— Leervlak.nl

Archive
January, 2010 Monthly archive

Dit is het eerste deel van een blogpost serie over het herontwerp van een training eLearning. Dit deel blikt terug op de ‘oude’ training. Deel twee zal gaan over het ontwerpen van de ‘nieuwe’ training en ik hoop dat er meer meer volgen.

Binnenkort starten we weer met een nieuwe periode op de School. Dat betekent voor mij en mijn collega Marten Douma dat we voor het derde jaar een training eLearning gaan verzorgen aan de tweedejaars studenten van de lerarenopleidingen. Wij spraken elkaar hierover al voor de kerstvakantie. Hoewel deze training een interessante leerpraktijk is, willen we deze toch herzien.

Ten eerste omdat we vinden dat de training beter moet aansluiten bij het gebruik van e-learning en ICT op de praktijkscholen van de studenten, ten tweede omdat we beter willen aansluiten bij de verschillende niveaus en wensen van de studenten. Wij hopen te bereiken dat dit een grotere betrokkenheid en motivatie van de student oplevert met als gevolg dat ‘ICT & onderwijs’ een duidelijke plek inneemt in zijn of haar competentieontwikkeling.

training eLearning”
Tja, een training eLearning. Ik heb het ook niet verzonnen. Het is voorlopig even bij gebrek aan beter. De implementatie van de Kennisbasis ICT (PDF) is in voorbereiding en ik hoop dat dit meer aanwijsbare ruimte oplevert voor didactiek en technologie in het curriculum.

Soms betekent het opbouwen van een School of Education dat je ontwikkelt terwijl je uitvoert en dat je vandaag een mail krijgt of je gister een training wilde organiseren. Zo ging dat dus twee jaar geleden, en voelde ik mij genoodzaakt iets uit de kast te trekken: een eerder ontwikkelde training over webquests die ik voor mijn studenten Mens & Wereld had ontwikkeld. In deze training ontwikkelen studenten een webquest met behulp van web 2.0 tools.

Een noodverbandje riep ik, in afwachting op een gestructureerde ICT-leerlijn. Want je kan natuurlijk geen moderne docenten afleveren aan het werkveld met alleen een training eLearning in de broekzak, van welgeteld 7 bijeenkomsten a 1,5 uur. ‘Tuurlijk niet! Het jaar daarop werd deze training weer blind geprogrammeerd en dit jaar ook weer.

Op dit moment is de training voorlopig nog de enige formele onderwijseenheid over e-learning en ICT in het onderwijs die de studenten in hun studieloopbaan tegen komen. De rest komt naar voren in de vakdidactiek of kenmerkende beroepssituaties op de praktijkscholen. De student heeft daarvoor kennis nodig over een aantal kernconcepten in e-learning en de belangrijkste ontwikkelingen van ICT in het onderwijs.

Webquest
Het ontwikkelen van een webquest was dus mijn antwoord op het aanbieden kennis en vaardigheden op het gebied van eLearning en onderwijs in zeven bijeenkomsten a 1,5 uur. Daar had ik de volgende argumenten voor:

1. Iedereen kan een webquest maken, ook als je niet zo ICT-vaardig bent;

2. Door de bouwstenen van de webquest toe te passen denken studenten na over begeleiding en ondersteuning van didactische concepten met behulp van ICT. Didactiek op één. Daarna de technologie.

3. De webquest kan je eenvoudig ontwikkelen met behulp van een weblog, wiki of bijvoorbeeld Google Sites. Studenten komen in aanraking met web 2.0 tools en hoe je die kunt inzetten bij het leren, met name het samenwerkend leren.

4. In een webquest zoekt de docent de geschikte bronnen op het internet, voor een deel omdat leerlingen dat in beginsel onvoldoende zoekstrategieën beheersen. Daar valt wat voor te zeggen, je kan het de leerlingen ook leren. In beide gevallen gaat het om informatievaardigheden, belangrijk in het ‘domein’ eLearning.

5. Een webquest is een activerende werkvorm, waarbij de rol van de docent die van begeleider is en de leerling zelfstandig aan het werk is, het liefst in groepsverband. Dit past goed in het tweede jaar van de lerarenopleiding waar de studenten trainingen en colleges volgen over actief leren en samenwerkend leren. Studenten zitten midden in het ontwikkelen van hun visie op de rol van de docent in het leerproces van de leerling. Het ontwikkelen van een leerpraktijk waar de leerling centraal staat, leek mij een prima oefening in dit proces.

6. Een leerpraktijk waar vele facetten van e-learning in het klein aanwezig zijn, dekt de titel van de training. Je biedt een soort van kapstok aan waar de student in zijn verdere studieloopbaan andere ICT-zaken gaan ophangen.

7. Grote kans op succeservaring en prima uitvoerbaar voor de studenten op hun praktijkscholen.

Docentgestuurde leerroute & kapstok
In de training volgen de studenten een leerroute die ik voor ze heb bepaald. De ruimte voor eigen inbreng en activerende werkvormen tijdens de training verhullen niet dat de basis van deze training stevig leunt op eenzijdige kennisoverdracht. Waarom de behoefte om zo direct te sturen?

Het is een korte training, maar ik vond wel dat het een basis moest creëren voor de studenten om in hun verdere loopbaan zelfstandig de competenties op het gebied van ICT & onderwijs uit te werken. Ik heb er dus voor gekozen om veel onderwerpen aan bod te laten komen: didactische concepten en ICT, een aantal belangrijke web 2.0 toepassingen en hoe je  daarmee het leerproces van leerlingen kunt begeleiden en toetsen, de webquest en bijbehorende didactiek. Daarnaast moest er tijd zijn voor de studenten om het een en ander zelfstandig uit te werken. Dat resulteerde in een strak spoorboekje.

De training is een kapstok waaraan kernconcepten over e-learning en ICT in het onderwijs worden gehangen. Het is een introductie op, de basis van. In de verdere studieloopbaan werken studenten verder aan hun competenties en wat betreft ICT kunnen ze op basis van deze training zelfstandig verder uitwerken. Althans, dat hoop je dan, ik zou dat eens moeten meten. Een training van zeven bijeenkomsten is natuurlijk niets als het gaat om dit onderwerp. Zoals gezegd, de training is voorlopig even de enige formele onderwijseenheid over e-learning en ICT in het onderwijs die de studenten in hun loopbaan tegen komen. Dit alles maakte de training als kapstok nog belangrijker. Ik zag dit als een verantwoordelijkheid en is een andere reden waarom ik koos voor een sturende leerroute.

