete theoretische onderbouwing, ik vlieg hier wat kort door de bocht. Dat komt omdat ik het gebruik om mijn gedachten te ordenen en als brainstorm. En ik zit in tijdnood. :) Dit onderdeel gaan we ook gebruiken om tijdens en na de training te evalueren.

Brainstorm: mini-conferentie ICT & onderwijs
De ontwerpprincipes zijn helder, nu de invulling! De studenten hebben 7 bijeenkomsten van 1,5 uur. In plaats van dat we ze onderwerpen gaan opdringen, laten we zelf hun vraag formuleren. Vervolgens moet dat inhoudelijk uitgewerkt en gepresenteerd worden. En natuurlijk is het belangrijk dat ze van elkaar leren. Het moet gaan om halen en brengen.

In een brainstorm (zie afbeelding hieronder) zijn we uitgekomen op het organiseren van een mini-conferentie/studiemiddag over ICT & onderwijs voor alle studenten en docenten van de School. De invulling wordt bepaald door de leervragen van de studenten, zij vullen de conferentie inhoudelijk.

De leervraag formuleren ze middels een proposal. In dit proposal formuleren ze een concrete leervraag en hoe ze dat gaan presenteren tijdens de mini-conferentie. Mede-studenten en docenten tekenen in op de workshops/presentaties. Zij vullen na afloop van een sessie een snelle evaluatie in, die wij als begeleiders kunnen gebruiken bij de eindbeoordeling.

Iedere bijeenkomst wordt door de student gebruikt om de presentatie/workshop voor te bereiden. Zij gaan actief hun leervraag beantwoorden. Wij vragen de studenten ook om te helpen de mini-conferentie mede te organiseren. Wij als begeleiders zullen de hoofdcoördinatie hiervan op ons nemen, maar zaken als een naam voor de comferentie, logo en promotie via de sociale netwerken van de studenten kunnen we prima uit besteden.

Dit, of een variant hierop, gaan we nu uitwerken in een concrete studiehandleiding. Meer hierover in het vervolg op deze serie.


Lees verder

Tijdens de training eLearning op de School of Education Amsterdam grepen drie enthousiaste studenten de kans om even met het SMARTboard te werken. Even aan elkaar laten zien wat er mogelijk is. Experimenteren, informeel leren.

Daar kan je alleen maar even je camera opzetten en dan niets doen! Later nog wat hide & reveal trucjes laten zien aan de dames, om wat meer mogelijkheden van het SMARTboard in de les op hun netvlies te krijgen.

Studenten testen het SMARTboard from Jeroen Bottema on Vimeo.

Photo & video van Jeroen Bottema, met toestemming van de studenten

Lees verder

Dit is het eerste deel van een blogpost serie over het herontwerp van een training eLearning. Dit deel blikt terug op de ‘oude’ training. Deel twee zal gaan over het ontwerpen van de ‘nieuwe’ training en ik hoop dat er meer meer volgen.

Binnenkort starten we weer met een nieuwe periode op de School. Dat betekent voor mij en mijn collega Marten Douma dat we voor het derde jaar een training eLearning gaan verzorgen aan de tweedejaars studenten van de lerarenopleidingen. Wij spraken elkaar hierover al voor de kerstvakantie. Hoewel deze training een interessante leerpraktijk is, willen we deze toch herzien.

Ten eerste omdat we vinden dat de training beter moet aansluiten bij het gebruik van e-learning en ICT op de praktijkscholen van de studenten, ten tweede omdat we beter willen aansluiten bij de verschillende niveaus en wensen van de studenten. Wij hopen te bereiken dat dit een grotere betrokkenheid en motivatie van de student oplevert met als gevolg dat ‘ICT & onderwijs’ een duidelijke plek inneemt in zijn of haar competentieontwikkeling.

training eLearning”
Tja, een training eLearning. Ik heb het ook niet verzonnen. Het is voorlopig even bij gebrek aan beter. De implementatie van de Kennisbasis ICT (PDF) is in voorbereiding en ik hoop dat dit meer aanwijsbare ruimte oplevert voor didactiek en technologie in het curriculum.

