— Leervlak.nl

Archive
icto

De afgelopen weken ben ik samen met mijn ICT-e collega’s van het domein Onderwijs, Leren & Levensbeschouwing van Inholland druk met het schrijven van een visiestuk en ontwerpkaders voor de integratie van ICT-e in het didactisch handelen van studenten op de lerarenopleiding en de lerarenopleiders zelf. Een uitermate interessante oefening waar je veel praat over de effectieve inzet van ICT in leerpraktijken: wat werkt wel en wat niet. Hoe overbrug je de kloof van ideaal naar werkelijkheid

Lees verder

Ik was mijn Evernote-knipsels aan het opschonen, en kwam onderstaande screendump tegen die ik had gemaakt. Een paar weken geleden testte ik de nieuwe functionaliteit van SlideShare, Zipcast. Ik startte een zipcast om samen met een collega te testen. Mijn collega had technische problemen en in plaats daarvan kreeg ik bezoek van een SlideShare team uit India. Zij waren geïnteresseerd in mijn bevindingen. 

Lees verder

Geïnspireerd door het essay van Edwin Schravesande, Een schooltas uit 2025“, heb ik gisteravond samen met studenten gekeken naar ‘de schooltas van 2020‘ (zo’n lekker toekomstscenariojaartal). Ik verzorgde een gastcollege voor mijn collega’s van Mens & Taal die in kader van het leergebiedproject “Schoolboeken”. Dit leergebied kent een nieuwe opzet, waarbij mijn collega’s sprekers uitnodigen die het thema leermiddelen vanuit hun expertrol kunnen toelichten. Mijn collega’s faciliteren hun studenten, in plaats van sturen. De studenten waarderen de expertise en praktijkervaring van de experts, het leergebiedproject is voor hun betekenisvol.

Lees verder

Digital Story from Alicia Mueller on Vimeo.

Hierboven zie je een voorbeeld van een digital story.

Ik ben deze periode ben ik met een groep studenten ‘digitale verhalen’ aan het maken, ook wel bekend als digital storytelling. Het doel van de opdracht is het maken van een kort maar krachtig verhaal dat als introductie gebruikt kan worden voor een les. Het is aan de studenten om goed na te denken over hoe ze de boodschap het beste kunnen overbrengen.

Lees verder

Een mooie documentaire van PBS over onderwijs en leren in de 21e eeuw en hoe technologie kan worden ingezet om leerlingen op te leiden tot creatieve, kritische probleemoplossers. In de documentaire worden een aantal innovatieve leerpraktijken beschreven, zoals het Digital Youth Network en Quest To Learn.

In the 20th century we taught out kids what to learn. We lined the desks up in rows and put the teacher at the front of the classroom. But in todays world many educators are questioning the status quo by meeting young people where they are. They are using 21st century tools to help prepare kids for a 21st century world. Join us for a look at the frontline this change.

Watch the full episode. See more Digital Media – New Learners Of The 21st Century.

Cool quotes

“John Dewey said it best, he said that if we teach todays student how we taught them yesterday, we rob them of tomorrow. And we are doing that all over this country” (Chris Lehmann)

“The powerful thing is when we allow kids access to owning their education, then we say you have to figure out larger pieces of the puzzle than kids are usually allowed to figure out in the schools, then….they blow you away on a daily basis” (Chris Lehmann)

“We are either going to have two schoolsystems. One for the rich and one for the poor. And the poor one will be a standardized, accountable system, that does guarantee you and give you the basics, and it will suit you for a service job. The priviliged kids will go to another school system where they will learn all the same facts but they  learn to use them to solve authentic problems and eventually to  innovate and produce new knowledge. And they will make out well in the global system.” (James Gee)

via Is het nu generatie X, Y of Einstein?


Lees verder

Arne Horst gaat verhuizen en komt tijdens het opruimen allerlei relikwieën tegen uit het verleden, onder andere materiaal over de ISI-onderwijsprojecten waar wij midden jaren ’90 als student-assistenten bij betrokken waren.  Arne schrijft er een mooie blogpost over. Brings back memories.  Het is een vormende periode geweest,  waar onze carrières in ICT en onderwijs zijn begonnen. Arne, ik doe nostalgisch met je mee.