Hoewel een docentgestuurde training niet echt mijn stijl is, vond ik het in eerste instantie wel op zijn plaats, gezien de doelstelling die ik had. Denken over e-learning in het onderwijs betekent denken over een ander pedagogisch-didactisch paradigma. En niet alle studenten gaan daar even makkelijk mee om. Het is een uitdaging om dat te vertalen door in dit geval het ontwikkelen van een webquest. Een duidelijke studiehandleiding, waarin precies staat omschreven welke activiteiten moeten worden ondernomen en waar deze aan moeten voldoen, geven de student houvast en zekerheid, maar ook de tijd en rust om hier hun positie in te bepalen. Kleine stapjes.

Op zoek naar betrokkenheid
Marten en ik bespraken een paar weken geleden de effectiviteit van de training en de rol van de studenten. Gezien het aanbod van allerlei tools en concepten, kun je je afvragen wat er vervolgens echt beklijft bij de studenten. De opzet van de training heeft tot gevolg dat de rol van de student uiteindelijk te eenzijdig is. En hoewel de argumenten zuiver waren, hadden we twijfels over het effect van de training. We konden aan de hand van de webquests en inzet beoordelen of de student inderdaad aan een ‘kapstok’ voor verdere ontwikkeling had gewerkt. In het algemeen hadden we toch sterke twijfels of het merendeel van de studenten die kapstok in hun competentieontwikkeling  zouden gaan gebruiken. Nu kan je daar een training niet verantwoordelijk voor houden, dat heeft met meer zaken te maken, maar wij kunnen wel werken aan betrokkenheid en motivatie, met als gevolg dat studenten het heft in eigen handen nemen en zelf e-learning onderdeel maken van hun competentieontwikkeling.

We merkten dat studenten graag meer aan de slag wilde met de praktische kanten van ICT & onderwijs, de zaken die ze tegen kwamen op hun praktijkschool. De één wilde weten hoe nu eindelijk een goede PowerPoint te maken voor de les, de andere wilde experimenteren met het digibord.

Zo ontstonden in onze training twee leerlijnen. Een formele leerlijn waarin de student een webquest ontwikkeld en een informele leerlijn waarin de student zijn eigen leervraag kon stellen, maar ook zijn of haar expertise kon aanbieden. De opdracht was dat studenten minimaal 1x in de periode op een forum een leervraag stelde en 1x een inhoudelijke bijdrage leverde aan een oplossing van een leervraag van een medestudent.

Binnen de training was er onvoldoende ruimte om beide leerlijnen goed uit te voeren. De formele opdracht overheerste de informele opdracht. Het ontbrak ons aan voldoende tijd. Plus er ontstaat een situatie waar vele onderwerpen aan bod komen, maar waar de tijd voor verdieping en verbreding ontbreekt. Veel over weinig.

Terug naar de tekentafel dus.

Herontwerp
We zijn dus nu de training aan het herontwerpen waarin betrokkenheid en een actievere rol van de student centraal staat. Betrokkenheid als gevolg van de training. Betrokkendheid is niet zozeer het hoofddoel, maar wel een belangrijke voorwaarde willen we bereiken dat studenten e-learning actief opnemen in hun competentieontwikkeling. En ons startpunt is de vraag wat de student nodig heeft.

Meer hierover in deel 2 van deze serie.

Photo by paul goyette | Flickr

Lees verder

Een paar weken geleden vroegen Eric-Jan Dol (@dapperebas op Twitter) en Annette Theuns mij of ik kort wat vragen wilde beantwoorden voor camera. Beide zijn werkzaam als informatiespecialisten bij INHolland en hun verzoek had te maken met hun voorbereidingen op de workshopsessie voor Show & Share, die afgelopen week plaatsvond. Ook collega Tom Visscher en student 2.0 Stef Maas zijn ‘geflipt’.

De centrale vraag die we moesten beantwoorden was hoe we het liefst op de hoogte bleven van informatie en hoe we deze informatie naar ons toe lieten komen.

Het is een kort filmpje geworden over Twitter, RSS, iGoogle en LinkedIN. Het is als inleiding gebruikt voor hun sessie over informatievaardigheden:

Het aanbod van informatie is enorm en het is vaak lastig om je weg te vinden naar juiste en goede informatie. In deze workshop gaan wij je helpen bij het sturen over de informatiesnelweg met behulp van web 2.0 technieken. En we laten zien hoe soms de automatisch piloot kunt gebruiken.

Handig filmpje, kan ik goed gebruiken voor mijn studenten.

Eric-Jan stuurde mij de link naar het Flip-filmpje, dat hij op SURFmedia heeft geplaatst. Met een SURFgroepen account of uw instellingsaccount (als de instelling aangesloten is bij de SURFfederatie) kunt u inloggen en het filmpje bekijken.

Video: Laat de informatie tot je komen

Lees verder

Two questions that can change your life from Daniel Pink on Vimeo.

Bovenstaande video kwam ik tegen op de weblog van Scott McLeod. In deze trailer voor Daniel Pink’s nieuwe boek “Drive” staan twee vragen centraal. What’s your sentence?, die wat mij betreft nog mooier wordt als je deze vertaald, en Was I better today than yesterday? Met name de eerste zin raakte mij, dat is precies waar ik de afgelopen weken veel mee bezig ben: wat is mijn zin? Wat is mijn richting?

Jongleur en duizenddingendoekje
Goede vraag, en de laatste maanden ben ik bezig met het vinden van het ‘juiste’ antwoord. De afgelopen jaren stuiter ik qua loopbaan (‘docent die iets met ICT in het onderwijs doet’) alle kanten op. Vergelijk het met een jongleur die zich concentreert op het in de lucht houden van al die balletjes: lesgeven, ontwikkelen, projecten begeleiden, subsidietje hier, presentatietje daar. Toen ik 13 jaar geleden een opleiding voor “ICT-coordinator volgde was de vergelijking met een duizendingendoekje gangbaar. Overal bruikbaar voor.

Wat is mijn zin?
Ik vind het dus een belangrijke vraag. What’s your sentence?. Als je deze zin vertaald kan je hem op twee manieren lezen. Wat is jouw zin?: Waar sta je voor? Wat is jouw bijdrage? Maar ook: waar heb je zin in? Waar wordt je warm van? Wat is jouw passie?