Soms betekent het opbouwen van een School of Education dat je ontwikkelt terwijl je uitvoert en dat je vandaag een mail krijgt of je gister een training wilde organiseren. Zo ging dat dus twee jaar geleden, en voelde ik mij genoodzaakt iets uit de kast te trekken: een eerder ontwikkelde training over webquests die ik voor mijn studenten Mens & Wereld had ontwikkeld. In deze training ontwikkelen studenten een webquest met behulp van web 2.0 tools.

Een noodverbandje riep ik, in afwachting op een gestructureerde ICT-leerlijn. Want je kan natuurlijk geen moderne docenten afleveren aan het werkveld met alleen een training eLearning in de broekzak, van welgeteld 7 bijeenkomsten a 1,5 uur. ‘Tuurlijk niet! Het jaar daarop werd deze training weer blind geprogrammeerd en dit jaar ook weer.

Op dit moment is de training voorlopig nog de enige formele onderwijseenheid over e-learning en ICT in het onderwijs die de studenten in hun studieloopbaan tegen komen. De rest komt naar voren in de vakdidactiek of kenmerkende beroepssituaties op de praktijkscholen. De student heeft daarvoor kennis nodig over een aantal kernconcepten in e-learning en de belangrijkste ontwikkelingen van ICT in het onderwijs.

Webquest
Het ontwikkelen van een webquest was dus mijn antwoord op het aanbieden kennis en vaardigheden op het gebied van eLearning en onderwijs in zeven bijeenkomsten a 1,5 uur. Daar had ik de volgende argumenten voor:

1. Iedereen kan een webquest maken, ook als je niet zo ICT-vaardig bent;

2. Door de bouwstenen van de webquest toe te passen denken studenten na over begeleiding en ondersteuning van didactische concepten met behulp van ICT. Didactiek op één. Daarna de technologie.

3. De webquest kan je eenvoudig ontwikkelen met behulp van een weblog, wiki of bijvoorbeeld Google Sites. Studenten komen in aanraking met web 2.0 tools en hoe je die kunt inzetten bij het leren, met name het samenwerkend leren.

4. In een webquest zoekt de docent de geschikte bronnen op het internet, voor een deel omdat leerlingen dat in beginsel onvoldoende zoekstrategieën beheersen. Daar valt wat voor te zeggen, je kan het de leerlingen ook leren. In beide gevallen gaat het om informatievaardigheden, belangrijk in het ‘domein’ eLearning.

5. Een webquest is een activerende werkvorm, waarbij de rol van de docent die van begeleider is en de leerling zelfstandig aan het werk is, het liefst in groepsverband. Dit past goed in het tweede jaar van de lerarenopleiding waar de studenten trainingen en colleges volgen over actief leren en samenwerkend leren. Studenten zitten midden in het ontwikkelen van hun visie op de rol van de docent in het leerproces van de leerling. Het ontwikkelen van een leerpraktijk waar de leerling centraal staat, leek mij een prima oefening in dit proces.

6. Een leerpraktijk waar vele facetten van e-learning in het klein aanwezig zijn, dekt de titel van de training. Je biedt een soort van kapstok aan waar de student in zijn verdere studieloopbaan andere ICT-zaken gaan ophangen.

7. Grote kans op succeservaring en prima uitvoerbaar voor de studenten op hun praktijkscholen.

Docentgestuurde leerroute & kapstok
In de training volgen de studenten een leerroute die ik voor ze heb bepaald. De ruimte voor eigen inbreng en activerende werkvormen tijdens de training verhullen niet dat de basis van deze training stevig leunt op eenzijdige kennisoverdracht. Waarom de behoefte om zo direct te sturen?

Het is een korte training, maar ik vond wel dat het een basis moest creëren voor de studenten om in hun verdere loopbaan zelfstandig de competenties op het gebied van ICT & onderwijs uit te werken. Ik heb er dus voor gekozen om veel onderwerpen aan bod te laten komen: didactische concepten en ICT, een aantal belangrijke web 2.0 toepassingen en hoe je  daarmee het leerproces van leerlingen kunt begeleiden en toetsen, de webquest en bijbehorende didactiek. Daarnaast moest er tijd zijn voor de studenten om het een en ander zelfstandig uit te werken. Dat resulteerde in een strak spoorboekje.