ISI
ISI staat voor ‘Interactief Systeem voor Informatieverwerking‘, een ontwikkelomgeving voor leerlingen. Het was een ICT-toepassing en didactisch concept dat in de jaren ’90 van de vorige eeuw is ontwikkeld door leden van het toenmalige ICTO-team van Hogeschool Holland, het HHIT: Nico Juist (ISI is easy man!), Tom Visscher en Abe Timmerman. De applicatie was geschreven in PLUS, een clone van Hypercard (#retroict).

Om ISI toe te lichten kan ik u simpelweg verwijzen naar deze link, maar ik schrijf het toch op. Ik vind het te leuk.

De basis van ISI was de ‘kaart’ (als in een ‘kaartenbak’). In de ontwikkelmodus konden deze kaarten door leerlingen gevuld worden met tekst en afbeeldingen. De ISI-multimedia versie had ook de mogelijkheid om audio- en videofragmenten in te voegen. Deze kaarten werden aan elkaar gekoppeld door hyperlinks en de zogenaamde ‘ISI-knoppen’ (hotspot-buttons). Leerlingen bouwden dus aan een informatiesysteem van kaarten, een stack. Door het plaatsen van de ISI-knoppen ontstonden er verschillende routes door de stack. Op basis van de index en zoeken op trefwoord kon je ook door de stack navigeren. De stack kon je vervolgens in bladermodus bekijken en presenteren. Al vrij snel kwam er de mogelijkheid om de stacks te uploaden naar het internet. Je kan het zien als een voorloper op de wiki (en ‘wij’ vinden dan ook dat Wikipedia iets mist: de ISI-knop, en vooral hoe die ‘in het scherm kwam vliegen’ als je de knop plaatste op een kaart).

(Ik ga snel eens kijken of ik mijn ISI-versie nog aan de praat krijg en er een screencast van kan maken, hieronder een schema uit een handleiding en hier een indruk van de interface, echter zonder de ISI-knop).

Producerend leren
De jaren ’90 stonden wat betreft voortgezet onderwijs in het teken van basisvorming, omgevingsonderwijs, actief leren en integratie van ICT. Toen ik in 1994 mij inschreef voor een ‘differentiatieminor’ ICT luisterde ik naar Nico Juist en Tom Visscher die vertelden over producerend leren met behulp van ICT. Leren is een actief proces en daarin wordt altijd informatie geproduceerd. Deze informatieverwerking kan uitstekend door leerlingen zelf gedaan worden, met ICT als gereedschap in hun handen. Arne schrijft op zijn blog:

Leerlingen werden co-producenten binnen je onderwijsproject. Er ontstond daardoor dynamiek binnen de groep. Leerlingen die meer konden, kregen ook meer verantwoordelijkheden. Verrassend genoeg (of misschien niet toen ik jaren later over de eerste onderzoeksresultaten van Prof. Möncks las) werden vaak de verveelde ‘etterbakkies’, die normaliter achter in de klas ‘stoer’ zittend op twee stoelpoten achterover leunden, de hardste en trouwste medewerkers.

Tekstverwerken, fotograferen, scannen, filmen, hyperlinks maken, taggen, de leerlingen leerden het ‘on the job’ en nog mooier: de leerlingen leerden het elkaar! Tel daar bronnenonderzoek, veldwerk, informatie verwerven en verwerken, samenwerkend leren en alles wat daarbij komt kijken bij op. Leerzaam! Ook de motivatie was een andere, men deed het niet voor de leraar of het cijfer, het project moest af! Men had toch een deadline? Desnoods werkten de leerlingen vrijwillig door. Prachtig!