Mijn zin kan ik als volgt verwoorden:

Ik wil de wereld verbeteren, door het onderwijs te verbeteren.

Deze zin wil ik weer meer mijn werkzaamheden laten bepalen. In mijn ontwikkelingsplan waar ik de afgelopen maanden mee aan het stoeien ben leg ik deze zin uit:

Ik vind het echt van groot belang dat het onderwijs een herontwerp krijgt, dat  visie op leren en omgaan met jongeren, aansluit bij de dynamische, complexe informatiemaatschappij en de uitdagingen van de 21e eeuw.

Er zijn twee elementen in deze visie waar ik mij sterk aan verbonden voel:

1. Onderwijs moet lerenden uitdagen, stimuleren, inspireren om het beste uit zich zelf te halen. Onderwijs moet de creativiteit en innovatief vermogen van lerenden de ruimte geven, eigenschappen die van grote waarde zijn in de informatiemaatschappij van de 21e eeuw

Ik wil onderwijs dat lerenden niet belemmert in het leren, maar juist stimuleert om te leren, om creatief en innovatief te zijn: om het beste uit zichzelf te halen.

2. Verandering van onderwijsmodel. Het onderwijs in NL is in zijn algemeenheid gebaseerd op een industrieel model. Gebaseerd op dit model genieten lerenden onderwijs dat ze moet voorbereiden op de uitdagingen van de 21e eeuw.  Dit model is ontoereikend, en naar mijn mening misleidend. Er zal een paradigma verandering moeten plaatsvinden.

Rapportcijfers
Ik realiseerde mij dus dat de afstand tussen de activiteiten die ik onderneem op mijn School en mijn visie op onderwijs steeds groter aan het worden is. Eigenlijk realiseer ik me dat al een aantal jaren, maar was de noodzaak er om er want aan te doen. Mijn baan raakte zo versnipperd, dat het erg moeilijk voor mij is om te coördineren en om de kwaliteit te leveren waar ik tevreden over kan zijn. Deze situatie is kent een iets te hoog stress-gehalte en gaat ten koste van mijn motivatie.

Ik heb vervolgens al mijn activiteiten onder elkaar gezet, met een onderverdeling in ‘formeel’ en ‘informeel’. Daar kwamen bij mij een stuk of vijftien projecten en taken uit. Het eerste wat duidelijk is dat het er te veel zijn. De jongleur, het duizenddingendoekje. Vervolgens heb ik deze activiteiten rapportcijfers gegeven. Hoe hoger het cijfer, hoe dichter het bij mijn visie past. Nou, met die cijfers haal je je examen niet. Ik heb twee achten gegeven, maar moest gelijk constateren dat dit activiteiten waren waar ik nauwelijks tijd voor heb, vanwege allerlei andere activiteiten. En juist die activiteiten kregen lage cijfers van mij.

Het zijn geen activiteiten die ik niet leuk vind om te doen. In tegendeel, ik vind alles leuk. Dat is ook deel van het probleem. Daarom is het belangrijk dat ik weer de balans herstel. Ik stop er positieve energie in, ik wil het er ook uit halen. Uiteindelijk wil ik de wereld verbeteren. Richting is belangrijk. Daarom vond ik het grappig om deze trailer tegen te komen.

Photo by Vidiot | Flickr

Lees verder

This week I attended the Road To Copenhagen University ( R2C) meeting in Maarssen. Students from The Netherlands, Germany and Denmark were working out ideas and projects of parts of their manifesto, which they’ve created in December 2009, while driving electric scooters from the Netherlands to Denmark, to the Copenhagen Climate Change Conference. The manifesto is about the role that sustainable mobility can play in a more eco-friendly world (reference).

This meeting was a follow-up of the R2C-project. Five topics of the manifesto were selected: communication, education, Formula 1, automotive and green zones. The students signed up for a specific topic and got together in brainstorm sessions to come up with some concrete plans or ideas for the (near) future. I was invited as the ‘education expert’ (oh, well) to help out the students in the session about education.

At the bottom of  this post I’ve embedded a video-impression of the workshop (in English, some in Dutch).

I noticed something interesting during the brainstormsession of the education group. They were coming up with ideas of how to reach and inform the pupils in primary and secundary education. They didn’t question the education  system itself. And I somehow hoped they would, but I can’t actually blame them that they didn’t.

Disruption
In their quest to realize a sustainable, eco-friendly world they were focussing their ideas to informing the pupils. Their goal was to create awareness and responsibility with the pupils. They came up with some great and creative ideas, like bringing in experts, organizing a special ‘awareness week’ in education, using social networking to connect with the pupils and simulation games. But the ideas were born out of their own experience of their education. And because it was a brainstorm session where anything goes, I thought: heck, let’s disrupt these young and creative brains.

So I asked them. How is this sustainable, eco-friendly world going to look like? There’s a whole lot of problems to deal with. Not only the environmental issues, but also interlinked dilemma’s like overpopulation, the effects of globalization and shortage of food. Who’s going to deal with these issues? Who’s going to invent the technology and social-economic concepts to deal with these issues? In the near future. In 2020. In 2050.  We don’t know what the futures going to look like exactly. We do know it changes rapidly. What’s the worth of information in a society were the information available is increasing, doubletime! What’s the worth of knowledge you learn in education today in five years? Especially knowledge concerning sustainability and climate change.

Education 3.0
I complimented the students on their ideas, but I asked them if the educational system of today was the right system if they wanted the change that would be the results of their plans to be lasting. I talked about Education 3.0 and knowmads. Two concepts I’ve learned about through the work of John Moravec and his weblog Education Futures. The concept of education 3.0 has since becoming part of my vision on education and learning. If you want to create awareness and responsibility with pupils and students, you’ve got to make them an active part of the solution. And if most of the solutions for a sustainable and eco-friendly world are probably not invented yet, we need people who are aware, feel the responsibility but also are able to be creative, innovative and work with people all over the world to come up with those solutions. Any time, any place. Knowmads. And to educate knowmads, you need an educational system that produces knowledge workers, with skills for designing the future. You need an educational system that can handle change.