De training is een kapstok waaraan kernconcepten over e-learning en ICT in het onderwijs worden gehangen. Het is een introductie op, de basis van. In de verdere studieloopbaan werken studenten verder aan hun competenties en wat betreft ICT kunnen ze op basis van deze training zelfstandig verder uitwerken. Althans, dat hoop je dan, ik zou dat eens moeten meten. Een training van zeven bijeenkomsten is natuurlijk niets als het gaat om dit onderwerp. Zoals gezegd, de training is voorlopig even de enige formele onderwijseenheid over e-learning en ICT in het onderwijs die de studenten in hun loopbaan tegen komen. Dit alles maakte de training als kapstok nog belangrijker. Ik zag dit als een verantwoordelijkheid en is een andere reden waarom ik koos voor een sturende leerroute.

Hoewel een docentgestuurde training niet echt mijn stijl is, vond ik het in eerste instantie wel op zijn plaats, gezien de doelstelling die ik had. Denken over e-learning in het onderwijs betekent denken over een ander pedagogisch-didactisch paradigma. En niet alle studenten gaan daar even makkelijk mee om. Het is een uitdaging om dat te vertalen door in dit geval het ontwikkelen van een webquest. Een duidelijke studiehandleiding, waarin precies staat omschreven welke activiteiten moeten worden ondernomen en waar deze aan moeten voldoen, geven de student houvast en zekerheid, maar ook de tijd en rust om hier hun positie in te bepalen. Kleine stapjes.

Op zoek naar betrokkenheid
Marten en ik bespraken een paar weken geleden de effectiviteit van de training en de rol van de studenten. Gezien het aanbod van allerlei tools en concepten, kun je je afvragen wat er vervolgens echt beklijft bij de studenten. De opzet van de training heeft tot gevolg dat de rol van de student uiteindelijk te eenzijdig is. En hoewel de argumenten zuiver waren, hadden we twijfels over het effect van de training. We konden aan de hand van de webquests en inzet beoordelen of de student inderdaad aan een ‘kapstok’ voor verdere ontwikkeling had gewerkt. In het algemeen hadden we toch sterke twijfels of het merendeel van de studenten die kapstok in hun competentieontwikkeling  zouden gaan gebruiken. Nu kan je daar een training niet verantwoordelijk voor houden, dat heeft met meer zaken te maken, maar wij kunnen wel werken aan betrokkenheid en motivatie, met als gevolg dat studenten het heft in eigen handen nemen en zelf e-learning onderdeel maken van hun competentieontwikkeling.

We merkten dat studenten graag meer aan de slag wilde met de praktische kanten van ICT & onderwijs, de zaken die ze tegen kwamen op hun praktijkschool. De één wilde weten hoe nu eindelijk een goede PowerPoint te maken voor de les, de andere wilde experimenteren met het digibord.

Zo ontstonden in onze training twee leerlijnen. Een formele leerlijn waarin de student een webquest ontwikkeld en een informele leerlijn waarin de student zijn eigen leervraag kon stellen, maar ook zijn of haar expertise kon aanbieden. De opdracht was dat studenten minimaal 1x in de periode op een forum een leervraag stelde en 1x een inhoudelijke bijdrage leverde aan een oplossing van een leervraag van een medestudent.

Binnen de training was er onvoldoende ruimte om beide leerlijnen goed uit te voeren. De formele opdracht overheerste de informele opdracht. Het ontbrak ons aan voldoende tijd. Plus er ontstaat een situatie waar vele onderwerpen aan bod komen, maar waar de tijd voor verdieping en verbreding ontbreekt. Veel over weinig.

Terug naar de tekentafel dus.

Herontwerp
We zijn dus nu de training aan het herontwerpen waarin betrokkenheid en een actievere rol van de student centraal staat. Betrokkenheid als gevolg van de training. Betrokkendheid is niet zozeer het hoofddoel, maar wel een belangrijke voorwaarde willen we bereiken dat studenten e-learning actief opnemen in hun competentieontwikkeling. En ons startpunt is de vraag wat de student nodig heeft.