Werkwijze
Met ISI voerden wij met name omgevingsonderwijsprojecten uit. Op basis van onderzoeksstappen begeleidden wij de leerlingen in het vullen van de kaarten. We gingen de straat op voor videoreportages en interviews, we organiseerden een ‘redactie’ met de leerlingen en hielpen ze met het scannen van afbeeldingen en het digitaliseren van video. Met enige regelmaat liepen wij, studenten, met pentium PC’s, mega-beamers en videoapparatuur de hogeschool uit onderweg naar de scholen. Oh, en laat ik de Mavica-camera’s niet vergeten!

Er was altijd een hoofdvraag of een projectthema die aan de basis lag.  Leerlingen formuleerden deelvragen en werkten die verder uit. Het was belangrijk om eerst een boomstructuur te tekenen van de ‘stack’, alvorens te gaan digitaliseren. Als er geïnterviewd moest worden (en daar zorgden we meestal wel voor) dan moest dat uiteraard goed voorbereidt worden. Spannende, uitdagende opdrachten, en vaak buiten het lokaal! Dat was altijd de helft van de winst. We sloten af met een ‘productiedag’, vaak ook de dag dat er gepresenteerd moest worden. Dan werd het busje volgeladen met apparatuur en gingen we naar de school toe, of het busje werd volgeladen met leerlingen die naar het ICT-lab van het HHIT kwamen. In een paar uur tijd werd al het materiaal gedigitaliseerd, de stack in elkaar gezet en vaak ook nog ge-upload naar het internet. Producerend leren was vooral echt!

‘Ander’ onderwijs
Het was voor ons als student een kennismaking met projectonderwijs, alternatief onderwijs. Die kennismaking heeft mij gered, want ik was wat gedemotiveerd geraakt met het vooruitzicht van ‘standaard lesjes draaien’ op een school. Ik vond het geweldig om naast en met de leerlingen te werken aan uitdagende opdrachten. Wij begepen al vrij snel wat de meerwaarde van samenwerkend leren was, hoe je klassenmanagement verandert bij dergelijke ICT-projecten en waarom je leerlingen gerust verantwoordelijkheid kan geven als je vertrouwen uitstraalt.  Arne noemt in zijn blogpost de term co-creatie. Dat was het ook. Hier vond ik mijn ‘docentstijl’. Hier leerde ik dat we leerlingen een enorm potentieel hadden dat echter niet werd aangeboord. Volgens mij is dit probleem nog steeds actueel.

We hebben prachtige omgevingsonderwijsprojecten gedaan, met een tool die zijn tijd ver vooruit was. En hoewel nu verouderd, is de werkwijze actueler dan ooit. Arne schrijft daar mooi over en heeft zelfs nog een eigen voorbeeld online staan.

U kunt de basis-versie van ISI nog steeds downloaden. Ik heb geen idee of u het aan de praat krijgt, want we zijn al weer een end weg van Windows 3.11, maar Arne en ik horen graag reacties.

Lees verder

Erno Mijland publiceerde deze week het ideeënboek “Sociale media in het onderwijs“. Een prachtig en innovatief initiatief,  en wel om twee redenen.

1. Goed voorbeeld doet volgen
In het boekje worden 17 lesideeën beschreven waar sociale media geïntegreerd wordt. Deze beschrijvingen gaan via een vast format. Beschreven worden onder andere de toepassing(-en), een stappenplan, de meerwaarde/opbrengst,  koppeling met het vakgebied of kerndoelen, docentactiviteiten en leerlingactiviteiten. ‘TPACK-verantwoord‘, en voor  studenten en collega’s op de lerarenopleiding een inspirerend document. Niet alleen om de kunst af te kijken en de suggesties aan te passen en zelf uit te proberen, maar juist ook om te leren welke aspecten en keuzes van belang zijn bij het integreren van sociale media (en ICT in het algemeen) in de les. Een document dat goed aansluit bij de kennisbasis ICT.