And that’s an educational system that is different then the system the students experienced or are experiencing. Some of the students embraced this concept, others found it to big a change to handle. But they were all open minded, and that’s important. Let them start with creating awareness by pupils, and take if from there. I do hope they realize that the brainstorm session at the Road To Copenhagen was pretty much ‘education 3.0′ and that they were quite the knowmads themselves.

Video

Road To Copenhagen University – Workshop education from Jeroen Bottema on Vimeo.

Lees verder

De afgelopen week ben ik, samen met mijn collega Eric Poldner,  druk bezig geweest met het lezen van concept papers van studenten van de masteropleiding Leren & Innoveren, met als doel om ze te voorzien van feedback. Wij gebruiken daar het online annotatiesysteem van Jakko van der Pol van het IVLOS voor. Via dit systeem hadden de studenten elkaar al eerder van peerfeedback voorzien.

Annotatiesysteem
Het annotatiesysteem is een webbased platform waarin je een tekst (PDF) importeert. Vervolgens kun je door met je muis over de relevante passages te slepen blokken creëren die gekoppeld worden aan een bericht of annotatie. Op de berichten kun je reageren, waardoor er een online discussie ontstaat.

Binnen de opleiding gebruiken we het systeem voor twee doelen. De eerste is voor literatuurverwerking, waar we een aantal stellingen en opdrachten koppelen aan een tekst (netjes verdeeld onder headers, zodat de discussie overzichtelijk blijft) waar de studenten vervolgens over discussiëren met als doel een diepere verwerking van de inhoud. Het tweede doel is, zoals gezegd, het faciliteren van peerfeedback. Bij beide opdrachten ligt de nadruk op gezamenlijke verwerking, waarin we werken met groepen van vier personen.

Ervaringen
Het systeem is erg eenvoudig om te gebruiken. Na een korte introductie en even wat oefenen, kan iedereen aan de slag. Ik heb in een screencast toch kort toegelicht hoe studenten zich moeten aanmelden (gratis) bij het systeem, opzoek gaan naar de juiste course (met daarin de tekst), zich lid maken van een groep en zelf een document kunnen uploaden.

Na een flinke discussie of feedbackronde, staan er heel wat annotaties op de tekst, het lijkt wel een beetje op twitteren, maar dan over een tekst. In eerste instantie lijkt het op chaos, maar mijn ervaring is dat studenten toch snel een overzicht krijgen. Met name bij de peerfeedback is het met name van belang dat je aandacht besteed aan de formulering van die feedback. Wat is goede feedback?  In het eerste semester hebben we het werken in het annotatiesysteem dan ook gekoppeld aan een training peerfeedback.  Je kan de berichten overigens waarderen door middel van het geven van sterren. Dat hebben wij niet gebruikt, maar wellicht in de toekomst.

Bij het lezen van de papers had ik een aantal keren te maken met het feit dat de student de peerfeedback had verwerkt in een nieuwe versie. In die versie zijn de annotaties verdwenen. Ik vond het zelf toch prettiger om de versies te lezen met de annotaties van de studenten er bij. Het geeft je inzichten die je zelf misschien niet had gekregen. Ook de begeleider is gebaat bij gezamenlijke verwerking.

Een ander leerpunt is dat het soms goed kan zijn om gebruik te maken van headers in het systeem. Je maakt dan een course aan met een tekst, inclusief een structuur met topics. Zo waren de topics bij de literatuurverwerkingsopdracht de opdrachten of stellingen. Het geeft overzicht. Bij peerfeedback kun je denken aan topics voor de verschillende onderdelen of eisen van een paper. Dat laatste hadden wij verzuimd in te stellen, waardoor je inderdaad een wat onoverzichtelijk geheel aan annotaties te verwerken krijgt, en we hadden de studenten daardoor wat gerichter feedback kunnen laten geven. Foutje.

Goed om mee te werken, ik denk met name geschikt (en volgens mij ook ontwikkeld voor) het hoger onderwijs, maar wat let je om eens in andere context te experimenteren.

Meer info op de website, via dit artikel, en kijk ook eens op de Good Practice community.

Photo by dav | Flickr

Lees verder

De 2010 editie van het Horizon Report is gepubliceerd. Het rapport, geschreven door New Media Consortium en EDUCAUSE  Learning Initiative, beschrijft ieder jaar zes opkomende ontwikkelingen, trends en uitdagingen op het gebied van ICT in het onderwijs, waarvan verwacht wordt dat deze in de komende vijf jaar door het onderwijs worden opgepikt,  verdeeld in drie adoption horizons:

Near-term horizon (komende jaar):
1. Mobile computing
2. Open content

Second adoption horizon (over 2 – 3 jaar)
3. Electronic books
4. Simple Augmented Reaity

Far-term horizon (over 4 – 5 jaar)
5. Gesture-based computing
6. Visual data analysis

Lerarenopleiding
Hoe gebruik ik dit rapport in de lerarenopleiding? Vorig jaar heb ik de ontwikkelingen verwerkt in een presentatie die ik een aantal keren heb gegeven voor studenten en docenten: wat betekenen deze technologieën voor het (her-)ontwerp van leerpraktijken? De mensen een beetje wakker schudden en out-of-the-box laten denken. Vervolgens heb ik toch vooral het idee, positieve uitzonderingen daargelaten, dat de mensen zich weer fijn nestelen in de traditionele leeromgeving van het onderwijs. Het is belangrijk dat ik deze ontwikkelingen blijf presenteren in de context van de transitie naar een ander pedagogisch-didactisch paradigma.

- Wat is de rol van het onderwijs in een wereld waar lerenden een overvloed aan informatie en relaties kunnen ontsluiten via deze technologieën;
- Hoe gebruiken jongeren deze technologieën in hun persoonlijke leeromgeving en welke kwaliteiten heb ik als docent om deze jongeren te begeleiden;

Continuïteit?
Lees meer over het Horizon Report op de blogs van Wilfred Rubens en Pierre Gorissen. Wilfred beschrijft de trends die genoemd worden in het rapport. Beide vergelijken dit rapport met die van vorig jaar. Daar zitten nogal wat verschillen tussen, zoals Pierre laat zien door de rijtjes naast elkaar te leggen. Pierre heeft als kritiek dat het rapport vooral een richtingwijzer voor toegepast onderzoek is en dat er een terug-rapportage mist, die de stand van zaken omschrijft van ontwikkelingen uit vorige edities en welke leerpunten we daar uit kunnen halen.