Meer hierover in deel 2 van deze serie.

Photo by paul goyette | Flickr

Lees verder

Een paar weken geleden vroegen Eric-Jan Dol (@dapperebas op Twitter) en Annette Theuns mij of ik kort wat vragen wilde beantwoorden voor camera. Beide zijn werkzaam als informatiespecialisten bij INHolland en hun verzoek had te maken met hun voorbereidingen op de workshopsessie voor Show & Share, die afgelopen week plaatsvond. Ook collega Tom Visscher en student 2.0 Stef Maas zijn ‘geflipt’.

De centrale vraag die we moesten beantwoorden was hoe we het liefst op de hoogte bleven van informatie en hoe we deze informatie naar ons toe lieten komen.

Het is een kort filmpje geworden over Twitter, RSS, iGoogle en LinkedIN. Het is als inleiding gebruikt voor hun sessie over informatievaardigheden:

Het aanbod van informatie is enorm en het is vaak lastig om je weg te vinden naar juiste en goede informatie. In deze workshop gaan wij je helpen bij het sturen over de informatiesnelweg met behulp van web 2.0 technieken. En we laten zien hoe soms de automatisch piloot kunt gebruiken.

Handig filmpje, kan ik goed gebruiken voor mijn studenten.

Eric-Jan stuurde mij de link naar het Flip-filmpje, dat hij op SURFmedia heeft geplaatst. Met een SURFgroepen account of uw instellingsaccount (als de instelling aangesloten is bij de SURFfederatie) kunt u inloggen en het filmpje bekijken.

Video: Laat de informatie tot je komen

Lees verder

De afgelopen week ben ik, samen met mijn collega Eric Poldner,  druk bezig geweest met het lezen van concept papers van studenten van de masteropleiding Leren & Innoveren, met als doel om ze te voorzien van feedback. Wij gebruiken daar het online annotatiesysteem van Jakko van der Pol van het IVLOS voor. Via dit systeem hadden de studenten elkaar al eerder van peerfeedback voorzien.

Annotatiesysteem
Het annotatiesysteem is een webbased platform waarin je een tekst (PDF) importeert. Vervolgens kun je door met je muis over de relevante passages te slepen blokken creëren die gekoppeld worden aan een bericht of annotatie. Op de berichten kun je reageren, waardoor er een online discussie ontstaat.

Binnen de opleiding gebruiken we het systeem voor twee doelen. De eerste is voor literatuurverwerking, waar we een aantal stellingen en opdrachten koppelen aan een tekst (netjes verdeeld onder headers, zodat de discussie overzichtelijk blijft) waar de studenten vervolgens over discussiëren met als doel een diepere verwerking van de inhoud. Het tweede doel is, zoals gezegd, het faciliteren van peerfeedback. Bij beide opdrachten ligt de nadruk op gezamenlijke verwerking, waarin we werken met groepen van vier personen.

Ervaringen
Het systeem is erg eenvoudig om te gebruiken. Na een korte introductie en even wat oefenen, kan iedereen aan de slag. Ik heb in een screencast toch kort toegelicht hoe studenten zich moeten aanmelden (gratis) bij het systeem, opzoek gaan naar de juiste course (met daarin de tekst), zich lid maken van een groep en zelf een document kunnen uploaden.

Na een flinke discussie of feedbackronde, staan er heel wat annotaties op de tekst, het lijkt wel een beetje op twitteren, maar dan over een tekst. In eerste instantie lijkt het op chaos, maar mijn ervaring is dat studenten toch snel een overzicht krijgen. Met name bij de peerfeedback is het met name van belang dat je aandacht besteed aan de formulering van die feedback. Wat is goede feedback?  In het eerste semester hebben we het werken in het annotatiesysteem dan ook gekoppeld aan een training peerfeedback.  Je kan de berichten overigens waarderen door middel van het geven van sterren. Dat hebben wij niet gebruikt, maar wellicht in de toekomst.