2. Teach as you preach
De basis van dit boekje is gelegd tijdens een workshop over sociale media die Erno Mijland verzorgde op een school. Vervolgens heeft Erno de sociale media ingezet:

Een van de kenmerken van sociale media is dat je tijd- en plaatsonafhankelijk kennis kunt delen en kunt samenwerken. Om die invalshoek te illustreren, leek het me een mooi experiment de buitenwereld bij de workshop te betrekken. Voor wie er niet bij kon zijn, maar wel mee wilde doen, bood ik op mijn weblog een artikel aan met de samenvatting van mijn introductie en een beschrijving van het praktijkgedeelte. Om het aantal deelnemers zo groot mogelijk te maken, postte ik aankondigingen van deze activiteit in een aantal LinkedIn- groepen en op Twitter (hashtag: #smiho).

In een paar dagen tijd is dit boekje samengesteld. Dat is de kracht van sociale media.

Het boekje kunt u hier gratis downloaden. Bijna gratis, kost een tweet. Of een vraag.

Afbeelding: Argonne/Flickr/BY-SA

Lees verder

Studenten van de masteropleiding Leren & Innoveren, de groep waar ik studiebegeleider van ben, denken na over hoe de elektronische leeromgeving (Moodle) het beste kan ondersteunen bij het inhoudelijk voorbereiden op de f2f-bijeenkomsten van de opleiding. In eerste instantie werd studenten gevraagd om ter voorbereiding op verwerkingssessies vragen en opmerkingen te posten over de literatuur, die vervolgens verzameld werden door moderatoren (ook studenten). Nu hebben de studenten er voor gekozen om zich op een andere manier voor te bereiden, namelijk door het reageren op stellingen in het discussieforum. Het doel is om bijdragen uit te lokken (meer participatie) en de online discussie inhoudelijk dieper te voeren.

Een interessant proces, waar we met elkaar (studenten en begeleiders) op zoek zijn naar een geschikte vorm waarvan de groep zegt: dit helpt ons in de literatuurverwerking, dit motiveert om bij te dragen en zo ondersteunt het de f2f-bijeenkomsten. Als studiebegeleider begeleid ik dit proces. Even wat punten op een rijtje zetten.

Voordelen

  1. De student hoeft niet te wachten tot een f2f-bijeenkomst om een vraag te stellen en bovendien is een vraag op het forum voor iedereen zichtbaar: om bij aan te sluiten, aan te vullen of te beantwoorden.
  2. De student kan zelf bepalen wanneer en waar hij wil bijdragen aan de discussie. Een online forum is plaats- en tijdsonafhankelijk en ondersteund a-synchrone communicatie.
  3. Daardoor kan de student zichzelf meer tijd gunnen om na te denken over een bijdrage of reactie, wat hopelijk ten goede komt aan de kwaliteit van de discussie. De discussie kan daarmee diepgaander mee worden gevoerd.
  4. Als dat laatste het geval is dan kan de f2f-bijeenkomst anders ingericht worden. Er ontstaat meer ruimte voor verdieping en verbreding van de thema’s.
  5. Het formuleren van een bijdrage of reactie is op zichzelf al een goede oefening. Het kan de student helpen om zijn gedachten te verwoorden en te relateren aan theorie en praktijk, en dit kan vaak tot nieuwe inzichten leiden.
  6. De ‘stille’ student voelt zich wellicht veiliger om zijn of haar mening en argumenten in te brengen in de discussie.
  7. Je leert omgaan met het geven en ontvangen van feedback, een belangrijke communicatieve- en onderzoeksvaardigheid.
  8. In een discussie wordt er vanuit verschillende perspectieven geredeneerd. Daar leer je van. Een online discussieforum maakt het eenvoudiger om deze verschillende perspectieven te analyseren.
  9. De discussie blijft bewaard.
  10. Als docent heb ik liever de vragen en opmerkingen over de literatuur in een online forum, netjes georganiseerd en in de juiste context, dan dat mijn e-mailbox vol loopt (maar dat is een persoonlijke voorkeur).