Ik zal dit eens voorleggen aan de lector eLearning van INHolland, Guus Wijngaards. Hij is de afgelopen twee jaar betrokken geweest bij een van de advisory boards van het rapport. Ik zal hem vragen wat precies zijn bijdrage is aan het rapport en hoe dat verder tot stand komt en wat hij vindt van een stuk reflectie in het rapport?

Update 18/01 Ik heb vandaag met Guus Wijngaards even gesproken over dit onderwerp. Hij merkte op dat er twee Horizons reports zijn, een ‘meta’-versie en een K12-versie. Hij heeft zijn bijdrage geleverd via een wiki, daar wordt vervolgens over vergadert en wordt er een ranking van de meest genoemde ontwikkelingen. Hij is het eens met de opmerking van Pierre Gorissen, en zal dat in maart aankaarten bij Larry Johnson, chief executive officer van het NMC, tijdens de COSN conferentie in Washington.

Schiet me verder nog een opdracht voor studenten te binnen. Lees in het rapport over de zes technologieën, maak een playlist van YouTube-filmpjes waarin je een voorbeeld ziet van deze technologieën, deel deze playlist met je mede-studenten en discussieer over welke technologie naar jou mening het meest relevant is voor jouw onderwijs.

Hieronder een leuk voorbeeldje van augmented-reality (hoewel niet erg simple).

Lees verder

Gisteren bezocht ik Fill The Gap 7, een zogenaamde Open Space bijeenkomst. In een blogpost eerder deze week schreef ik hier al over, maar kan deze nu aanvullen met ervaringen. Ik was nog niet bekend met Open Space bijeenkomsten of Open Space Technologie, maar wat mij betreft is het voor herhaling vatbaar: een creatieve chaos, mensen die open staan om te leren en te delen en met elkaar oplossingen zoeken voor complexe vraagstukken. Een mix van netwerken en informeel leren. Of zoals Hanno van der Steen, die de Open Space sessie gisteren leidden, zei: “It’s like a very long coffeebrake, where you talk about the things that inspire you”.

OST
De filosofie van een Open Space bijeenkomst is dat je een grote groep mensen verzameld rondom een complex probleem of vraagstelling. Het doel is om de kennis en expertise van deze mensen te mobiliseren zodat er oplossingen bedacht worden, die uiteindelijk resulteren in concrete actieplannen.

Het is belangrijk dat deze mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om aan oplossingen te werken. De probleemstelling moet dus in hun vakgebied liggen, het moet ze raken, het moet belangrijk gevonden worden. Iedere deelnemer heeft invloed op het eindresultaat, omdat de agenda van de bijeenkomst niet vooraf is opgesteld. Iedere deelnemer heeft de kans om binnen de Open Space iets te organiseren rondom een thema of deelvraag die te maken heeft met het centrale thema.

Lees een gedetailleerdere beschrijving van Open Space Technology op Openspaceworld.org en Wikipedia.

Fill The Gap
Hoe ging dat gisteren? Hanno van der Steen gaf een korte introductie op de werkvorm. Zo waren er vier spelregels:

1. De mensen die aanwezig zijn, zijn de juiste mensen;

2. Wat er gebeurt, is het enigste wat had kunnen gebeuren;

3. Het begint wanneer het beging;

4. Het eindigt wanneer het eindigt;

Gisteren was er sprake van een beetje structuur, er stonden namelijk twee ronden van een uur op het programma. Echter, zoals ik eerder al aangaf, er was geen agenda. Deze agenda werd on the spot gecreëerd. Mensen uit het publiek liepen naar het ‘agendabord’, en deden een pitch over het thema of vraag waar zij een sessie voor wilde organiseren. In het filmpje onderaan krijg je een goed beeld van hoe dat gaat. In de ruimte waren een aantal plekken met flip-overs, stiften en papier. De sessie leiders kregen de opdracht om de aanbevelingen/oplossingen samen te vatten en op het agendabord te plakken. Deze resultaten moeten uiteindelijk leiden tot follow-up activiteiten of concreet beleid.

De rest van het publiek was vrij om te kiezen aan welke sessie zij mee wilden doen. Echter, er is één wet: De Wet van de Twee Voeten. Als je aan een sessie deelneemt waarbij  je niet het idee krijgt dat je iets aan het leren bent, niet geïnspireerd raakt of niet vind dat jij een actieve bijdrage kan leveren: walk away! Ga op zoek een productiever gesprek.

Dat lijkt hard voor degene die de sessie geïnitieerd heeft, maar heeft wel tot gevolg dat niet of minder productieve sessies snel eindigen en dat er effectief wordt omgesprongen met de inzet en creativiteit van alle betrokkenen.

Zo zijn er drie rollen die je kunt omschrijven tijdens een open space bijeenkomst, vertelde van der Steen:

1. De vlinder, die een sessie verlaat, wat in de ruimte rond fladdert en andere vlinders ontmoet, en daar een informeel gesprek mee voert.

2. De bij, die een sessie verlaat, op zoek gaat naar een andere sessie en aan bestuiving doet: het overdragen van eeder opgedane kennis.

3. De trouwe hond, die de sessie uitzit tot dat er een oplossing is geformuleerd. Ik was gister een trouwe hond, het thema sprak mij aan, en de deelnemers waren actief betrokken. Dan is het het waard om te blijven.

Mijn ervaring
Het was mijn eerste ervaring met de Open Space methode, ik heb er veel van geleerd. Ik denk dat de opzet met de twee rondes niet helemaal werkte. De eerste sessie was veel intensiever dan de tweede. Echter, je gaat dan ergens zitten, je raakt aan de praat en eigenlijk organiseer je dan toch weer een sessie.

OST mobiliseert creativiteit en innovatief vermogen bij de deelnemers als die gemotiveerd genoeg zijn en de ruimte krijgen om kennis te delen met elkaar. De sessies leverde veel resultaten op en van hoge kwaliteit (zover ik het snel kon beoordelen). Een formele conferentie had dit niet voor elkaar gekregen. Ik denk niet dat iedere vraag of probleemstelling geschikt is om OST op los te laten. Open vragen, toekomstgericht, grote thema’s, daar lijkt het mij ideaal voor. Belangrijk is wel dat alle deelnemers weten wat er met de resultaten gebeurt, welke follow-up activiteiten levert het op. Dat was voor mij niet helemaal duidelijk.