Bij het lezen van de papers had ik een aantal keren te maken met het feit dat de student de peerfeedback had verwerkt in een nieuwe versie. In die versie zijn de annotaties verdwenen. Ik vond het zelf toch prettiger om de versies te lezen met de annotaties van de studenten er bij. Het geeft je inzichten die je zelf misschien niet had gekregen. Ook de begeleider is gebaat bij gezamenlijke verwerking.

Een ander leerpunt is dat het soms goed kan zijn om gebruik te maken van headers in het systeem. Je maakt dan een course aan met een tekst, inclusief een structuur met topics. Zo waren de topics bij de literatuurverwerkingsopdracht de opdrachten of stellingen. Het geeft overzicht. Bij peerfeedback kun je denken aan topics voor de verschillende onderdelen of eisen van een paper. Dat laatste hadden wij verzuimd in te stellen, waardoor je inderdaad een wat onoverzichtelijk geheel aan annotaties te verwerken krijgt, en we hadden de studenten daardoor wat gerichter feedback kunnen laten geven. Foutje.

Goed om mee te werken, ik denk met name geschikt (en volgens mij ook ontwikkeld voor) het hoger onderwijs, maar wat let je om eens in andere context te experimenteren.

Meer info op de website, via dit artikel, en kijk ook eens op de Good Practice community.

Photo by dav | Flickr

Lees verder

De 2010 editie van het Horizon Report is gepubliceerd. Het rapport, geschreven door New Media Consortium en EDUCAUSE  Learning Initiative, beschrijft ieder jaar zes opkomende ontwikkelingen, trends en uitdagingen op het gebied van ICT in het onderwijs, waarvan verwacht wordt dat deze in de komende vijf jaar door het onderwijs worden opgepikt,  verdeeld in drie adoption horizons:

Near-term horizon (komende jaar):
1. Mobile computing
2. Open content

Second adoption horizon (over 2 – 3 jaar)
3. Electronic books
4. Simple Augmented Reaity

Far-term horizon (over 4 – 5 jaar)
5. Gesture-based computing
6. Visual data analysis

Lerarenopleiding
Hoe gebruik ik dit rapport in de lerarenopleiding? Vorig jaar heb ik de ontwikkelingen verwerkt in een presentatie die ik een aantal keren heb gegeven voor studenten en docenten: wat betekenen deze technologieën voor het (her-)ontwerp van leerpraktijken? De mensen een beetje wakker schudden en out-of-the-box laten denken. Vervolgens heb ik toch vooral het idee, positieve uitzonderingen daargelaten, dat de mensen zich weer fijn nestelen in de traditionele leeromgeving van het onderwijs. Het is belangrijk dat ik deze ontwikkelingen blijf presenteren in de context van de transitie naar een ander pedagogisch-didactisch paradigma.

- Wat is de rol van het onderwijs in een wereld waar lerenden een overvloed aan informatie en relaties kunnen ontsluiten via deze technologieën;
- Hoe gebruiken jongeren deze technologieën in hun persoonlijke leeromgeving en welke kwaliteiten heb ik als docent om deze jongeren te begeleiden;

Continuïteit?
Lees meer over het Horizon Report op de blogs van Wilfred Rubens en Pierre Gorissen. Wilfred beschrijft de trends die genoemd worden in het rapport. Beide vergelijken dit rapport met die van vorig jaar. Daar zitten nogal wat verschillen tussen, zoals Pierre laat zien door de rijtjes naast elkaar te leggen. Pierre heeft als kritiek dat het rapport vooral een richtingwijzer voor toegepast onderzoek is en dat er een terug-rapportage mist, die de stand van zaken omschrijft van ontwikkelingen uit vorige edities en welke leerpunten we daar uit kunnen halen.

Ik zal dit eens voorleggen aan de lector eLearning van INHolland, Guus Wijngaards. Hij is de afgelopen twee jaar betrokken geweest bij een van de advisory boards van het rapport. Ik zal hem vragen wat precies zijn bijdrage is aan het rapport en hoe dat verder tot stand komt en wat hij vindt van een stuk reflectie in het rapport?