Nadelen
Nadelen van het werken met een online discussieforum zijn:

  1. Het plaats- en tijdsonafhankelijke karakter van een online forum betekent ook dat het even kan duren voordat er ritme ontstaat in de discussie. Het kan even duren voordat er gereageerd wordt, en de kans is aanwezig dat de reacties niet het antwoord opleveren waar naar gezocht werd.
  2. Een discussie kan stil vallen doordat er weinig tot geen bijdragen van studenten worden gepost.
  3. Het tegenovergestelde kan ook gebeuren waardoor er een onoverzichtelijke geheel van bijdrage ontstaat,  on- en offtopic door elkaar.
  4. De non-verbale communicatie ontbreekt, belangrijk in een discussie. Het gebruik van smilies kan iets bijdragen, maar wordt niet altijd goed geintepreteerd door anderen.
  5. De discussie kan gevoerd worden door een kleine, actieve groep studenten, waardoor de rest ‘meelift’ of zich niet geroepen voelt om bij te dragen. Dit proces versterkt weer de actieve groep studenten. Gevolg is dat er een eenzijdige discussie ontstaat tussen de zelfde mensen waardoor de leeropbrengst minder wordt.
  6. Met een online discussieforum bereik je niet iedere student. Er zijn verschillende leerstijlen. Sommige studenten zullen echt beter gebaat zijn bij een actieve discussie tijdens een f2f-bijeenkomst.

Open source en eigenaarschap
Studenten zijn (mede-)eigenaar van de elo. Dit is ook een argument geweest om te kiezen voor Moodle, een open source applicatie. De elo heeft als doel het verbinden van de persoonlijke leeromgevingen van de student met die van de opleiding. De student is eigenaar van zijn persoonlijke leeromgevingen en daarom vinden we dat de student ook eigenaar moet  zijn van de elo. Een open source elo geeft de student meer ruimte om invloed uit te oefenen op de inrichting ervan, zodat deze het leren en studeren optimaal kan ondersteunen. Maar zoals gezegd: dit is een proces.

e-Moderatoren en eigenaarschap
De studiebegeleiders en de studenten (zij wisselen elkaar af) zijn e-moderatoren. Als moderator kun je een aantal interventies uitvoeren om de discussies in de juiste banen te begeleiden. Het is vanzelfsprekend dat moderatoren ‘aanwezig’ dienen te zijn en zich actief mengen in de dialoog. Dit lokt weer andere bijdragen uit, en uiteindelijk moet dit tot verdieping leiden. Een interventie die nu wordt toegepast is de focus op het reageren op stellingen in plaats van het posten van vragen/opmerkingen.

Ik doe dit ook regelmatig met mijn studenten op de lerarenopleiding. Ik voeg dan spelregels toe, bijvoorbeeld minimaal 1x reageren op de stelling met argumenten uit literatuur x en min. twee reacties op bijdragen van anderen. Bij deze groep doen we dat vooralsnog niet, zij zijn nl. mede-eigenaar van de elo, en moeten zelf inschatten het participeren in de elo hun het beste kan helpen bij de studie. Als studenten er voor kiezen om het niet te doen, dan is dat zo. We voeren eerst de discussie over hoe we de elo het beste kunnen inzetten, voordat we verdere afspraken kunnen maken.

Als begeleiders vinden we uiteraard wel dat alle studenten zoveel mogelijk moeten bijdragen, naar eigen kracht. We zijn van mening zijn dat het helpt bij het verwerken van de literatuur, er een  inhoudelijke verdieping van de theorie kan plaatsvinden met als gevolg een waardevolle f2f-bijeenkomst en het belangrijke communicatieve vaardigheden traint die bij de rolontwikkeling van een masterstudent horen. We vinden dat het een goede manier is om van elkaar te leren. We praten dan ook wel eens over of de bijdragen van de studenten niet moeten meenemen in de beoordeling of  afspraken te maken over quota. Vooralsnog maken we gezamenlijk  afspraken over vorm, mate van bijdragen en de kwaliteitsaspecten. Het zijn tenslotte studenten van de masteropleiding Leren & Innoveren.

Samenhang
Het belangrijkste leerpunt van de afgelopen periode bij het inzetten van een online discussieforum is dat het door alle betrokkenen moet worden gezien als een volwaardig onderdeel van de opleiding. Als er op de f2f-bijeenkomsten niet verder gebouwd wordt op de activiteiten in de fora, dan ontbreekt er samenhang. Dat motiveert niet om te participeren. De doelstellingen van de f2f-bijeenkomsten en die van de discussiefora moeten elkaar aanvullen.