Wat zou ik met OST kunnen doen? Iets met mijn studenten? Ik twijfel. Ik werk vaak met kleine groepen, en hoewel het mogelijk is om OST te gebruiken in kleine groepen, zie ik de meerwaarde van informele kennisuitwisseling pas goed bij grote groepen. Het is belangrijk dat de studenten gemotiveerd zijn om actief deel te nemen, dat ze zich geraakt voelen door de vraag of probleemstelling. In een reguliere training is dat wellicht wat minder, maar misschien lukt het wel bij dit thema?

Het zou een gave werkvorm zijn bij het jaarlijkse INHolland evenement Show & Share. Of ter ondersteuning van de vorming van het nieuwe instellingsplan van INHolland.

Minister Plasterk zou eens flink onderwijsprobleem moeten neerleggen in een Open Space bijeenkomst met alle edubloggers en -tweeps. Dat zou wat opleveren!

Flip-impressie
In onderstaande impressie zie je de totstandkoming van de agenda en het eindresultaat.

Fill The Gap – Open Space session – Creating the agenda from Jeroen Bottema on Vimeo.

Lees verder

Hoe kunnen de ICT-vaardigheden van jongeren in ontwikkelingslanden versterkt en ingezet worden met als doel hun leefomgeving te verbeteren? Dat was het centrale thema van de 7e editie van Fill The Gap, vanmiddag in het Sieraad in Amsterdam. Het was een Open Space bijeenkomst waar mensen uit het bedrijfsleven, onderwijs, media en ontwikkelingssamenwerking op informele wijze met elkaar discussieerden over de vraagstukken met betrekking tot jongeren en ICT in ontwikkelingslanden. Het ging om kennis delen, ideeën opdoen, oplossingen bedenken en je laten inspireren.

Jennifer Corriero
De bijeenkomst begon met een inleiding door Jennifer Corriero. Zij is mede-oprichter van TakingITGlobal, waar ik deze week al eerder over berichtte. Zij concentreert zich in haar werk met name op de youth leaders, de jonge wereldburger die betrokken is bij de ontwikkelingen en problemen in de maatschappij, en hoe je o.a. door middel van ICT hun leadership skills kunt versterken.

In haar betoog sprak zij zeer inspirerend over 6 archetypes van jonge leiders en hoe je de stem van deze jongeren kunt versterken. Deze typeringen komen uit haar onderzoek naar de rol van jongeren als change agents in internationale actiegroeperingen, aldus Corriero.

1. The Dreamer
De idealist, soms onrealist. De jongeren die visie ontwikkelen en anderen inspireren. Zij geven een gevoel van richting. Je kan de stem van deze jongeren versterken door ze een platform te bieden waar ze hun visie kunnen presenteren en delen met anderen. Corriero stelt voor om deze dromers te betrekken als adviseurs (zo was zij als 19-jarige al senior-consultant bij Microsoft).

2. The Megaphone
De jongeren die hun mond open, hun stem laten horen. Die anderen, waarvan hun stem niet gehoord wordt, mobiliseren. Je kunt deze ‘megaphones’ ondersteunen door hun stem te versterken, om ze te betrekken bij het maken van beslissingen en om dat ook te formaliseren.

3. The Spark Plug
Zij verzamelen mensen om zich heen en verbinden mensen met elkaar en aan ideeën of een gezamenlijk doel. Daardoor ontstaan nieuwe mogelijkheden en samenwerkingen.

4. The Task Master
Deze mensen zijn in staat om uit grote ideeën beheersbare taken en planningen te genereren. Praktisch, doelgericht.

5. The Sherpa
De gids, de mentor. De docent. Corriero heeft het over peer-education, de Sherpa verzamelt en deelt kennis met anderen. Door de Sherpa de juiste tools in handen te geven kunnen zij hun rol als mentor spelen.

6. The Storyteller
Zij vertellen de verhalen die ontstaan in organisaties, projecten en hun nabije leefomgeving door middel van blogs, artikelen, interviews, YouTube, etc. De beste manier om hun stem te versterken is door ze naar te luisteren.

Een inspirerende indeling. Goed om jongeren bewust te maken van de rol die ze kunnen spelen in maatschappelijke vraagstukken of binnen een organisatie of community. Een onderdeel van life skills. Maar de indeling zou je ook kunnen gebruiken in een gesprek over hoe je social networks en informatiestromen effectief kunt inzetten om jezelf op een authentieke en positieve manier te profileren. Ik herken me in de dromer, de sherpa en de verhalenverteller.

Over spel, ICT en jongeren in ontwikkelingslanden
De rest van de middag stond in het teken van de Open Space sessie. Het thema was bekend, de organisatie had een aantal kernvragen geformuleerd, maar er was geen agenda. Deze werd on the spot gevuld, door mensen die een sessie wilde organiseren over een thema of vraagstuk. Ik voegde mij bij Saskia Harmsen, die de vraag stelde over hoe wij spel kunnen gebruiken om ICT-vaardigheden te ontwikkelen en te versterken bij jongeren in ontwikkelingslanden in plaats van het aanbieden van formele trainingen en programma’s. In het onderzoek Students’ Voices waar ik aan mee werk (pas op, komt een plug aan: heeft u mijn oproep al gelezen?) stellen we een soortgelijke vraag over hoe je de informele, persoonlijke leeromgeving op het web kunt inzetten in het formele onderwijs. Ik wilde mij dus laten inspireren, en had wat expertise in de aanbieding.

Het leverde een interessante discussie op, die vele kanten op ging. Dat kwam ook deels door de Open Space opzet, soms verlieten mensen de sessie, anderen kwamen er weer bij en keken net weer even anders naar de situatie. Onderstaande  video’s geven een aardig overzicht van wat we hebben besproken, ik noem hieronder een selectie:

- belangrijke voorwaarde is dat jongeren in ontwikkelingslanden in het bezit zijn van hun eigen ICT tool. Een computer, OLPC, een mobiele telefoon of een andere, individuele, tool. Ik denk dat we ons moeten focussen op de mobiele telefoon. In veel ontwikkelingslanden is het slecht geregeld met de infrastructuur wat betreft computers en netwerken, maar is de dekking van mobiele telefoons uitstekend.