Update 18/01 Ik heb vandaag met Guus Wijngaards even gesproken over dit onderwerp. Hij merkte op dat er twee Horizons reports zijn, een ‘meta’-versie en een K12-versie. Hij heeft zijn bijdrage geleverd via een wiki, daar wordt vervolgens over vergadert en wordt er een ranking van de meest genoemde ontwikkelingen. Hij is het eens met de opmerking van Pierre Gorissen, en zal dat in maart aankaarten bij Larry Johnson, chief executive officer van het NMC, tijdens de COSN conferentie in Washington.

Schiet me verder nog een opdracht voor studenten te binnen. Lees in het rapport over de zes technologieën, maak een playlist van YouTube-filmpjes waarin je een voorbeeld ziet van deze technologieën, deel deze playlist met je mede-studenten en discussieer over welke technologie naar jou mening het meest relevant is voor jouw onderwijs.

Hieronder een leuk voorbeeldje van augmented-reality (hoewel niet erg simple).

Lees verder

Oproep:

Voor het onderzoek Students’ Voices II van het lectoraat eLearning van Hogeschool INHolland ben ik op zoek naar:

Succesvolle leerpraktijken in het onderwijs waar leerlingen/studenten en de school/docenten samen verantwoordelijk (co-creators) zijn voor leerinhoud en leerproces en waar er betekenisvolle relaties kunnen worden gelegd tussen de formele leeromgeving van school en de informele leeromgeving van de leerling/student.

In het onderzoek staat de volgende vraag centraal:

Wat zijn kenmerken van succesvolle leerpraktijken met de inzet van Web 2.0- technologie die maken dat ze als model kunnen dienen voor een herontwerp van leerpraktijken in vergelijkbare en minder vergelijkbare contexten?

Meer hierover verderop in deze post, ik zal eerst de reden van mijn verzoek toelichten. Ik ben een aantal uren per week werkzaam als research fellow bij het lectoraat eLearning van INHolland. De onderzoeken van het lectoraat eLearning richt zich op de vraag, hoe de kwaliteit van het leren en onderwijs kan worden verbeterd door de inzet van ICT en e-learning.

Mijn activiteiten in het lectoraat zijn met name gericht op het onderzoeksproject Students’ Voices. Dit is een onderzoek naar de mening van leerlingen en studenten over leren met technologie. Dit onderzoek gaat dit jaar zijn tweede fase in: Students’ Voices II (lees hieronder een korte toelichting). En het is om deze reden dat ik mijn blog even misbruik voor deze oproep. Dus:

Bent u bezig met ontwikkelen/uitvoeren van een dergelijke leerpraktijk? Heeft u net een succesvol onderwijsproject uitgevoerd? Kent u collega’s of scholen die een dergelijke succesvolle leerpraktijk hebben? Grote projecten, kleine projecten, lessenseries, etc. Type onderwijs maakt niet uit. Ik hoor het graag! Via een reactie op deze post, via Twitter of jeroen.bottema[at]inholland.nl. Bij voorbaat dank! Zeg het voort! Re-tweet! Ik zou daar enorm mee geholpen zijn.

Deze leerpraktijken plaats ik op een longlist, waaruit ik samen met mijn collega’s een selectie zal maken.

Students’ Voices
In het schooljaar 2008-2009 is in Australië en Nederland onderzoek gedaan naar de ervaringen, verwachtingen en ideeën van leerlingen, studenten en jonge, startende leraren met de betrekking tot de inzet van ICT in leerprocessen: Students’ Voices.

De conclusies van dit onderzoek zijn te lezen in het bijbehorende rapport (PDF, 1.3 mb). Het artikel (PDF), geschreven door lector Guus Wijngaards, geeft een goede samenvatting van de belangrijkste conclusies.  Een van de interessante vragen in het onderzoek vond ik die over het gebruik van social networking en social media in relatie met leren en onderwijs. Met andere woorden: wat zeggen jongeren over het gebruiken van hun informele, persoonlijke leeromgeving op het web in de formele leeromgeving van school. De leerlingen en studenten gaven aan dat hun persoonlijke  leeromgeving niet zomaar vermengd moeten worden met leren op school. De lector schrijft in het artikel:

Het gaat over ‘locus of control’, want de persoonlijke omgeving staat onder controle van de eigenaar van die omgeving en bij onderwijs leggen leerlingen/studenten de ‘locus of control’ juist bij de onderwijsinstelling en de leraren. Zolang wij onvoldoende in staat zijn om het onderwijs zo in te richten dat de leerling zich daadwerkelijk mede-eigenaar gaat voelen van het eigen leerproces, is de kans dat persoonlijke omgevingen worden benut bij het reguliere leren klein. Er is nu nog een scherpe scheiding tussen formele leeromgeving en persoonlijke omgeving en pas als we erin slagen om bij herontwerp van het onderwijs de brug te slaan tussen beide werelden, kan een succesvolle verbinding worden gerealiseerd tussen de virtuele omgevingen die daarmee verbonden zijn. bron

Students Voices II
Dit is onder andere de aanleiding geweest voor het tweede deel van het Students’ Voices onderzoek en de onderzoeksvraag. We doen het onderzoek vanuit de overtuiging dat zowel de lerenden als de docent zich eigenaar moeten voelen van de leeromgeving.

Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de inzet van ICT, en dan met name de web 2.0 tools. Door deze tools hebben de leerlingen/studenten meer mogelijkheden om actief deel te nemen en samen te werken aan leeractiviteiten, meer mogelijkheden om zelf leerinhouden te produceren. Deze tools maken vaak onderdeel uit van het ‘persoonlijke web’ van de leerling/student en worden nauwelijks in de formele leeromgeving van de school gebruikt. De vraag is of de leerling/student mede-eigenaar wordt van zijn leerproces door het inzetten van zijn persoonlijke leeromgeving. En hoe stem je beide leeromgevingen dan op elkaar af?

Door het bestuderen van leerpraktijken waar deze beide leeromgevingen met succes aan elkaar zijn verbonden willen we inzicht krijgen in de succesfactoren. Vervolgens willen we bestuderen of we daar een model uit kunnen genereren die je kunt gebruiken bij het ontwerpen van leerpraktijken.

Student centraal
In Students’ Voices I hebben we echt alleen de jongeren aan het woord gelaten, in Students’ Voices II zullen we naast een document studie, interviews gaan houden met alle betrokkenen in de leerpraktijken. Toch staat in dit onderzoek ook de stem van de jongeren weer centraal. Wij gaan uit van gedeelde verantwoordelijkheid bij jongeren voor het eigen leren en daarom is het belangrijk  dat we luisteren naar hun ervaringen en ideeën. Door in het onderzoek hun rol en betrokkenheid te beschrijven, hopen we waardevolle elementen op te pakken waardoor we in het onderwijs de juiste keuzes kunnen maken als het gaat om het (her-)ontwerpen van onderwijs

Meer info:
Meer informatie over Students’ Voices kunt u vinden op de website. Op de laatste editie van de Online Educa in Berlijn gaf lector Guus Wijngaards een korte presentatie over Students’ Voices II. Ik heb daar onderstaande slidecast van gemaakt:

Met dank aan collega’s van het lectoraat.

Image: iStockphoto, Students’ Voices logo by Carel Fransen.

Lees verder

I’m attending the Online Educa Berlin 2009 this week. Check out this post to read what I’m up to at the conference.

I’ll be using Twitter for updates and reflections, using the tag #oeb2009. And of course to keep my colleagues back home informed (and make them jealous). You can use this tag in Twitter to create a backchannel of informal ideas, reflections, conversations from all tweeps at the conference. Join the conversation or just let the information flow. Like a radioshow on the background, if you ‘hear’ something interesting, just turn up the volume.

A great backchannel-tool is a ‘Twub‘. A twub is a Twitter-group organized around a hashtag. It contains a live feed with tweets, but members can also contribute media, links and RSS-feeds. Sort of a social media landscape of the conference, which you can embed in your website or blog (see below).

I’ve created a twub for the Online Educa Berlin ’09, it aggregates the tweets with the hashtags #oeb2009 and #oeb09. Please join and retweet!

3647-194-92

Lees verder