Als e-moderator geef ik de studenten veel vrijheid om met elkaar uit te zoeken wat werkt en wat niet. Ik begeleid dit proces wel, maar dat moet zichtbaarder. Zo kan ik bijvoorbeeld op de f2f-bijeenkomsten aandacht schenken aan de forum-activiteiten en voorbeelden laten zien van bijdragen die werken (of niet) en op basis daarvan gezamenlijk afspraken te maken.

Door het schrijven van deze blogpost heb ik weer een aantal zaken opgefrist en ideeën gekregen om het proces verder te begeleiden.










Afbeelding: learning2share.blogspot.com

Lees verder

Op 28 tot 30 juni vindt in Dublin de International DIVERSE Conference 2011 plaats:

DIVERSE is the leading conference regarding all aspects of video and videoconferencing in education: teaching, research, management etc. This includes the convergence of these technologies with online technologies; the emergence of new possibilities such as “presence production” for learning, interactive television, virtual reality and computer games techniques, and handheld access to moving images.

Met o.a. Michael Wesch als keynote speaker.

Via collega en voorzitter van de DIVERSE, Pieter van Parreeren, de volgende oproep:

2ndCforProposalsDIVERSE2011


Diverse Conference 2011

Lees verder

Maandag 17 januari organiseerden we een TeachMeetNL, aansluitend aan de student-generated conference iLearn2011. De fruitmachine koos ondergetekende als eerste om zijn bijdrage voor een publiek van studenten van de lerarenopleiding, docenten en andere geïnteresseerden te presenteren. Mijn bijdrage ging over de Kinect die sinds de kerstvakantie in huize Bottema met veel plezier gebruikt wordt. Ik ben verrast over hoe goed het werkt en als vanzelfsprekend geïnteresseerd in wat de Kinect, of gesture based computing in zijn algemeen, voor het onderwijs kan betekenen.

Mijn gedachten over de Kinect treft u aan in onderstaande bijdrage, met wat extra YouTube filmpjes. Op de TeachMeetNL presenteerde ik het  in de vorm van een Pecha Kuca. Dat had ik nog niet eerder gedaan. It showed. :) Mijn gestuntel kunt u via de livestream bekijken (met dank aan Pieter van Parreeren). Ik beloof beterschap. Onder de presentatie staan mijn aantekeningen.

Kinect2Connect

Aantekeningen
Slide 1
Filmpje = 10 seconden.
Ik was van plan om voor de Teachmeet een wat serieuzer onderwerp aan te snijden, iets over het onderzoek Students Voices II of de ontwikkeling van een edulab waar ik met anderen mee bezig ben. Vorige week heb ik besloten om het toch wat dichter bij huis te laten

Slide 2
Letterlijk, dichter bij huis! Dit apparaat staat sinds de kerstvakantie bij mij thuis, de Kinect. We hebben al flink wat uren staan springen, en ik ben oprecht verbaasd over hoe goed de technologie werkt. Natuurlijk ben ik dan ook geïnteresseerd in wat de ‘Kinect’ voor het onderwijs kan betekenen. Een paar van die gedachten wil ik graag met u bespreken.

Slide 3

Wat is een Kinect? Ik praat u snel bij. De Kinect is een apparaat wat je bij je XBOX 360 koopt. Het is een zogenaamd “motion control” systeem waarmee jij de controller bent. Je installeert de Kinect, je leert de Kinect jou te herkennen, maakt wat ruimte in je kamer en game on!

 

Slide 4

Filmpje = 29 sec. Kan na 20 sec. weg.

 

En dat ziet er vanuit het gezichtspunt van de camera ongeveer zo uit. De Kinect volgt je bewegingen real time.