- Wat de tool ook mag zijn, het moet jongeren uitdagen om te gaan experimenteren, zodat ze het apparaat en de software eigen gaan maken, en zelf initiatieven gaan nemen om verder te leren (zoals we bijvoorbeeld zien in het Hole In The Wall-project van Sugata Mitra).

- Wat ze geleerd en of gemaakt hebben moeten ze eenvoudig kunnen delen met anderen. Dat levert waardering, zelfvertrouwen en motivatie op.

- de informele leeromgeving van de jongeren tegen over de formele leeromgeving van het onderwijs, hoe verhoudt zich dat in ontwikkelingslanden, wat kunnen we leren van bijv. Nederland.

- Interface van technologie, software en games moet sterk visueel zijn, niet tekst gebaseerd.

Flip-impressie
Ik heb met de Flip twee impressies gemaakt. In het eerste filmpje verkennen we het thema en hebben we het over eigenaarschap en de persoonlijke leeromgeving van de jongeren. In het tweede filmpje geeft Saskia een mooi overzicht van wat we allemaal besproken hebben.

Fill The Gap – Open Space sessie – deel 1 from Jeroen Bottema on Vimeo.

Fill The Gap – Open Space sessie – deel 2 from Jeroen Bottema on Vimeo.

Saskia heeft uiteindelijk de aanbevelingen op papier gezet en die op het grote ‘agenda-bord’ geplakt. Met de resultaten van de andere sessies staat er op zo’n bord toch een behoorlijke hoeveelheid van ideeën, strategieën en aanbevelingen waar je verder op kunt bouwen.

Update 30/01 Saskia heeft de aanbevelingen uitgewerkt en onderaan deze post geplaatst. Dank!

Photo by: @1procentclub | Twitpic

Lees verder

Oproep:

Voor het onderzoek Students’ Voices II van het lectoraat eLearning van Hogeschool INHolland ben ik op zoek naar:

Succesvolle leerpraktijken in het onderwijs waar leerlingen/studenten en de school/docenten samen verantwoordelijk (co-creators) zijn voor leerinhoud en leerproces en waar er betekenisvolle relaties kunnen worden gelegd tussen de formele leeromgeving van school en de informele leeromgeving van de leerling/student.

In het onderzoek staat de volgende vraag centraal:

Wat zijn kenmerken van succesvolle leerpraktijken met de inzet van Web 2.0- technologie die maken dat ze als model kunnen dienen voor een herontwerp van leerpraktijken in vergelijkbare en minder vergelijkbare contexten?

Meer hierover verderop in deze post, ik zal eerst de reden van mijn verzoek toelichten. Ik ben een aantal uren per week werkzaam als research fellow bij het lectoraat eLearning van INHolland. De onderzoeken van het lectoraat eLearning richt zich op de vraag, hoe de kwaliteit van het leren en onderwijs kan worden verbeterd door de inzet van ICT en e-learning.

Mijn activiteiten in het lectoraat zijn met name gericht op het onderzoeksproject Students’ Voices. Dit is een onderzoek naar de mening van leerlingen en studenten over leren met technologie. Dit onderzoek gaat dit jaar zijn tweede fase in: Students’ Voices II (lees hieronder een korte toelichting). En het is om deze reden dat ik mijn blog even misbruik voor deze oproep. Dus:

Bent u bezig met ontwikkelen/uitvoeren van een dergelijke leerpraktijk? Heeft u net een succesvol onderwijsproject uitgevoerd? Kent u collega’s of scholen die een dergelijke succesvolle leerpraktijk hebben? Grote projecten, kleine projecten, lessenseries, etc. Type onderwijs maakt niet uit. Ik hoor het graag! Via een reactie op deze post, via Twitter of jeroen.bottema[at]inholland.nl. Bij voorbaat dank! Zeg het voort! Re-tweet! Ik zou daar enorm mee geholpen zijn.

Deze leerpraktijken plaats ik op een longlist, waaruit ik samen met mijn collega’s een selectie zal maken.

Students’ Voices
In het schooljaar 2008-2009 is in Australië en Nederland onderzoek gedaan naar de ervaringen, verwachtingen en ideeën van leerlingen, studenten en jonge, startende leraren met de betrekking tot de inzet van ICT in leerprocessen: Students’ Voices.

De conclusies van dit onderzoek zijn te lezen in het bijbehorende rapport (PDF, 1.3 mb). Het artikel (PDF), geschreven door lector Guus Wijngaards, geeft een goede samenvatting van de belangrijkste conclusies.  Een van de interessante vragen in het onderzoek vond ik die over het gebruik van social networking en social media in relatie met leren en onderwijs. Met andere woorden: wat zeggen jongeren over het gebruiken van hun informele, persoonlijke leeromgeving op het web in de formele leeromgeving van school. De leerlingen en studenten gaven aan dat hun persoonlijke  leeromgeving niet zomaar vermengd moeten worden met leren op school. De lector schrijft in het artikel:

Het gaat over ‘locus of control’, want de persoonlijke omgeving staat onder controle van de eigenaar van die omgeving en bij onderwijs leggen leerlingen/studenten de ‘locus of control’ juist bij de onderwijsinstelling en de leraren. Zolang wij onvoldoende in staat zijn om het onderwijs zo in te richten dat de leerling zich daadwerkelijk mede-eigenaar gaat voelen van het eigen leerproces, is de kans dat persoonlijke omgevingen worden benut bij het reguliere leren klein. Er is nu nog een scherpe scheiding tussen formele leeromgeving en persoonlijke omgeving en pas als we erin slagen om bij herontwerp van het onderwijs de brug te slaan tussen beide werelden, kan een succesvolle verbinding worden gerealiseerd tussen de virtuele omgevingen die daarmee verbonden zijn. bron

Students Voices II
Dit is onder andere de aanleiding geweest voor het tweede deel van het Students’ Voices onderzoek en de onderzoeksvraag. We doen het onderzoek vanuit de overtuiging dat zowel de lerenden als de docent zich eigenaar moeten voelen van de leeromgeving.

Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de inzet van ICT, en dan met name de web 2.0 tools. Door deze tools hebben de leerlingen/studenten meer mogelijkheden om actief deel te nemen en samen te werken aan leeractiviteiten, meer mogelijkheden om zelf leerinhouden te produceren. Deze tools maken vaak onderdeel uit van het ‘persoonlijke web’ van de leerling/student en worden nauwelijks in de formele leeromgeving van de school gebruikt. De vraag is of de leerling/student mede-eigenaar wordt van zijn leerproces door het inzetten van zijn persoonlijke leeromgeving. En hoe stem je beide leeromgevingen dan op elkaar af?

Door het bestuderen van leerpraktijken waar deze beide leeromgevingen met succes aan elkaar zijn verbonden willen we inzicht krijgen in de succesfactoren. Vervolgens willen we bestuderen of we daar een model uit kunnen genereren die je kunt gebruiken bij het ontwerpen van leerpraktijken.

Student centraal
In Students’ Voices I hebben we echt alleen de jongeren aan het woord gelaten, in Students’ Voices II zullen we naast een document studie, interviews gaan houden met alle betrokkenen in de leerpraktijken. Toch staat in dit onderzoek ook de stem van de jongeren weer centraal. Wij gaan uit van gedeelde verantwoordelijkheid bij jongeren voor het eigen leren en daarom is het belangrijk  dat we luisteren naar hun ervaringen en ideeën. Door in het onderzoek hun rol en betrokkenheid te beschrijven, hopen we waardevolle elementen op te pakken waardoor we in het onderwijs de juiste keuzes kunnen maken als het gaat om het (her-)ontwerpen van onderwijs

Meer info:
Meer informatie over Students’ Voices kunt u vinden op de website. Op de laatste editie van de Online Educa in Berlijn gaf lector Guus Wijngaards een korte presentatie over Students’ Voices II. Ik heb daar onderstaande slidecast van gemaakt:

Met dank aan collega’s van het lectoraat.

Image: iStockphoto, Students’ Voices logo by Carel Fransen.

Lees verder

Aanstaande vrijdag ga ik naar Fill The Gap 7, ik vertegenwoordig daar het lectoraat eLearning. Wij hebben de uitnodiging ontvangen vanwege ons onderzoek Students’ Voices. De titel van deze bijeenkomst is R U Online? “Mobilising youth for development”:

Voor jongeren is het gebruik van nieuwe (mobiele) media de gewoonste zaak van de wereld. Opgegroeid in het digitale tijdperk en creatief als ze zijn, zetten de wereldveranderaars onder hen nieuwe media doelbewust in om veranderingen teweeg te brengen. Denk maar aan de twitterrevolutie in Iran. Wat kan de ontwikkelingssector daarvan leren? Hoe kan binnen ontwikkelingssamenwerking meer gebruik worden gemaakt van de potentiele kracht van jongeren om ontwikkelingsproblemen aan te pakken? bron


Open Space
Het wordt een ‘Open Space’- bijeenkomst. Ik had nog niet eerder gehoord van dit concept. Via de organisatie kreeg ik wat informatie over Open Space en las ik:

Open Space (also known as Open Space Technology or OST) is a method for convening groups around a specific question or task or importance and giving them responsibility for creating both their own agenda and experience. It is best used when at least a half to two full days are available. The facilitator’s key task is to identify the question that brings people together, offer the simple process, then stand back and let participants do the work bron

Dus aanstaande vrijdag is het thema jongeren en ICT in ontwikkelingslanden en is de probleemstelling hoe we hun vaardigheden en kwaliteiten zo kunnen inzetten dat er een betere leefomgeving ontstaat.

In de Open Space sessies ben ik vrij in hoe ik wil bijdragen aan de discussie. Ik kan reflecteren, kan zelf een agendapunt toevoegen, ik kan halen, ik kan brengen. Ik zal vanuit mijn expertise mbt eLearning en het onderzoek Students’ Voices proberen mijn steentje bij te dragen. En ontwikkelingsgeografie is bij mij ook nog niet weggezakt. Ik verwacht een sessie waar out-of-the-box denken, chaos en creativiteit centraal zullen staan. Bring it on!

Ik ben erg benieuwd naar hoe deze werkvorm in de praktijk werkt en hoe ik dat kan toepassen in het begeleiden van studenten. Lees meer over OST: kstoolkit en  Openspaceworld.org

Taking IT Global
Er wordt op de bijeenkomst een keynote verzorgd door
Jennifer Corriero, zij is mede-oprichter van de organisatie Taking IT Global. Ook nog nooit van gehoord. Af en toe heb ik het idee dat ik onder een steen lig.

Taking IT Global is een online community gericht richt op jongeren en onderwijs met als doel de kritische denkvaardigheden, leiderschapsvaardigheden en creativiteit bij jongeren te verbeteren door het effectiever inzetten ICT en hun sociale netwerken. Het gaat om wereldburgerschap: verbeter de wereld met elkaar, begin bij je zelf. Thema’s op de website hebben te maken met complexe mondiale problemen, zoals klimaatverandering, energievraagstuk, voedselschaarste, etc. Problemen die creatieve oplossingen vragen. Ik onderschrijf de missie van TakingITGlobal dat de ideeën daarvoor uit een brede, diverse, internationaal netwerk moeten komen. Het gaat om 21st century skills.

Er is een aparte community, TIGed, voor docenten. Docenten kunnen lesmateriaal publiceren en delen, online internationale uitwisselingsprojecten starten en er is een mogelijkheid om tegen betaling een online leeromgeving in te richten:

Zowel de kracht als het gevaar inherent aan sociaal en in samenwerking gebruiken van het internet erkennend, stelt TIGed docenten in staat om private, reclamevrije virtuele klaslokalen te creëren en te beheren, waardoor studenten kunnen profiteren van de voordelen van web 2.0 tools zonder veiligheid op te offeren. Docenten kiezen welke tools ze integreren in hun online klaslokalen gebaseerd op wat het meest geëigend is voor hun studenten en projecten. Beschikbare tools zijn o.a.: blogs, podcasts, kaarten, galerijen met digitale afbeeldingen, dicussie groepen, live video chat, online bestandsruimte en meer. bron

Het lesmateriaal dat nu in de databank staat komt uit de VS en is niet vertaald. Vooral gericht op het primair onderwijs. Maar goed, het kan ter inspiratie dienen. Ook de website lijkt nog midden in een vertaalslag te zitten. (update 15/01: de site maakt gebruik van een vertaalmachine)

In ieder geval een interessant initiatief en ik zal binnenkort eens een beter kijkje nemen. Ik ben benieuwd wat ik vrijdag allemaal tegen ga komen.


Lees verder