 

Slide 5

Ik zal proberen iets uit te leggen over de techniek met behulp van de Kinect zelf. De De twee hoofdonderdelen zijn de projector en de camera. De projector zend een laserstraal uit in de ruimte, die wordt opgepikt door de camera. Er ontstaat daardoor een diepteveld waardoor de Kinect kan ‘zien’ waar ik sta, hoe ver, of er een tweede persoon in de ruimte staat, of een tafel. Hij kan mij zelfs herkennen. Ook mijn stem trouwens.

 

bron: http://www.t3.com/feature/xbox-kinect-how-the-movement-tracking-works

 

Slide 6

Die informatie, mijn bewegingen, worden vervolgens vergeleken met een soort van virtueel skelet met daarin de bewegende onderdelen. Er staan ongeveer 200 voorgebakken posities in de software. En dat wordt gecommuniceerd naar mijn ‘avatar’ in het spel. Rennen, springen, bukken, liggen, slaan, schoppen, hangen, etc. En met een snelheid van 30 frames per seconde.

 

bron: http://www.t3.com/feature/xbox-kinect-how-the-movement-tracking-works

 

Slide 7

Het is eigenlijk geen nieuwe technologie, het bestaat al een aantal jaren. Maar dat de technologie nu in zo’n klein ding past en €150 euro kost betekent wel iets. Ik heb wat research gedaan en kwam o.a. het Horizon Report 2010 tegen die deze technologie onder de noemer ‘gesture based computing’ plaatst, iets wat over vier tot vijf jaar zijn plek zal hebben verworven in het onderwijs.

 

We kennen de “touch-applicaties” als de Surface table van Microsoft, de iPhones en iPods van Apple, die trouwens ook met beweging werken. De Nintendo Wii is bekend. Sony heeft de Move.

 

En ik weet niet of ik het onder een ‘gesture’ kan verstaan, maar het is ook al mogelijk om via “brainwaves” apps op de iPhone of iPad te besturen.

 

bron: http://wp.nmc.org/horizon2010/chapters/gesture-based-computing/

 

Slide 8

We gaan dus meer en meer ons lichaam gebruiken om technologie te besturen. We gaan van onze computers verwachten dat ze begrijpen wat wij bedoelen met onze bewegingen en die goed interpreteren. We hoeven niet meer te ‘klikken’. En als ons lichaam de controller is, hoe gaan we dan tegen technologie aankijken? De afstand mens – machine neemt af het gevoel neemt toe. En we kunnen ‘samen’ de technologie bedienen!

 

bron: http://wp.nmc.org/horizon2010/chapters/gesture-based-computing/

 

Slide 9

Een ander voorbeeld van gesture based computing is de “Sixth Sense technology van Pranav Mistry (MIT). Hij heeft van die plakkertjes, visual trackers, op zijn vingertoppen die gevolgd worden door een camera en de bewegingen van de vingers en handen omzetten naar instructies om de informatie die hij met een kleine projector projecteert te bedienen. De computer: een smartphone in zijn zak.

 

Ik raad u aan dit eens op YouTube te bekijken.

 

Een interessante ontwikkeling! Wat zouden de toepassingen zijn voor leren en het onderwijs? Ik beperk mij weer tot de Kinect.

 

Slide 10

Het is een spelcomputer, dus laten we eens kijken naar de games. Dergelijke games vallen onder de noemer ‘active games’. Games die prikkelen, die je laten bewegen (gezondheid van jonge kinderen is een belangrijke reden geweest om active games te ontwikkelen) en een totaal andere invalshoek kennen. Dus als je eerste reactie is, hey da’s interessant voor de gymnastiekles, dan snap ik dat wel, maar ik zie juist de kracht in de combinatie van lichamelijke bewegingen en intellectuele beslissingen die een leerling of student moet maken.

 

bron: http://nl.wikibooks.org/wiki/Onderwijstechnologie/Actieve_games#Actieve_Games

 

Slide 11

Afgelopen vrijdag was er op de masteropleiding Leren & Innoveren, waar ik studiebegeleider ben, een gastcollege van Martin Valcke. Valcke heeft de helft van dat college besteed aan voorbeelden van het belang van actieve representaties van kennis bij het vormen van begrip bij leerlingen. Hij liet ons tekenen, begrippen hardop uitgesproken en … een groepje studenten een vaste stof, een gas en een vloeibare stof laten uitbeelden. Kinect to connect?

 

Slide 12

Kinectimals is een game die ik op dit moment speel. Ik heb een tijgertje geadopteerd en die moet ik trucjes leren, door de trucjes na te doen. Springen, liggen, op de achterpoten staan. Ik moet hem verzorgen, aaien, kammen. En als ik het goed doe krijg ik punten, daar kan ik dingen voor kopen. Dit is een tijgertje, maar het kan van alles zijn. De uitdaging complexer. Complexe beslissingen maken koppelen aan beweging. Lijkt me lastig met examens maar goed.

 

Slide 13

Maar waar kunnen we meer aan denken? De Kinect is al snel gehacked, er zijn gebruikers aan het experimenteren met Openkinect. Nog even en wij kunnen de Kinect eenvoudig koppelen aan onze PC’s of Mac’s. Dit is een mooi voorbeeld waar de Kinect wordt gebruikt om gebarentaal te herkennen.

 

bron: http://www.k12mobilelearning.com/?p=1604

 

Slide 14

Of wat dacht je van dit experiment, een mooi voorbeeld van augmented reality. De Kinect wordt als een ‘magische spiegel’ gebruikt. Het skelet van een lichaam, verkregen via CT-scans, wordt als het ware over de persoon die voor de camera staan zelf gelegd, gekoppeld aan het ‘interne skelet-beeld’ dat de Kinekt maakt. Een virtueel raampje zorgt er voor dat je maar een klein gedeelte van het skelet ziet, en de persoon goed kan blijven zien.

 

bron: http://campar.in.tum.de/Chair/ProjectKinectMagicMirror

 

Slide 15

De Kinect wordt ook gebruikt als ‘video capture’ systeem. Hier zie je het beeld van een persoon die 3D in een virtuele omgeving wordt geprojecteerd. Sluit mooi aan bij het nieuwe werken.

 

Slide 16

En dat brengt mij weer even terug bij de Kinect zelf, gekoppeld aan de XBOX. Via een XBOX kan je gebruik maken van een online community, XBOX Live, waar je allerlei zaken kunt kopen en downloaden, maar vooral met elkaar in contact komen. Dit contact verloopt via je Avatart. Online gamen, maar met de Kinect zit er bijvoorbeeld Video Kinect in gebakken, dat video chat mogelijk maakt. Social entertainment is hier het toverwoord. De ideale leeromgeving?

 

Slide 17

Microsoft gaat over een aantal weken Avatar Kinect lanceren. Via XBOX live kan je je Avatars laten bewegen en praten in een chatbox. Pierre Gorissen heeft hier kort geleden op zijn weblog aandacht aan besteed, waarin hij zich afvraagt of dit niet iets is wat Second Life, een virtuele wereld,  had moeten zijn. De bewegingen zijn incl. gezichtsuitdrukkingen! Dus je krijgt ook de non-verbale communicatie mee. De chatsessies kan je opnemen en terugspelen. Dat lijkt mij nu eens handig voor een stagebegeleiding of iets dergelijks.

 

Slide 18

In ieder geval, een interessante ontwikkeling om te volgen. Ik ben er vooralsnog erg enthousiast over en hopelijk over een paar weken ook weer topfit.

Het is goed om open te staan voor dergelijke ontwikkelingen, en het is belangrijk dat we als docenten leren te kijken naar wat de mogelijkheden zijn van deze technologieën voor onderwijs en leren.

 

Slide 19

Het is wat mij betreft geen discussie dat games een belangrijke rol spelen in het onderwijs en didactiek. Uitdagend, een veilige leeromgeving, een sociaal gebeuren, positief effect op geheugen en cognitieve functies, motorische vaardigheden, groot effect op probleemoplossend vermogen.

 

Slide 20
Dat gezegd te hebben, kan ik niet wachten op Star Wars: Kinect! In mijn eigen huiskamer een Jedi spelen! Een jongensdroom! May the Force Be With You.

Jeroen in actie met de Kinect

Lees verder